MiniKul – week 21 ‘14

De jaarlijkse tsunami aan ‘Berichten over de Tweede Wereldoorlog’ is weer voorbij. Tot over elf maanden. Opdat we niet vergeten. Want oorlog is het verschrikkelijkste dat een generatie kan overkomen. Ik heb overigens de indruk dat de jeugd anno nu zich meer voor ’40-’45 interesseert dan in mijn jonge jaren. Ik was tien toen de oorlog eindigde. Die heeft mijn jeugd erg beïnvloed; dat besef krijg ik naar mate ik ouder word, steeds sterker. Vlak na de oorlog was het devies ‘Niet lullen maar poetsen’. Vooruit!
Het zijn, vreemd eigenlijk, vooral details die me nu intrigeren. Nadat ik een jaar of twintig geleden Hitlers buitenverblijf, de villa Berghof op de Obersalzberg in Berchtesgaden bezocht, heb ik heel wat boeken over zijn leven dáár verslonden. Maar er komen ook nu elk jaar toch nog kleine details bij. Zoals onlangs het verhaal van het 89-jarige kamermeisje, dat na al die jaren pas nu meldde, dat de Führer gek was op appeltaart en ’s nachts vaak naar de keuken sloop om daar stiekem een stuk appeltaart op te eten. Het personeel wist dat en zorgde er voor dat hij nooit misgreep. Een wrede dictator met menselijke trekjes? Wat mij in het verhaal ook intrigeerde – ik weet eigenlijk niet waarom, misschien ook weer omdat zelfs de grootste misdadiger bepaalde emotionele trekjes kan vertonen? – was de mededeling dat het toen 16-jarige kamermeisje Hitler tijdens de laatste dagen die hij op de Obersalzberg doorbracht, vanachter een gordijn buiten in de regen zag staan:’Hij stond er gebroken bij. Zijn bediende bracht hem een regenjas….’
Terug naar nu: Het Dagboek van Anne Frank móet iedereen gelezen hebben. Ook met Het Achterhuis is in principe niets mis, hoewel dat in mijn optiek zo langzamerhand een beetje té veel een toeristische attractie aan het worden is. Maar à la. De kritiek op het commerciële karakter van de nieuwe theatervoorstelling Anne die onlangs in première is gegaan, kan ik echter volledig onderschrijven. De inhoud zal, weliswaar ‘geromantiseerd’, wel kloppen. Maar dat er voorafgaand aan de voorstelling een boottocht met amuses,diner en champagne voor 180 euro exclusief  btw wordt aangeboden (‘samen naar het kamp, ja gezellig’?) wordt aangeboden, vind ik te grof voor woorden. Of zoals de oud-voorzitter van het Joods Historisch Museum het treffend verwoordde: ‘Dat hadden we in Bergen-Belsen nooit, zo’n gangenmenu. Er was überhaupt niks te vreten.’
Zal ik het hier maar bij laten?
Henk Hendriks