MiniKul – week 33 ‘14

Ja hoor, als u met vakantie bent of nog krijgt, mag het. Van mij zeker. Lekker luieren, lanterfanten, lummelen. Maar toch, ook als u géén vakantie hebt – of altíjd, want dat kan ook – wat is er dan op tegen dat u ‘gewoon niets doet’? Waarom moet je altijd maar het onderste uit de kan willen halen en al je talenten benutten? Natuurlijk, we zijn in diepste wezen allemaal calvinisten die het oud-hollandse gezegde ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’ bij (bijna) alles wat we niet-doen aan ons geweten denken te horen knagen. Maar wees eens echt eerlijk: dat hoeft toch niet? Ach, dat calvinisme van ons…. In de bijbel worden we immers – zie Mattheüs 25:14-30, ik ben op de zondagschool geweest en daar is nog altijd het een en ander van blijven hangen – aangespoord om de gaven die we bij onze geboorte hebben meegekregen maximaal te benutten. Niks rondhangen en nietsnutten: In het zweet onzes aanschijns zullen wij ons brood moeten verdienen. (Genesis 3:19, jazeker!)

Maar dan nog: Waarom zou je al jouw talenten moeten benutten? Leeft onbekommerd niets doen niet veel prettiger? Zoek daarom eens uit, wat je echt leuk vindt en dan zul je dit ook ervaren – was het advies dat ik onlangs las. En ja, misschien ís dat echt leuke wel h-e-l-e-m-a-a-l niets doen. Dat moet je jezelf dan wel gunnen. En dat valt niet mee, als je toch steeds maar weer de aandrang voelt om tot actie over te gaan. Moet je je dan spiegelen aan zo’n ex-voetbal- en nu tv-fenomeen als Gijp, u weet wel de zo langzamerhand strontvervelend wordende quasi-geinponum die zichzelf met anti-depressie-pillen op de been houdt om elke dag op de bank liggend tv te kijken? Er is ook een minder bekend gezegde dat het met luie mensen slecht af loopt.

Zo wordt niets doen een duivels dilemma. Want de kachel moet wel blijven branden, er moet brood op de plank komen. Dus ontkom je vaak niet aan dat zweet in je aanschijn. Zou het echter kwaad kunnen om het totale niets-doen eens serieus te proberen?, houd ik u nu met duivels genoegen voor. Altijd lekker lanterfanten, lui zijn, lummelen. ‘Die keuze heb jij allang gemaakt,’ zegt mijn vrouw met een duivelse ondertoon in haar stem als ik haar de strekking van dit minikul-verhaaltje vertel. Zij gelooft niet in lullen maar in poetsen. Maar is er ook niet een spreekwoord dat zegt ’Twee geloven op één kussen daar slaapt de duivel tussen’?

Henk Hendriks