MiniKul – week 44 ‘14

Ja hoor, daar gaan we weer. In 1997 werd in ons land de opkomstplicht voor de militaire dienst afgeschaft, maar regelmatig duiken berichten op om die weer in te voeren. Zo ook nu. Dit keer door CDA-aanvoerder Buma die vindt dat een maatschappelijke dienstplicht disciplinerend werkt en dat jongeren anno nu er van moeten worden doordrongen dat de samenleving niet alleen een rechtenmachine is. Die opnieuw in te voeren dienstplicht voor de duur van een half jaar zou dan door jongeren – jongens én meisjes? – in de zorg, bij vrijwilligersorganisaties of bij defensie moeten worden uitgediend.
Afgezien van de constatering dat (ook) jongeren zich er van bewust moeten zijn dat onze samenleving niet alleen rechten maar ook plichten kent, lijkt me dat geen goede zaak maar meer op een gehoopt succesvol inspelen op de heersende gevoelens van onveiligheid en onbehagen. Jongens èn meisjes – ik leg daar nogmaals de klemtoon op – verplichten (!) zich in de zorg dienstbaar te maken mag op zich nuttig lijken, je zult als hulpbehoevende maar op de po gezet worden door een puisterige puber met de pest in. En wat is er voor vrijwilligs aan als je als jongere verplicht vrijwilligerswerk moet doen? Om over de militaire dienstplicht maar te zwijgen.
Ik heb begrip voor de jongere – het is nu al de vierde keer dat ik dit woord gebruik – die in het leger zijn of haar levensvervulling ziet, of avontuur (dat er meestal niet is) zoekt of een goede baan. Niks mis mee. Helaas heeft elk land een leger nodig, zij het dat dit met de huidige  geavanceerde moordtechnieken geen groot leger hoeft te zijn. De rest is hooguit kanonnenvoer..
Ik was van 1953 tot 1955 – de dienstplicht duurde toen twee jaar – zelf dienstplichtig soldaat, terecht in de allerlaagste rang zonder ook maar één dun streepje. Ik heb die twee jaren  volstrekt nutte- en zinloos doorgebracht, hooguit heb ik het perverse van het ‘meerdere & mindere’ systeem ervaren. Het waren de jaren van de ons opgedrongen Koude Oorlog waarbij de Russen die als brute woestelingen werden beschreven plots voor onze deur konden staan. Behalve in het weekend, want dan was de helft van alle militairen thuis met verlof. Als je tenminste niet in de bajes zat. Maar ik ben bevooroordeeld. En ik was te laf om dienst te weigeren, dus recht van spreken heb ik eigenlijk niet.
Henk Hendriks