MiniKul – week 45 ‘14

Het regende pijpenstelen. ‘Laten we toch maar gaan, dan zijn we er vanaf,’zei mijn vrouw, ‘anders moeten we naar de sessie van volgende week om onze jaarlijkse griepprik te krijgen. Gaan we nu, dan hebben we dat weer gehad.’ Ik zuchtte demonstratief, maar er was natuurlijk weer geen speld tussen te krijgen. Nog even probeerde ik het met:’Het zal meteen deze eerste griepprikmiddag wel druk zijn. Staat er buiten misschien wel een rij. Lekker hoor, met die regen.’ Maar daar haalde ze achteloos de schouders over op. ‘Ben je mal, al die oudjes blijven wel thuis, nu.’ Mooi argument dacht ik bij mezelf. Zelf behoren we immers ook tot die categorie… ..
Er stond buiten inderdaad een behoorlijke rij voor het praktijkpand. Waar we, ik mokkend en zij met de paraplu op, ons achter bij aansloten. Schuifelend ging het voorwaarts. Regelmatig passeerden ons vanuit de voordeur die naar de praktijk leidde, opgeluchte gezichten van al geïnjecteerden. Maar hun gezichten betrokken snel toen ze de regen op zich voelden neerplenzen. De groep wachtenden schuifelde gestaag voort naar de eindbestemming, het priklokaal. Af en toe klonk een groet naar de al geprikten– ‘Ha, bist al an de beurt west? Deed het pijn?’– of was er eentje die met een geforceerde kwinkslag de schuifeltijd dacht te doden. De reacties waren nihil, ieder had immers maar één doel: zo snel mogelijk uit de regen naar binnen. Een man voor me stak een sigaret op. ‘’t Ken nou nog,’zei hij, daarbij in het midden latend of hij hiermee de wachttijd buiten bedoelde of nog verder vooruit zag….
Na vijf minuten buiten konden ook mijn vrouw en ik naar binnen schuifelen. Daar was het  dampig warm van al die natte jassen. Ook hier vormde zich een rij voor de griepprikruimte, waar twee assistentes professioneel prikkend – fluitje van een cent – hun werk deden. Dat ging in hoog tempo, want een derde assistente nam tevoren de oproepbriefjes in en zei daarbij steeds:’Graag nu al uw arm bloot maken.’ Het was, kortom, een geoliede machine.
Op weg terug kwamen we in de wachtrij behoorlijk wat bekenden tegen met standaardopmerkingen als ’Moi, jij ook?’ En soms quasi grappig,:’Gunst, heb jij de prikleeftijd dan al bereikt?’ In feite was het allemaal een prolongatie van het jaar ervoor. En daarvoor. Alleen regende het toen niet, meen ik me te herinneren. But life goes on……
Henk Hendriks