Naar de woestijn van Oman voor een marathon

“Als je écht iets wilt, dan lukt dat!”

VISVLIET – Op zomaar een regenachtige zaterdagmiddag gaat de telefoon. Een berichtje van inwoner én kenner van Visvliet Popke Wilpstra. Of wij wel weten dat er in Visvliet een ongelooflijk goede marathonloper rond wandelt. Nou ja, wandelen. In tempo dan. Rutger Dijkstra, meldt Wilpstra als hij ons het telefoonnummer door appt. Direct bellen kan echter niet, want Rutger is geen gewone marathonman. De 22-jarige sportman verblijft op dat moment in Oman. Voor degenen die niet weten waar dat ligt: Oman is een grote zandbak ten zuiden van Saoedi Arabië. Temperaturen van ruim 35 graden zijn daar niet ongewoon. Let wel: in de winter!

Marathonlopers zijn er genoeg. Daar zijn we van overtuigd. Het wordt een ander verhaal als men vrijwillig afreist naar een ver en vreemd land om daar vervolgens – midden in het grote niets-  een wedstrijd te lopen. “Over meerdere dagen ook nog”, lacht Rutger (rechts op de foto) als we met hem afspreken na terugkomst. De goedlachse Visvlieter zit weer veilig aan de eigen keukentafel en wil zijn ervaringen best delen met de Streekkrant. Daarbij vergezeld van zijn ‘partner in crime’ Kees Offringa uit Kootstertille. Het ideale trainingsmaatje om de wereld mee rond te trekken.

De logische eerste vraag is natuurlijk: “Wat bezielt jullie om een marathon te lopen in de woestijn?” Het tweetal lacht, waarna Kees (foto links) vertelt dat het eigenlijk begonnen is met een documentaire op Discovery Channel. “We waren al samen aan het hardlopen”, zegt hij. “En dat nam ook steeds serieuzere vormen aan. Toen we een documentaire over hardloopwedstrijden in de woestijn zagen, zijn we op zoek gegaan naar een vergelijkbaar evenement.” Rutger vult zijn hardloopmaatje aan: “Het sprak ons enorm aan en toen kwam de meerdaagse wedstrijd in Oman dus om de hoek.” Het tweetal besloot zich in te schrijven en daarop ook maar om de trainingsintensiteit op te voeren. Per slot van rekening is een marathon al ‘gek’ genoeg, maar een hardloopwedstrijd in de woestijn? Dat vraagt om meer dan gewoon een beetje trainen. Zeker als er meerdere dagen aaneen gelopen moet worden met rustperiodes in de nachtelijke woestijn. Rutger: “We trainden in de zomer op de warmst mogelijke dagen. Dat is dan toch de omstandigheid die het meest in de buurt komt van wat we daar aan zouden treffen. Overdag dan, want in de avond veranderd alles.” Kees meldt dat de dagen goed warm waren, maar dat de temperatuur in de nacht flink kelderde. “Je hebt de Nederlandse zomer voor ogen”, zegt hij. “Dus een graadje of 15 in de nachtelijke uurtjes. In de woestijn koelt het echter af tot 5 graden, of soms nog kouder. Bovendien is er geen beschutting, waardoor we letterlijk de tent uitwaaiden.” In zes dagen tijd verplaatsten de deelnemers, waaronder de twee vrienden, zich van tentenkamp naar tentenkamp. “Overdag liepen we gemiddeld zo’n 27 kilometer in een temperatuur van 35 graden”, weet Rutger. “Je begint zo vroeg mogelijk in de ochtend, omdat het dan nog lekker koel is. Al snel wordt het echter bloedheet en het kost je echt energie. Na aankomst in het volgende tentenkamp kan je vervolgens de rust opzoeken.” Rust die je sowieso krijgt, lacht Kees, “het is namelijk een behoorlijk primitief tentenkamp met alleen de basis benodigdheden. Verwacht geen luxe, masseuses en lekkere baden om je spieren te verzorgen. Het allemaal minimaal. Een, toilet en een douche. Dat is alles.”

Contacten

“Je leert elkaar wel beter kennen”, vindt Rutger. “Je bent echt op elkaar aangewezen. We zijn dus veel met elkaar opgetrokken en met de andere deelnemers. Je moet toch wat als he telefoon geen bereik heeft nietwaar?” Anders dan dat de zware omstandigheden doen vermoeden, heeft de wedstrijd geen negatieve smaak achtergelaten bij de hardlopers. “Integendeel”, bevestigt Kees. “We hebben gelopen met een mooie groep mensen, veel nieuwe contacten opgedaan en ons bovendien prima vermaakt. De eerste dagen waren het zwaarst. Je bent het niet gewend en moet er –blijkbaar- dan toch even in komen. Gek genoeg ging het daarna als vanzelf.” Al zegt Rutger wel te hebben gemerkt dat het toch niet licht is geweest. “De pijp gaat uiteindelijk wel leeg natuurlijk”, zegt hij eerlijk, “maar deze ervaring nemen ze ons nooit meer af. Dit was het ultieme bewijs dat als je écht iets wilt bereiken, dan lukt dat!” Stiekem wordt er al gemijmerd over een volgende avontuur. Ook dat zou dan een langeafstandswedstrijd moeten zijn. “Want daar ligt ons hart”, stelt Kees. “Bij lange afstanden zie je ook nog wat van de omgeving. Prachtig!” Op de vraag of dat dan per sé in het buitenland moet is het duo duidelijk. Rutger: “Weet je, natuurlijk dachten wij tijdens het kijken naar de documentaire op Discovery Channel ook dat die mensen gek waren. Is misschien ook wel zo. Maar dat heeft ons er niet van weerhouden om naar Oman af te reizen. En we willen eigenlijk best nog een keer meedoen aan zo’n wedstrijd. Niet in Oman, maar dan ergens anders. Argentinië? Afrika? Kees en ik hebben het erover en we kijken rustig naar wat op ons pad komt en wat ons leuk lijkt. Daarbij komt natuurlijk ook dat wij nog twee jonge jongens zijn en dat zo’n halve wereldreis een heleboel geld kost. Een paar duizend euro. Dus voordat we weer op avontuur gaan, moeten we eerst sparen.” De mooie medaille is een tastbare herinnering aan een bijzondere hardloopwedstrijd voor de heren, die blaren, spierpijn en blauwe nagels hebben getrotseerd om het edelmetaal te bemachtigen. Kees lacht: “Eigenlijk heb ik helemaal niets met medailles. Maar deze? Nee, deze is mooi. Hier ben ik echt trots op. Twee ‘Dutch Kanaries’ in de woestijn. Hoe leuk is dat?”

Bijzonder leuk dus. We schudden handen en spreken af bij ons vertrek uit het altijd gastvrije Visvliet contact te houden. Want als deze twee bijzondere –en gekke- hardlopers er weer op uit trekken, doen wij daar uiteraard graag verslag van. Van Visvliet naar de woestijn van Oman voor een marathon. Verzin het maar eens.