Ook Milko viel voor de charme van de weerman

ZUIDHORN – Menig voetballiefhebber zal het onder de boom gevonden hebben; het boek dat onlangs verscheen over Milko Djurovski. De balvirtuoos wordt door veel mensen beschouwd als één van de beste spelers die ooit voor de club speelde, al vertellen de kille cijfers anders. In feite speelde Djurovski één seizoen (redelijk) goed in het Oosterpark, de rest van de tijd stond hij vooral met zijn handen in zijn zij. Djurovski werd luiheid verweten en de kettingroker werd zelfs verbannen naar Cambuur Leeuwarden. Het voelde voor Djurovski als een vernedering. Hij sloot zich min of meer op en weigerde wie dan ook te woord te staan. Behalve Johan Kamphuis. De weerman uit Zuidhorn sprak wél met de voetballer, zoals Kamphuis al veel vaker bijzondere contacten weet op te bouwen met voetballers die eigenlijk niets kwijt willen. Het verhaal over de charme van een weerman die wel weet waarom ze wel met hem willen praten. ‘Ik benader ze als mens, niet als journalist.’

Djurovski dus. Rookmagier. Aanvaller met ontzettend veel talent en wat minder mentaliteit. Lui vooral. Een koukleum ook, anders valt het dragen van de zwarte maillot niet te verklaren. Net als heel veel andere mensen was Kamphuis ‘verliefd’ op Djurovski. Hij was ‘anders’, en dat sprak Johan aan. Aanvankelijk werd Djurovski in Groningen als een vedette behandeld en voetbalde hij ook als een sterspeler. Gaandeweg veranderde dat. Trainer Pim Verbeek kwam als opvolger van Hans Westerhof, die mede door Milko’s sterke seizoen een winstgevend contract tekende bij PSV. Verbeek wilde Milko opnieuw (en beter) leren voetballen. Bovendien baalde Milko van het kick and rush spelletje dat gespeeld werd: alle ballen op het hoofd van Harris Huizingh. Milko begon te muiten. Wendde blessures voor, ging opzichtig hoofdschuddend staan kijken als een mede speler hem verkeerd aanspeelde en behalve Verbeek kotsten ook enkele medespelers hem op den duur uit. En dus moest Milko weg. Naar Cambuur. Alsof je Messi bij FC Oss laat spelen. In die fase sijpelden ook andere verhalen over Djurovski door. Hij zou goud smokkelen, hij zou elke dag in het café zitten en het niet te nauw nemen allemaal. Milko werd de drank- en drugsheld, over Milko gingen de meest waanzinnige verhalen rond. Het verhaal over de goudsmokkel was de druppel voor de voetballer. Hij besloot te zwijgen. Behalve tegen Johan.

‘Ik wilde Milko spreken. Dat zat in mijn hoofd en dat ging er niet uit. Milko was anders. Hij moest weg. Ik voelde met hem mee en wilde hem ook gewoon laten weten dat wij supporters nog wel van hem hielden. En dus ging ik op zoek. Richting Onderduikersstraat, want daar woonde hij. Ik heb talloze keren op de bel gedrukt, heel vaak was hij er niet of deed hij gewoon niet open. Tot die ene keer. Toen ging de deur open en stond hij er. In onderbroek. Hij zei dat hij best even met me wilde praten, maar niet nu. Of ik de volgende dag terug wilde komen.’

De volgende dag was Milko in geen velden of wegen te bekennen.

Kamphuis hield echter vol. Net zo lang tot Milko opnieuw de deur opende. ‘En dat gebeurde. Ik mocht binnenkomen. Zijn vriendin was er ook. Milko woonde mooi, al was de kamer wat leeg. Er lagen her en der wat tijdschriften, maar verder niets bijzonders eigenlijk. Milko sprak amper Engels. Communiceren was dus lastig. Wat ik me vooral herinner is de vreemde sfeer. Ik zat op de bank, zijn vriendin zette iets van Turkse koffie, Milko ijsbeerde wat en er werd niets gezegd. Tot zijn vriendin ineens begon te tieren. Het kwam er op neer dat zij niet wilde dat hij met mij sprak, zonder dat er een tolk aanwezig was. Milko leek niet echt onder de indruk, maar verzocht me wel om ’s middags af te spreken. Met tolk dus. Z’n vriendin kreeg haar zin, en dus ging ik maar weer weg.’ Milko kwam uren later warempel opdraven in dat restaurant. Tolk Bobbie hielp hem bij het verwoorden van zijn frustraties richting FC Groningen. ‘Het kwam er in hoofdlijnen op neer dat hij Pim Verbeek een waardeloze trainer vond. Hij begreep niet dat iemand die zelf niet op niveau gespeeld had, hem ging vertellen wat hij wel en niet moest doen. Ook ergerde Djurovski zich aan de maniertjes van de trainer. Telkens als een topper op het programma stond, werd Milko gepaaid. Dan was Verbeek hem nodig. ‘ Milko trapte daar niet in’, herinnert Johan zich. ‘Dan wendde hij gewoon een blessure voor en speelde niet. Gewoon om Verbeek dwars te zitten. Ook het systeem deugde in zijn ogen niet. Er werd veel te veel met lange ballen gespeeld. En met de pers was hij helemaal klaar. Zeker toen er gesproken werd over goudsmokkel. Laf, zo noemde hij de mensen van het Nieuwsblad van het Noorden.’

Die laffe lui kregen later lucht van Johan’s bezoek aan Djurovski, en probeerden hem te bewegen zijn uitgetikte verhaal te sturen. ‘Ik had Milko beloofd het niet door te spelen aan het Nieuwsblad. En dus deed ik dat ook niet. Sterker nog; het verslag van zeker vijf  A4’tjes is nooit gepubliceerd. Zelfs niet in het clubblad van VV Zuidhorn, de club waar ik zelf voetbalde. De redacteur vond het veel te lang, haha.’ Zelf was Kamphuis overigens geen type Djurovski. ‘Ik was meer het type kuitenbijter. Iemand die een speler als Djurovski moest dekken. Een schoppertje vooral’, zegt de weerman. Djurovski vertelde veel, zo niet alles. Ze aten en dronken, Milko rookte. ‘Ik maakte foto’s, niet echter voor Milko dan weer wat asbakken aan de kant had geschoven. Zo professioneel was hij dus wel. Het was een heel bijzondere ontmoeting.’

Later belde Johan hem nog eens, daarna was er geen contact meer. Tot dus onlangs het boek over de rookmagier verscheen en Djurovski weer eens naar Groningen afreisde. ‘Hij was er met een vrouwelijke tolk. Die vertelde ik mijn verhaal. Ze liep naar Milko, die meteen mijn kant op keek. Zijn ogen twinkelden. Hij kende me nog, wist precies wat ik bedoelde. Toen was voor mij de middag al geslaagd.’

Kamphuis is weerman en sportliefhebber. Hij is echter vooral mensen-mens. Op de een of andere manier weet hij mensen te bewegen hun verhaal te vertellen. Zo was Kamphuis ineens bekende Groninger na het ontslag van FC Groningen trainer Pieter Huistra. De Fries was zo aangedaan door zijn ontslag, dat hij letterlijk woedend via de achteruitgang de Euroborg verliet. Met niemand wilde hij praten. Behalve één persoon. En dus mocht Johan overal aanschuiven om min of meer namens Pieter te vertellen waarom hij zo boos was. En nog steeds heeft Kamphuis contact met de trainer. Nog iets. Ooit liep Johan het complex van VV Zuidhorn op. En wie staat daar naar een jeugdwedstrijdje te kijken? FC Groningen aanvaller David Texeira. Johan wandelt op hem af en zegt dat hij journalist is. Texeira wimpelt hem af, maar later raken ze toch aan de praat en loopt de aanvaller leeg. Hij baalt van FC Groningen en zegt dat de spelers trainer Van de Looi niet serieus nemen. Het verhaal doet heel wat stof opwaaien. De bij FC Groningen verguisde spits Suk dan. Ook een apart verhaal. Had eigenlijk met niemand contact. Behalve met Kamphuis. ‘Ik heb het altijd in hem zien zitten. Gelijk Djurovski intrigeerde hij me en zo is er contact ontstaan. Een hecht contact. ‘Nooit vergeet ik dat moment dat ik het veld van VV Roden opliep en er uit het niets een Koreaan voor mijn neus stond. ‘Ee, Johan. Kapper geweest’, zei hij in zeer gebrekkig Nederlands, wijzend richting mijn kale hoofd. Geweldige jongen die Suk. En achteraf heb ik gelijk gekregen natuurlijk, want hij werd voor ik weet niet hoeveel miljoenen euro’s verkocht aan Porto.’ Kamphuis gaat ook nog regelmatig naar voormalig FC Groningen doelman Harry Schellekens.

Johan heeft iets waardoor mensen gaan praten, ook al zijn ze dat helemaal niet van plan. Zelf zegt hij dat het door zijn benadering komt. De menselijke benadering. Benieuwd wie binnenkort een bijzonder verhaal aan hem gaat vertellen.