Ouders Bauke Mollema reizen af naar de Alpen

ouders Bauke Mollema

“Eigenlijk wilde Bauke professioneel ijshockeyer worden”

Moeder Anko Bangma en haar man Herbert van der Veen zullen bij de tweede Tour de France van hun zoon Bauke Mollema zijn. Net als vorig jaar. Niet alle etappes, een aantal en de Alpenronden zullen de hoogtepunten worden. Hoewel Herbert niet de biologische vader van Bauke is, wordt duidelijk dat hij zich wel zijn vader voelt. Moeder Anko – “eigenlijk heet ik Antje, maar dat kon ik vroeger als klein kind niet zeggen, dus noemde ik mezelf steevast Anko en dat is zo gebleven” – en man Herbert zijn al jaren bij elkaar en hebben Bauke samen de eerste rondjes op de fiets zien maken. Tijdens het gesprek wordt al snel duidelijk dat de nuchterheid die Bauke zo typeert zijn moeder niet vreemd is. We zitten in Dokkum, in een prachtig oud herenhuis én in een tamelijk exclusief gesprek. “We zijn benaderd door meerdere media, onder andere door RTV Noord. Daar hebben we geen behoefte aan, we willen lekker rust en anoniem naar Bauke kijken.”
Het is ongetwijfeld één van de mooiste plekjes van Dokkum, aan het water bij de Vleesmarkt, vlakbij het beroemde bruggetje van Dokkum, het keerpunt. "We hebben hier afgelopen winter veel geschaatst en vooral veel pannen met snert gemaakt,” glimlacht Anko. “Jammer dat de Elfstedentocht net niet doorging. Komend jaar dan maar. Als de Tocht verreden zou worden, zou ik hem samen met Bauke gaan rijden. Hij natuurlijk voor het kopwerk”, knipoogt Herbert.

Ze kunnen zich de allereerste fietsbewegingen van Bauke nog goed herinneren. “Maar eigenlijk wilde Bauke professioneel ijshockeyer worden. Toen hij een jaar of drie was, zat hij naar Olympisch ijshockey voor de tv te kijken. En tijdens de huldiging wist hij het zeker, dat wilde hij ook. En als Bauke eenmaal iets in zijn hoofd heeft dan moet dat ook gebeuren. Eigenlijk wilde hij direct al gaan ijshockeyen, maar ik heb hem duidelijk verteld dat hockey pas aan de orde was, wanneer eerst het zwemdiploma werd gehaald,” blikt Anko terug.

Om een lang verhaal kort te maken, al vrij snel trok Bauke dan ook zijn eerste baantjes in het zwembad verstopt tussen kurkjes en plankjes. Het was blijkbaar een goede motivatie want al vrij snel had hij het zwemmen onder de knie, zijn diploma op het zwembroekje en konden de schaatsen gekocht worden. Het werd echter geen lange carrière op het ijs. “We brachten Bauke samen met zijn vriendje uit Zuidhorn, Maurice Mendua Pessy wekelijks een paar keer naar de ijsbaan maar na de winter volgt altijd de zomer. En dat had zo zijn vergaande gevolgen. Op het ijs vond Bauke het geweldig. In de zomer waren er echter ook trainingen, maar dan niet op het ijs vanzelfsprekend. Dan moest er worden gerend en geklommen in het stadspark. Dat vond hij helemaal niets,” lacht Anko als ze de oude beelden weer voor zich ziet. ‘Ik kom om te schaatsen en niet om te rennen’ wist Bauke heel zeker en nam daarmee afscheid van zijn droom om Olympisch goud te winnen bij het ijshockeyen. Daarna werd er gesnuffeld aan het voetballen, bij de vv Zuidhorn en ook nog even een paar rondjes gerend op de atletiekbaan.

Na een aantal jaren hield hij het voor gezien. Hiermee was een podium op het hoogste niveau ook niet haalbaar. Er diende zich in de jaren ‘90 echter een nieuwe kans aan toen Bauke op een oude opoefiets steevast vanaf Zuidhorn naar Groningen reed op weg naar de middelbare school. Dagelijks schoot hij daar inwoner van Zuidhorn en wielerfanaat Brand Bos als een raket voorbij, die vol verwondering besloot hem eens staande te houden en uit te nodigen om mee te fietsen met de wielerclub waar Bos lid van was. Bauke kreeg er lol in en werd lid van de Noordelijke Wielervereniging. “Daar viel hij op”, weet Herbert. “In de eerste plaats, omdat hij zo hard reed en in de tweede plaats omdat hij op zulk oud materiaal reed. Dat gebeurde ook al een keer op de Posbank bij Arnhem. Een zware klim en Bauke reed daar als groentje mee, uiteraard nog op zijn oude fiets en kwam als eerste aan boven op de berg."
De combinatie van oud materiaal en snelheid zorgden uiteindelijk voor zijn doorbraak. “Bauke ging op uitnodiging van een andere wielervereniging mee naar Spanje om daar een aantal wedstrijden te rijden. Op zijn oude fiets. En op dat verouderde materiaal reed hij daar alle mannen met hun hypermoderne fietsen opnieuw van de weg. Het viel Nico Verhoeven, één van de huidige ploegleiders bij de Rabobank op. Hoe kon iemand op zo’n oud brikje zulke snelheiden behalen? Bauke werd benaderd en een jaar later reed hij al voor de continentals bij de Rabobankploeg. Dat was in feite de aftrap van zijn professionele carrière.”

Inmiddels gaat Bauke voor zijn tweede Tour de France, maar gedraagt hij zich nog altijd hetzelfde als voor de Tour en ook als voor zijn wielercarrière. Ook Anko en Herbert zijn nuchter onder het succes en vinden het niet meer vreemd, wanneer ze een krant openslaan en het weer over Bauke gaat. “De weg naar de top gaat heel geleidelijk. Eerst eens een kadertje in de krant, daarna een interview en nu zijn daar de tv en radio, maar ook de grote kranten bijgekomen. Ik lees lang niet alles,” biecht Anko op. “Wat er staat weet ik toch al wel.”
Dat Bauke op zijn zachts gezegd anders is dan de doorsnee renner beseffen de ouders zich wel. “Natuurlijk zien we ook hoe hij zich gedraagt tijdens interviews en tv optredens. Hij is zichzelf. Nuchter en open. Al kan hij kan af en toe ook best koppig zijn, dat zal wel met zijn Friese afkomst te maken hebben,” grapt Anko om te vervolgen: “Sterallures of arrogantie, daar heeft hij echt helemaal niets mee. Hij zou het niets eens kunnen. Zijn grote kracht is zijn mentale weerbaarheid. Hij raakt niet in de war bij tegenslagen.”
Ze zien uit naar de Tour de France. Herberts ogen beginnen te stralen. “Bauke heeft ons ook weer helemaal met het fietsvirus besmet. Anko was vroeger al fanatiek wielrenner, ik minder. Maar beide doen we het nu graag. We gaan zelf dan ook lekker fietsen in de Alpen. Nee, we kijken niet alles. De Alpenetappes zien we echt naar uit. De wielersport is geweldig. De sfeer is doorgaans vriendelijk en de sporters makkelijk benaderbaar. Daar voelen wij ons thuis. Daar waar voetballers op hun 16e al helemaal afgeschermd worden van publiek en media, waar ze verblijven in 4-sterren hotels en worden vervoerd in grote auto’s, daar staat Bauke zich nog gewoon in een achtertuin om te kleden. Of Bauke een hele grote wordt, weet ik niet. Wij hebben geen verwachtingen, daar zijn we niet mee bezig. Hoe het in de Tour gaat, zien we de komende weken wel. Hij voelt zich lekker. Zijn rol is anders, hij wordt vader, maar ergens heb ik zo’n idee dat ook deze ontwikkelingen geen negatieve invloed hebben op zijn prestaties. Maar je weet het nooit.”
Dan biecht Anko haar grootste angst op: “De wielersport is geweldig mooi, maar eigenlijk ook levensgevaarlijk. De afdalingen met 100 kilometer per uur zijn een verschrikking. Daar durf ik eigenlijk niet naar te kijken. Ik moet er toch niet aan denken dat er met die snelheid wat gebeurt. Motorrijders hebben een dik pak aan, wielrenners alleen een dun broekje.” Het allermooiste moment uit de nog prille wielercarrière van Bauke kan Anko zich nog goed voor de geest halen. “Na afloop van de laatste etappe op de Champs-Élysées is het de gewoonte dat alle ploegen in een soort van Noord-Koreaanse stijl afscheid nemen van het publiek. Dat is heel strak georganiseerd. Wij stonden daar in het publiek en riepen baar Bauke. Toen hij ons door het lawaai heen zag, bedacht hij zich geen moment en stuurde dwars door de parade naar ons toe. Tien jaar geleden stonden we daar ook, samen met Bauke. Achter de hekken te kijken naar zijn grote voorbeelden. Nu stonden wij achter het hek naar Bauke te kijken. We gaven elkaar een dikke knuffel zonder veel woorden. Want dit gevoel was niet in woorden uit te drukken.”