Oudste schaatsenslijper van Nederland wil niet dood achter zijn machine neervallen

Karst Doornbos stopt na dik zeventig jaar met slijpen

NIEKERK – De oudste schaatsenslijper van het land stopt er mee. De inmiddels 83- jarige Karst Doornbos vindt het na ruim zeventig jaar welletjes geweest. ‘Ik denk wel dat ik het ga missen, maar op den duur is het genoeg geweest. Ik wil niet achter de machine dood neervallen.’

De telefoon gaat in huize Doornbos. Karst Doornbos, de alom bekende schaatsenslijper uit Niekerk, neemt op. ‘Ja? En wanneer kunt u? Dinsdagmiddag? Zullen we drie uur doen? Uitstekend, zie ik u dan..’. Mevrouw de Vries kan dinsdags terecht om haar schaatsen – of ‘scheuvels’, zoals Karst ze standaard noemt- weer ragfijn te laten slijpen. Een vaste klant, zo zal Doornbos later verklaren. Eigenlijk zijn al zijn klanten vaste klanten, geeft hij toe. ‘De meesten komen altijd terug om hun scheuvels bij mij te laten slijpen. Aan de scheuvels kan ik direct zien of het vaste klanten van mij zijn, of dat ze eerder bij een andere schaatsenslijper zijn geweest. Als dat laatste het geval is, ben ik gemiddeld veel langer met een paar bezig. Een paar scheuvels die ik eerder sleep, heb ik na een minuut of tien klaar.’
Karst is de derde generatie van de familie Doornbos die de kunst van het slijpen zich eigen heeft gemaakt. ‘Misschien dat ik de zelfs de vierde generatie ben. Mijn grootvader heeft nooit verteld of zijn vader ook scheuvels sleep’, zegt Doornbos. Wat Karst wel zeker weet, is dat ‘Doornbos schaatsen’ al aan het eind van de negentiende eeuw ontstond. ‘Destijds ging alles nog met de hand. Er is door de loop der jaren een hele ontwikkeling geweest. Nu slijpt eigenlijk iedereen machinaal.’

Karst begon op zijn twaalfde met het slijpen van schaatsen. ‘Ik weet nog precies hoe dat ging. Mijn opa sleep mijn scheuvels altijd. Mijn vriendjes waren eens bij ons thuis, terwijl mijn opa aan het slijpen was. Ik zei toen tegen mijn vriendjes dat dat allemaal niet zo moeilijk was, en ik het ook wel kon. Anderdaags kwam ik bij opa om mijn schaatsen te laten slijpen en toen zei hij: “Jij kan het zelf toch zo goed? Laat maar zien dan!”. Dus ik ging mijn scheuvels slijpen. Ik had dat toen al honderden keren gezien, dus ik dacht wel een vermoeden te hebben hoe het moest. ’s Middags ging ik naar de ijsbaan en na enkele meters viel ik plat op mien bek!’, Karst lacht bij de herinnering aan dit bijzondere tafereel. ‘Ik kwam thuis en hij zat me al op te wachten, met een grijns van oor tot oor. Ik vroeg of opa mijn scheuvels voortaan weer wilde slijpen. Dat deed hij en hij beloofde dat hij mij, na de winter, het slijpen zou leren.’ En zo begon de Karst aan een ellenlange carrière als schaatsenslijper. Al was het in het begin wel lastig. ‘Je doet er jaren over, eer je het echt door hebt. Je moet leren van je eigen fouten en het duurt een hele poos voor je alles in de vingers had. Destijds ging alles nog op gevoel. Dat is een niet te onderschatten kwaliteit van een goede schaatsenslijper: fingerspitzengefühl.’

Het gevoel voor het slijpen, kweek je volgens Karst niet alleen door het slijpen van de schaatsen. ‘Ik heb zelf jaren geschaatst en in een fanatieke trainingsgroep gezeten. Dan leer je waar de drukpunten zitten op het ijs en dat neem je mee als je slijpt. Omdat ik liefde heb voor de sport, weet ik wat een schaats nodig heeft en hoe die geslepen moet worden.’

Een groot verschil met anders slijpers, is volgens Karst de kwaliteit-kwantiteit verhouding. ‘Sommige slijpers praten over hoeveel schaatsen ze op één dag kunnen slijpen. Bij hen gaat het erom dat de kassa rinkelt. Bij mij is dat niet aan de orde. Wanneer ik slijp, kom ik tot rust en let ik niet op de tijd. Wanneer een schaats af is, is hij af. Hoe lang dat duurt, maakt niet uit.’ Daarnaast is er een groot verschil in de manier van slijpen. ‘De meeste slijpers slijpen haaks op de schaats. Ik slijp lineair, dus in de lengte van de schaats.’ Hierin is hij naar eigen zeggen uniek, aangezien meer dan 90% van de schaatsenslijpers op een andere manier slijpt. Karst liet zelfs een aparte machine bouwen, die perfect aansluit bij zijn manier van slijpen. ‘De machine is door de jaren heen zo ontwikkelt, dat hij op de duizendste millimeter nauwkeurig kan slijpen. Daarnaast zijn er twee motoren aanwezig op de machine. De één is voor het slijpen en de andere voor het na-polijsten. Waar andere slijpers vaak handmatig na-polijsten, ben ik in één keer klaar.’ Nu Karst gaat stoppen, komt die machine te koop. ‘Er staat geen prijs op de machine. Geïnteresseerden mogen erop bieden. Het zal echter nog wel even duren voor de koper de machine onder de knie heeft. Ik ben bereid de koper uit te leggen hoe de machine werkt en wat nu precies het geheim van schaatsenslijpen is.’

Tot de machine verkocht is, blijft Karst gewoon slijpen. ‘Ik vind het nog steeds erg leuk. Ik slijp wel minder dan vroeger. Nu gaat alles op afspraak. Ik slijp van tien tot twaalf ’s ochtends en van twee tot vijf ’s middags. Als ik vol zit, dan zit ik vol. “Morgen bent u de eerste”, zeg ik dan.’ Er waren winters bij dat Karst het er drukker mee had. ‘De laatste Elfstedentocht bijvoorbeeld’, zegt Karst. ‘Toen was ik van zes uur ’s ochtends tot twaalf uur ’s nachts bezig en dat iedere dag van de week.’ Aan zulke lange werkdagen wil –en hoeft- Karst niet meer te denken. ‘We hebben al vier jaar geen echte winter meer gehad en omdat ik alles op afspraak doe, kan ik maar een maximaal aantal scheuvels per dag slijpen. Van zes tot twaalf werken, is er niet meer bij’, zegt hij. Toch verwacht Karst dat er ooit weer een Elfstedentocht zal plaatsvinden. ‘Ongetwijfeld’, meent hij. ‘Al vrees ik dat ik die niet meer zal meemaken.’ Opmerkelijk is dat Karst de laatste Elfstedentocht, daterend uit 1997, geen ‘echte’ vond. ‘Het weer was te mooi en het ijs lag er veel te goed bij. Een Elfstedentocht gaat om het afzien. Zelf reed ik nooit een Elfstedentocht –daar hadden we het immers altijd te druk voor – maar dat is hoe ik het zie. Misschien dat ik er anders tegen aan had gekeken als ik zelf had meegedaan.’

Karst, een geboren Niekerker, kon het slijpen altijd goed combineren met zijn werk. ‘Ik had een eigen timmermansbedrijf. Wanneer het winter was en ik het drukker kreeg met slijpen, dan werkte ik minder als timmerman en was ik meer bezig met slijpen.’ Na zijn pensioen, kon Karst zich helemaal op het slijpen focussen. En het bijzondere is: hij leerde nog steeds bij. ‘Dat is het bijzondere aan het slijpen. Je leert telkens weer. Niet alleen de technieken van de machine ontwikkelen zich, ook je eigen vaardigheden worden steeds weer bijgespijkerd.’

Eerder verkocht Karst ook schaatsen en schaatsschoenen, maar dat is al een tijdje niet meer het geval. Karst stopte daarmee, nadat er in 2010 longkanker bij hem werd geconstateerd. Zijn long werd verwijderd, en van de ziekte is hij helemaal genezen, maar het heeft zeker invloed op hem gehad. ‘Praten kost enorm veel energie. Daarom ben ik gestopt met de inkoop en verkoop van schaatsen. Bij het slijpen zelf hoef ik gelukkig niet te praten. Dat wil niet zeggen dat ik af en toe even een pauze neem van het slijpen. Waarom denk je anders dat dat krukje naast mijn machine staat’, lacht hij.
In zijn werkplaats, aan de achterzijde van Slagerij Nanning van Wijk, voelt Karst zich op zijn gemak. ‘Ik vind het heerlijk om hier te werken. Maar goed, er is een begin en er komt  ook een einde. Dat einde is voor mij in zicht. Ik hoop volgend jaar 84 te worden en wil niet dood neer vallen achter mijn machine. Ik heb altijd geroepen dat ik door zou gaan, tot mijn lichaam niet meer kan. Maar dat wil ik nu niet meer. Het zit in m’n kop om te stoppen en dan doe ik dat. Ik ben bereid om de koper van de machine te ondersteunen waar nodig. Ik weet niet of ik het scheuvelslijpen ga missen, maar het is gedaan. Schluss.

Vergeten

Ontevreden klanten heeft Karst niet gehad, zo zegt hij. ‘Aan schaatsen van vaste klanten heb ik weinig werk. Dat is vaak binnen 10 minuten alweer klaar. Het zijn de schaatsen die eerder door andere slijpers onder handen zijn genomen, die het meeste werk vragen. Om die vlijmscherp te krijgen, ben ik wat langer bezig.’ Opeens bedenkt Karst zich, dat hij wel degelijk een ontevreden klant heeft gehad. ‘Dat was een jongeman. Hij kwam op een drukke dag langs met zijn scheuvels, en toen heb ik die geslepen. Maar in alle drukte, was ik één scheuvel vergeten. Toen stond hij diezelfde middag weer voor mij. “Zeg Doornbos, je hebt mijn rechterscheuvel niet goed geslepen”, zei hij toen. Ik nam de scheuvel van hem aan en voelde meteen dat ik die helemaal niet geslepen had. Ik was het gewoon vergeten! Toen heb ik die andere scheuvel meteen maar geslepen en kon hij weer het ijs op. Hij kon er gelukkig wel om lachen en sindsdien heb ik die fout nooit meer gemaakt.’