Poppenkasten en échte helden

Wat een week. Koningsdag op vrijdag houdt in een drukke en intensieve sluiting van de werkweek. Voor zover je in ons journalistieke vak kan spreken van een ‘werkweek’. Tussen het maken van de foto’s door heb ik het bezoek van ‘Koning Willy’ en zijn gevolg in Groningen gevolgd. Ik heb gezien hoeveel mensen hij naar de provinciale hoofdstad wist te trekken. Mijn mening? Onbegrijpelijk. 365 dagen per jaar, en tot dusverre elke Koningsdag was Groningen vrij toegankelijk. De hoeveelheid feesten die ik daar op 30 april, en later 27 april, gevierd heb. Ik glimlach bij het opschrijven. Hoe anders is dat als de koning daadwerkelijk op bezoek komt. Winkels die verplicht de deuren moeten sluiten, straten die zijn afgezet en mensen die niet meer bij hun eigen woning kunnen komen. Je moet het er maar voor over hebben. Nee, ik vind het een poppenkast. Het hele koningshuis. Een duur betaalde hobby omdat ‘monarchie’ mooier klinkt dan ‘republiek’. Een titel als geboorterecht. En dat in tijden dat we elke nutteloze traditie ter discussie stellen. Behalve dus de traditie die het verdient om ter discussie gesteld te worden. Bovendien, even regionaal, zolang de Shell het predicaat ‘Koninklijk’ mag dragen van onze vorst, hoe vorstelijk is de koning dan tegenover de Groningers? Het is een schande om hier in Stad mooi weer te spelen terwijl de provincie schudt op haar grondvesten en Shell nog altijd met trots de kroon in haar logo en naam mag voeren. Nee, liever heb ik échte helden…

Het enige goede dat Koningsdag, voorheen Koninginnedag, ons brengt –naast een massaal volksfeest- is de jaarlijkse Lintjesregen. Ook dit jaar weer een enorme happening in vooral de gemeente Zuidhorn waar de burgemeester niet elk pareltje van de samenleving uitnodigt op het gemeentehuis, maar daadwerkelijk naar de mensen toe gaat. Dé gemeente waar leugentjes om bestwil worden verteld om de meest welwillende vrijwilligers naar een locatie toe te lokken waar de burgemeester wacht met het welverdiende lintje. Want alhoewel de eerste zin altijd is: ‘Het heeft de Koning behaagd om…’ zijn het altijd de naasten die de gedecoreerden hebben genomineerd voor de onderscheiding. Lieve mensen, ‘onze’ koning heeft geen idee wie u bent. Uw naasten wel. Zij zijn degenen die aangeven wie er écht een lintje heeft verdiend. En dat is misschien nog wel mooier ook. Koningsgezind ben ik niet. Dat zal u inmiddels duidelijk zijn. Het is voor ondergetekende echter wel oprecht genieten van de lintjesregen. Ik geef toe, ik kan er zelfs geëmotioneerd van raken. Zoals bij de onderscheidingen van Frans Talstra en Albert Been. Mensen die ik persoonlijk ken en regelmatig spreek voor uiteenlopende doeleinden. Zelden lintjes meegemaakt zo verschrikkelijk terecht waren. Vanuit de eigen samenleving, voor échte helden.

Het was een week die mij sowieso niet in de koude kleren is gaan zitten. 26 april. Lintjesdag. 2017. De laatste dag dat ik met burgervader Bert Swart op stap mocht langs wat hij noemde ‘het cement van de samenleving’. Zijn verjaardag ook. Ik weet nog dat er in de Liudgerkerk van Oldehove voor Swart werd gezongen. Met orgel. Ook klonk het ‘Lang zal hij leven’ in Grijpskerk bij het laatste lintje dat hij uitreikte. Hoe kort zou het uiteindelijk worden. Een dag later werd Bert Swart onwel, twee maanden later kwam de mokerslag. Op 25 april 2018 is de Bert Swartbrug een feit. Een mooi feit. Het is terecht dat de spoorbrug die de oevers van het Van Starkenborghkanaal verbindt, is vernoemd naar de ultieme verbinder. Op een dag na precies op zijn verjaardag. Bert Swart was een bruggenbouwer. Tegenwoordig is hij naamgever van de mooiste brug van Nederland. Zoals het hoort. Een échte held ook. Mocht u straks eens aan het mooie Reitdiep zitten bij Garnwerd aan Zee of Café Hammingh, besef dan vooral dat dit unieke en schitterend stukje Middag bij het Westerkwartier hoort dankzij de ongelooflijke inzet en vasthoudendheid van Bert Swart. De man die een stempel heeft gedrukt op zijn eigen gemeente Zuidhorn én op de toekomstige gemeente Westerkwartier. De man die voor altijd herinnerd zal worden door de schitterende brug over het Van Starkenborghkanaal. De brug die hem zo lief was en waarvan hij de ontwikkelingen –samen met hondje Bo- nauwlettend in de gaten hield. Het is leuk, zo’n koningshuis. Maar ik sta deze week liever stil bij onze échte helden. Dit jaar in de vier Westerkwartiergemeenten liefst 23 stuks, zo leert ons de meest recente lintjesregen. En Bert Swart dus. Benaderbare mensen voor wie geen hele straten afgezet hoeven te worden om een paar handjes te schudden.