Provincie is een spreektaalfunctionaris rijker

Ingeborg Nienhuis

VIERHUIZEN – Vanaf 1 april aanstaande is Groningen een spreektaalfunctionaris rijker, en wel in de persoon van de 34-jarige Ingeborg Nienhuis. De uit Zoutkamp afkomstige en bij Vierhuizen wonende Nienhuis zal voor een periode van in ieder geval negen maanden in de stoel der streektaalfunctionarissen bij het Bureau Groninger Taal en Cultuur (BGTC) gaan zitten. “Ik hoop dat deze negen maanden een basis vormen voor meer, waarin ik een scala aan onderzoeksmogelijkheden mag inzetten”, lacht ze.

Het Bureau Groninger Taal en Cultuur is een initiatief van de Provincie Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen. Als spreektaalfunctionaris gaat Nienhuis bijdragen aan het vastleggen, onderzoeken en promoten van het Gronings. “De functie is best lastig uit te leggen”, vertelt ze. “De eerste streektaalfunctionaris, Siemon Reker, trad begin jaren ’80 aan. Inmiddels is hij al jaren professor en binnenkort gaat hij met emeritaat. Intussen is er veel veranderd in het veld. Binnen de methodologie, dat zijn de manieren waarop je wetenschap kunt bedrijven, zijn er verschillende insteken te verzinnen die kunnen worden losgelaten op het Gronings. Het is goed om de komende tijd te kijken naar welke geschikt zijn voor het registreren van onze taal.”

Nienhuis zal daarnaast veel samen gaan werken met medewerkers van het Huis van de Groninger Cultuur, op verzoek van de provincie, die de samenwerkingsverbanden tussen eerdergenoemde instanties wil versterken. “Bij het uitdragen en promoten van de taal ligt het voor de hand om krachten te bundelen.” Het doel van het onderzoek is vooral de evolutie van het Gronings vastleggen. “Het Bureau Groninger Taal en Cultuur is in de jaren ’80 begonnen met het verspreiden van vragenlijsten voor Groningssprekenden. Hierop zijn reacties gekomen uit alle provinciale windstreken, zodat materiaal vastgelegd kon worden van de verschillende typen Gronings die worden gesproken. De mensen die de vragenlijsten invulden schreven dan fonetisch op hoe zij een bepaald Gronings woord uitspreken. Een dergelijk onderzoek kennen andere streektalen ook en het draagt binnen het Gronings de naam ‘Vroag en antwoord’. Zulke vragenlijsten zijn jaren later opnieuw verstuurd, om de veranderingen in kaart te brengen. De laatste keer is in 2015 geweest en na zo`n tijdsbestek zie je echt goed hoe het Gronings verandert en zo kun je daar conclusies aan verbinden. We kunnen in de toekomst wellicht ook iets doen met gesproken Gronings.”

Met deze manier van werken wil Nienhuis een beeld scheppen van hoe het Gronings gebezigd wordt. “En er kan meer gedigitaliseerd worden”, vult ze aan. De baan is haar in ieder geval op het lijf geschreven. Ze is afgestudeerd in de Nederlandse Taal- en Letterkunde met een scriptie over Nedersaksische streektaalliteratuur. “Ik heb er enorm veel zin in”, besluit ze lachend.