Rondje deur Mien Westerkwartier: Briltil

BRILTIL – Briltil is een dorp in de gemeente Zuidhorn en ontstaan rond 1600. De naam van het dorp komt van een ophaalbrug (til) over het Hoendiep naar de streek ‘de Bril’. Na de enorme groei van het dorp Zuidhorn als forensenplaats dreigde het ‘kleine’ Briltil in de jaren ’90 te worden opgeslokt door het ‘grote’ Zuidhorn en verder te moeten als wijk. Dit zeer tegen de wens van de dorpsbewoners die in verweer kwamen. Met succes, want Briltil is nog altijd één van de 13 dorpen in de gemeente Zuidhorn. De plaatsnaambordjes bevestigen dat.

 

 

Briltil. De overval.

In mijn herinneringen neemt Briltil een speciale plaats in. “Mien opoe woonde op Bril”. Toen ik als jochie van 6 tot 10 jaar in Zuidhorn op school zat logeerde ik vaak bij opoe. Ik was wat ze noemde: “Opoes jonkje”. Waarschijnlijk had dat met een bijzondere gebeurtenis te maken, ik draag de voornaam van mijn opa, die in dezelfde nacht is overleden als dat ik werd geboren. Heel bijzonder natuurlijk, de ene generatie gaat en bijna gelijktijdig komt een volgende.

Logeren “op Bril” was nooit vervelend. Opoe woonde in een blokje van drie. Ik sliep op de open zolder, te bereiken via een blauw geverfde trap. Het “Huuske” stond achter op de tuin, als je even nodig moest dan ging je door de kou naar buiten. Met de vrouw van de brugwachter, ( misschien was zij zelf wel de brugwachter) mocht ik meelopen op de kwartronde vlonder om de brug open te duwen als er een schip doorkwam. En dan hield ze inderdaad het klompje aan de hengel, waar de schipper  een geldstuk instopte. De draaibrug en de vlonder zijn er nog steeds.

Een ander hoogtepunt was meestal een bezoek aan het winkeltje van Barbara en Sietske. Van opoe kreeg ik dan een paar centen mee en daar kon ik zoute dropjes voor kopen. En handjevol dropjes in een flesje, water er bij en dan maar flink schudden. Dropwater, wat een traktatie. Je kon er wel twee hele dagen mee doen. Later met opoe wandelen langs de suikerfabriek aan het Hoendiep. Daar had opa altijd gewerkt. Hele verhalen vertelde opoe dan altijd. Over de opkomst en de drukte die het in het dorp had gegeven en hoeveel mensen er wel niet werkten.

Naast de fabriek stond de directeurswoning. En dan kwam het echte grote verhaal. Een verhaal waar ik ’s nachts wakker van kon liggen. Niet omdat ik het zo’n mooi verhaal vond, maar gewoon omdat het me bang maakte. Stel je voor. Ikzelf in een slachtofferrol.

Wat was er gebeurd. In de nacht van 30 op 31 december 1955 zijn drie gemaskerde mannen de slaapkamer van de directeur, de heer A. Gast,  binnengedrongen. Ze zetten een pistool in zijn rug en dwongen hem naar het kantoor te gaan en de kluis te openen. Daar maakten ze een flink bedrag buit, lonen en melkgeld, ongeveer 10.000 gulden. Maar het ergste van het verhaal was dat de vrouw van de directeur, en ook de beide zoontjes van 6 en 11 jaar, werden vastgebonden op hun bed. En zo vertrokken de boeven. Voor de zekerheid werd de telefoonlijn doorgesneden.

Gelukkig ben ik de angst overgroeid. Als ik nu door Briltil rijdt langs het Hoendiep dan zie ik alleen de oude directeurswoning nog staan. Van de fabriek is niets meer over. Ook het huis van opoe is helemaal verdwenen, laat staan het “huuske”. De vrijgezelle zussen Barbara en Sietske zijn al heel lang overleden. Hun winkeltje is onherkenbaar. “Bril” ademt rust en vrede uit. Niet herinnert meer aan dat vreselijke drama. O ja, en je kunt er heel lekker eten.