Rondje deur Mien Westerkwartier: Den Horn

DEN HORN – Den Horn is een klein dorp in de gemeente Zuidhorn. Het dorp ligt vrij geïsoleerd in het oosten van de gemeente, net ten zuiden van de spoorlijn tussen Groningen en Leeuwarden, en heeft ruim vierhonderd inwoners. Den Horn is een betrekkelijk jong dorp. Het is rond 1700 ontstaan langs een bedijking. De naam Horn verwijst waarschijnlijk naar ‘hoogte’ of ‘hoek’. Het oorspronkelijke dorp ontstond in de zuidwest hoek van de bedijking.

 

Margaretha van de LageMeeden

 

Als je in de buurt van Den Horn op 2e Pinksterdag een kleurrijke processie tegenkomt moet je niet raar opkijken. Het zijn leden van de Groninger Russisch-orthodoxe kerk  die deze processie houden ter ere van de heilige Margaretha. Ieder jaar is er op 2e pinksterdag een gebedsdienst in Den Horn en aansluitend maakt een klein groepje gelovigen een eenvoudige pelgrimstocht  naar het oude  kerkhof aan de Lagemeeden.

Het klooster Aduard was ooit een groot complex met veel bezittingen. De monniken bewerkten de rijke Groninger grond  en in de abdij bestudeerden belangrijke wetenschappers de bijbel en de wereld.  Fredericus Gayckinga,  rond 1340 de abt van Aduard, was een ambitieus man. Hij wilde het geloof verspreiden over Groningen. Maar hij vond het nog belangrijker om meer land te verpachten,  zodat het klooster nog rijker en machtiger zou worden.

Op een dag ging de abt op reis naar de paus in Avignon. In zijn bagage zat een plechtig document met het verzoek om een zusterklooster Lutje Aduard te mogen stichten. Hoe machtig hij ook was, voor het stichten van een nieuw klooster had hij pauselijk goedkeuring nodig. Na een zware en avontuurlijke reis kuste Fredericus eindelijk de hand van  Zijne Heiligheid. De paus die al had gehoord dat het klooster Aduard zeer welvarend was, wilde weten wat hem in Avignon bracht omdat geldelijk gewin hoog in het vaandel van de paus stond.

‘Heiligheid, ik wol joe vroagen of we t klooster Lutje Aduard stichten kinnen. Bie Ten Boer is de klaai zo vruchtboar, dat we doar groag een  zusterklooster willen.  Butendes wil ik joe vroagen om twee Auwerder monniken, Richard van Aduard en Emanuel de  Sesalco, heilig te verkloaren.

De paus, zich goed bewust van de rijkdom van het klooster,  vroeg een flinke som geld voor de heiligverklaring en nam het besluit omtrent Lutje Aduard in beraad.  Daarmee leek het dat de lange reis van Fredericus helemaal voor niets was geweest. De paus zag zijn teleurstelling en wilde de rijke abt tot vriend houden en besloot om de abt een heilig relikwie mee te geven; de arm van de Heilige Margaretha.

De Heilige Margaretha was de dochter van een heidens priester in Antiochië in Libanon. Als meisje was ze opgevoed door een christelijke vroedvrouw en Margareta was tot het Christelijke geloof gekomen. Haar vader had haar vanwege haar geloof verstoten en zelfs aangegeven bij de prefect. Margaretha vluchtte, maar werd achterhaald en voor het gerecht gebracht. Margaretha was een bijzonder mooie vrouw. Eén van de rechters stelde voor om met hem te trouwen, mits ze haar geloof zou verlaten. Toen Margaretha dat weigerde werden er brandende fakkels in haar lichaam gestoken en daarna in kokende olie gedompeld. Maar ze bleef weigeren haar geloof op te geven en werd in de kerker gegooid. Hier herstelde ze wonderbaarlijk snel van haar wonden. In de kerker werd Margaretha bezocht door de duivel in de gedaante van een draak. Het dier wilde haar wurgen maar iedere keer wist Margaretha de ban te breken door een kruisteken te maken. Eén keer werd ze zelfs door de draak opgevreten, maar ze kon toch weer uit zijn buik ontsnappen.

De bevolking van Antiochië was diep onder de indruk van deze wonderen en bekeerde zich massaal tot het Christendom. De rechters hebben de dappere vrouw toen onthoofd, waarna de christenen haar lichaam verstopten. Later kwam de arm van Margaretha bij de paus, die hem meegaf naar Aduard.

Toen Fredericus met het reliek terug kwam, schonk hij het aan de kapel in de Lagemeeden. Hij had deze kapel zelf gesticht en deze kerk had een aparte klokkenstoel. Het geluid van de zware klok klonk ver over het land  bij diensten en begrafenissen.

De gelovigen in Groningen kenden het verhaal van Margaretha. De kerk, die de arm van Margaretha in een fraaie zilveren reliekhouder bewaarde, werd een bedevaartsplek. Het klooster werd nog rijker door de vele offergaven.

Met de reductie verdween de macht van de kloosters en werden veel rijkdommen van de kerk verwoest. De arm van Margaretha was toen al lang verdwenen uit de kerk van Lagemeeden. De boeren beweerden dat de predikant de arm had verstopt en tot zijn dood aan niemand had verteld waar. Jarenlang werd er gezocht, maar toen de kerk in 1862 werd afgebroken was de arm van Margaretha nog steeds niet terug gevonden.

Maar de heilige Margaretha leeft nog steeds in de harten van de gelovigen.