Rondje deur Mien Westerkwartier: Eibersburen

EIBERSBUREN – Eibersburen is een gehucht in de gemeente Grootegast. Het ligt langs het van Starkenborghkanaal, tussen Gerkesklooster en Gaarkeuken, even ten oosten van de gelijknamige brug bij Lutjegast. Tussen 1654 en 1660 werd in opdracht van de provincie Groningen het Hoendiep gegraven tussen Stroobos en Zuidhorn. Tussen beide plaatsen werden vier sluizen gelegd (de sluis bij Stroobos verdween na 1856). In 1685 komt de buurtschap voor het eerst voor op een kaart als Eibersburen.

De Kei

Bij het buurtschap Eibersburen ligt een brug over het van Starkenborgkanaal. Tot 2007 was dat een oude basculebrug uit 1935, die in de volksmond ‘de Hoge Brug’ genoemd werd. Bij ‘de Hoge Brug’  was het voor de Lutjegasmer jeugd te doen. Rondcrossen met fietsen en brommers, stiekem t eerste fleske bier drinken, een sigaretje roken en vanzelf met een ‘schief oogje noar de wichter kieken’.

In de zomer was het kanaal een mooie zwemplek. Op het talud kon je liggen te zonnebaden, het kanaal bood verkoeling en de brugwachtersvrouw verkocht ijs.

In het midden was het kanaal flink diep, maar aan de kanten kun je staan. Zo heeft menig jong ventje daar ook zwemmen geleerd.  Was je een beetje gevorderd als zwemmer en wilde je indruk maken op het aanwezige publiek dan sprong je vanaf de brug het water in. Nog liever dook je met een sierlijke boog, onder luid applaus, van het bovenste randje van de brugleuning. Dat mocht natuurlijk niet, maar de brugwachter kneep meestal een oogje toe.

Dezelfde brugwachter had ons ook verteld over “de Kei”. Hij beweerde ‘Verduld as t niet woar is’, dat er vlak onder de brug, op het diepste punt van de vaargeul, een joepster van een kei lag van wel 12 meter lang. Bij het graven van het kanaal konden ze de steenmassa niet weg krijgen en dus hadden ze zand en klei weggegraven, zodat de kei verder weg was gezakt en de boten er geen last van zouden hebben. De brugwachter vertelde verder:  ‘Moar algedurig komt “de Kei” noar omhoog en dat is leemensgevoarlek. Veureg joar kwam er n dikke tanker onner de brug deur en toen heurde ik n krassend geluud. Dat was “de Kei” die de onnerkant van t schip roakte.’

De stoerste zwemmers probeerden zo diep het water in te duiken, dat ze de bodem aan konden raken en natuurlijk kwamen ze dan boven met het verhaal dat ze “de Kei” aangeraakt hadden. Een fantastisch verkooppraatje richting de jongedames die dat allemaal met bewondering hadden aangezien.

Maar niet iedereen was een held! Menig twijfelaar liep wel over de brugleuning, maar kroop ook snel weer terug hoe hard de omstanders ook riepen.

‘Niet verzuupen Schiet-ien-e-boksem!!!’

Maar het is allemaal geschiedenis. De nieuwe Hoge Brug is 300 meter naar het westen verplaatst, maar ‘de loop is er uut’. Geen zwemplekje meer, maar bordjes ‘Verboden de brug te betreden’. Een geluk voor de schippers, ze schrikken zich niet meer wild als er plotseling een idioot vlak achter het schip springt.

En “de Kei”…, die drijft vast langzaam maar zeker naar een nieuwe plek. Vlak onder het brugdek.