Rondje deur Mien Westerkwartier: Ezinge

EZINGE – Ezinge is een wierdedorp in –nu nog- de gemeente Winsum. Ezinge gaat straks over naar de toekomstige gemeente Westerkwartier. Samen met het buitengebied heeft Ezinge ongeveer 875 inwoners. Het dorp heeft een beschermd dorpsgezicht met een kerk uit begin 13e eeuw. Deze kerk met losstaande toren staat op de rand van de afgegraven wierde. In Ezinge is Museum Wierdenland gevestigd, dat tot doel heeft de aandacht te vestigen op de geschiedenis van wierden en het wierdenland. In maart 2009 is een nieuw gebouw geopend. Het nieuwe pand is sindsdien veel meer dan alleen een museum en kreeg een nieuwe naam: “Wierdenland, Centrum voor wierden en landschap”.

 

 

Trijntje Soldaats

 

‘Denkend aan Ezinge zie ik een oude kerk op een half afgegraven wierde staan, schilderijen van de Ploeg, het paardengraf in het Wierdemuseum!’ Muziekvereniging De Eendracht, opgericht in 1816,  is het oudste nog bestaande muziekgezelschap van Nederland en vlakbij het dorp staat de statige Allersmaborg, met een tuin vol oude fruitrassen, nu in gebruik als congrescentrum van de Rijksuniversiteit. Ezinge is een dorp met een enorme historie en een bijzonder karakter en dat voel je als je door het dorp loopt. Voor een verhalenverteller is het dorp nog eens extra speciaal, omdat de oudste Grunneger Sprookjes in dit dorp zijn opgeschreven in een schriftje en later zijn gepubliceerd in  ‘Het Boek van Trijntje Soldoats’.

De verhalen zijn oorspronkelijk verteld door Trijntje Wijbrands-Alberts, die waarschijnlijk geboren was in Ezinge. Ze trouwde toen ze 36 was met een Duitse soldaat (vandaar de bijnaam), maar werd helaas al snel weduwe en keerde terug naar haar geboortedorp.

Daar verdiende ze haar kost als naaister en kwam bij de mensen aan huis haar verstelwerk uitvoeren. Zo kwam ze tussen 1800 en 1804  ook bij de familie Arends en tijdens haar werkzaamheden vertelde ze verhalen aan de 11-jarige zoon des huizes Gerrit Arend Arends. Gerrit noteerde die verhalen in een schriftje en in 1928 werd een boekwerkje, onder redactie  van Eilina Huizenga-Onnekes uitgegeven als Groninger volksvertellingen.

Het boek van Trijntje Soldaats telt zeventien verhaaltjes en is een van de oudste mondeling overgeleverde sprookjesverzamelingen, ontstaan vóór de gebroeders Grimm hun sprookjes optekenden. De 17 sprookjesverhalen lijken met onze ogen niet zo heel erg geschikt voor kinderen, omdat er flink wat list, bedrog, bloed en verleiding aan te pas komt. Maar misschien was dat in ogen van de negentiende eeuwse opvoeders wel anders.

Sommige verhalen zijn te herkennen als varianten op bekende sprookjes als Klein Duimpje en Blauwbaard, maar andere zijn minder bekend, zoals het dierensprookje waarin een mus wraak neemt op de boer die zijn vriend de hond gedood heeft, omdat deze een stuk spek uit de brijpot rooft. Nadat de mus eerst het beste paard van stal blind heeft gemaakt, komt de ultieme wraak:

Toen zeide de musch: “Eet mij maar levendig op.”

En de boer at hem op en toen kreeg de boer kakkennood en toen zeide hij tegen zijn wijf, dat ze zoude oppassen of de musch er ook uitkwam. En toen zeide het wijf: “Daar komt hij aan,” en de wijf had de bijl metgenomen: “Zal ik maar toehouwen?” Toen zeide de boer: “Ja,” en het wijf hieuw toe, en de musch bukte zich wat naar achteren en toen hieuw het wijf den boer een plas van het gat af en de musch vloog weg en zeide: “Nu het gij doch een stuk tot de brijpot uit en uw beste paard dood en een plas van het gat af.”.

De verhalen worden in één adem genoemd met ‘Het boek van Minne Koning’, waar mevrouw Huizenga-Onnekes 41 andere volksvertellingen opnam. In 2003 werden beide boeken opnieuw uitgegeven met prenten van Carola Rombouts. De verhalen zijn in het Nederlands van die tijd inclusief schrijf- en spelfouten van de 11-jarige opgeschreven.

 

fragment:

‘Daar waren eenmaal drie studenten en die gingen uit te reizen en zij kwamen daar in een land daar de vrouwen toe de vensters uit lagen en die studenten liepen daar door een dorp heen daar lagen de vrouwen met het hoofd toe het venster uit en een student lachte daar een vrouw zo blijd aan en zij lachte hem ook zoo blijd aan  en zij gingen weder voort toen stuurde de vrouw hem haar meid achterna en zeide dat hij reis bij mevrouw komen moest doe ging die Student met in huis en werde geblindoekt binnengeleidt.

Trijntje Wijbrand-Alberts overleed in 1814 in haar huis aan de Peperweg en was toen 65 jaar oud. In de Torenstraat in Ezinge hangen twee bronzen gedenkplaten die aan haar herinneren en met enige regelmaat worden de verhalen opnieuw verteld. Er zijn zelfs plannen om een permanente tentoonstelling te wijden aan het boekwerkje. Het zijn immers wel de eerste genoteerde Nederlandse sprookjes en daar zijn ze in Ezinge best een beetje trots op.