Rondje deur Mien Westerkwartier: Kommerzijl

KOMMERZIJL – Kommerzijl werd tot eind 17e eeuw Opslachterzijl genoemd, is een dijkdorp in de gemeente Zuidhorn, gelegen aan de Kommerzijlsterdiep, dat na het dorp verdergaat als Kommerzijlsterriet en uitmondt in het Reitdiep. Ten westen van het dorp ligt de Ruigewaard en ten oosten het Humsterland. De naam Kommerzijl komt voor het eerst voor in 1602. De achtervoeging zijl verwijst naar de schutsluis (zijl) waarom het dorp ontstond. Voor de stam kommer zijn twee verklaringen: Het zou kunnen verwijzen naar de kom (haventje) achter de dijk, waar de schepen lagen of het zou kunnen verwijzen naar de ‘kommer’ (de zorg) die gepaard ging met aanleg en het onderhoud van de zijl.

Kommerzijl. Kommer en Kwel?

Als ik zo eens door Kommerzijl fiets, dan komt het dorp vriendelijk en gastvrij over. Aan de boorden van het Kommerzijlsterdiep liggen de huizen lieflijk en rustig, je zou er zo willen wonen. Maar waarom dan de kop boven dit verhaal? Nou, ten westen van Kommerzijl ligt de Ruige Waard. OK, dat hoeft op zich nog niks te betekenen. Dat ruig kan gewoon staan voor een wilde natuur. Maar ten noorden van het dorp ligt het Ruige Zand. En dan komen toch de twijfels.

Zou het zo zijn dat de bevolking van het Dorp oorspronkelijk ruig volk is? Kerels met knuisten als voorhamers en vrouwen met haar op de borst? Je zou het bijna gaan denken. Ooit was er een schans, daarna verdween de schans, toen kwam er weer een nieuwe schans en zo ging dat maar wat door. De geschiedenis zoals die is beschreven geeft wat dat betreft heel veel informatie. De schans zorgde voor grote gevechten en strijdtoneel in oorlogen en barre tijden.

Toch is dit nog niet het belangrijkste gegeven voor de gestelde vraag. Nee, ik heb de indruk dat de Kommerzijlster bevolking lui is, en laks. Waarom zult u zeggen. Nou, als je aan komt rijden, het maakt niet uit van welke richting, dan zie je op afstand dat het dorp niet een karakteristieke skyline heeft. Of het moet al zijn de Gaslocatie van de NAM als je vanuit Grijpskerk komt. Nee, ik bedoel dat je geen kerktoren ziet. Dus je nadert een dorp zonder Kerk. Dus toch ruig volk? Een dorp vol anarchisme? Maar dan gaat mijn fantasie verder. “ Bie veul dörpen zie je toch nog wel wat aans. Meestal stijt er wel n meulen of zo”.

Goed oplettend zie ik de restanten van wat ooit een echte molen is geweest. Staat er mooi bij. Goed onderhouden. Alleen….. het is maar een restant. Slechts de onderbouw staat er nog, de bovenbouw met de wieken is verdwenen, ooit gesneuveld na een grote brand. Jammer dat men het niet opnieuw heeft opgebouwd,  te lui? Of te laks? Of misschien….. “gien cinten”?

Aan mijn linkerkant zie ik het dorpshuis: “Soltketen”. Die naam herinnert aan de tijd dat de heer van Nienoord uit Leek hier een “Zoutziederij” begon. Zoutwinning uit een veenlaag die zich onder de bovenste kleilaag bevond. Maar van Ewsum kreeg er alleen maar ellende van en er was ruzie aan alle kanten. Hoe zou het toch zijn geweest als men het stug had doorgezet……

Dan ga ik verder. Zou alle kommer nu verzameld zijn? Kommerzijl, zijl betekent toch sluis? En ja, aan de noordkant van het dorp ligt een dijk. De dijk die vroeger beschermde tegen de zee. Als ik naar het Ruige Zand wil, dan moet ik over die dijk. Maar ik sla voor die tijd rechtsaf, richting Niehove. En dan kom ik over het Kommerzijlsterdiep. De plek waar de naam verandert in Kommerzijlsterriet. En daar, ja daar, lag vroeger de zijl, de sluis. Ik stap af en neem de omgeving in mij op.

Over de sluisbrug zie ik het pand dat ooit café Huizing was. Als oud-Niezijlster herken ik het als geen ander. Als we in Niezijl vroeger op het diep konden schaatsen, dan hoorde ik als kind volwassen mensen zeggen dat ze even naar Kommerzijl gingen schaatsen: “Eem bie Huzing t behang bekieken”. Het duurde even voordat ik begreep wat het betekende. Nu is het pand voor mij een soort monument, een icoon uit mijn jeugd. En als kind ben ik hier ook vaak naar toe geschaatst, en dan kwam je daar bij die sluis, met die ontzagwekkende dikke houten sluisdeuren….

En dat is wat ik nu zie:  “De sluusdeuren binnen vot”. Informatie leert me dat ze eind 20e eeuw verwijderd zijn. En dus niet teruggebracht. “Woarom niet”, denk ik op dat moment, “waren ze doar te lui veur?, of te laks misschien?, of eeeehhhh, hadden ze der de cinten niet veur?’

Rechtsafslaand zie ik een prachtige grote kerk staan. Alleen…… de kerk heeft geen toren. Waren ze bij de bouw van de Kerk te lui? Te laks?  Ik weet het niet. Bij het aanschouwen van het geheel denk ik dan nog: “Och ja, kin gebeuren, misschien hadden ze wel te min cinten toen ze dat ding bouwen gingen”.  En zo stel ik mijn gemoed gerust.

Ik fiets nog een klein stukje verder en als ik de Dijkstraat uitfiets naar het Noorden stop ik en klim over een hek de dijk op. Het bordje “verboden toegang” negeer ik, welke bureaupik zal mij verbieden om hier even heerlijk in het zonnetje te gaan liggen en eens even diep na te denken over het dorp Kommerzijl. “Een meulen zunder wieken, verloren zoltwinning, een sluus zunder deuren, een kerk zunder toren,  wat moet je der met”.  Maar hoe was het verder ook alweer? O, ja, het is hier lieflijk en rustig, vriendelijk en gastvrij, dat was de eerste indruk toen ik aan kwam fietsen.
Kommerzijl, kommer en kwel? Nee, kom, kom er en voel je wel.