Rondje deur Mien Westerkwartier: Lauwerzijl

LAUWERZIJL – Lauwerzijl is een dorp in de gemeente Zuidhorn. Het dorp telt ruim 200 inwoners. Tot 1990 behoorde het dorp tot de voormalige gemeente Oldehove. Langs Lauwerzijl stroomt een verbindingskanaal, genaamd het Munnikezijlsterried. Dit water mondt bij de zogenaamde Friesche sluis ten zuidwesten van Zoutkamp uit in het Lauwersmeer, waar ze uitmondt in de Zoutkamperril. Daar vloeit het water van de rivier de Lauwers samen met dat van het Reitdiep. De naam Lauwerzijl duidt erop dat het dorp in de buurt van een sluis in de Lauwers is ontstaan. Deze sluis werd in 1754 gebouwd bij de verplaatsing van het Munnekezijlsterried en werd ergens rond 1878 weer afgebroken toen de Polder Wieringa en Nieuwe Ruigezandsterpolder werden ingedijkt met de dijk tussen Nittershoek en Zoutkamp.

 

Koninginnetrap

Waarschijnlijk is Lauwerzijl, samen met Boerakker, één van de jongste dorpen van het Westerkwartier. 150 jaar geleden nog maar een paar huizen, gelegen aan de Lauwers, nabij de monding op de Lauwerszee. Toch  kreeg dit kleine plaatsje in 1929 hoog bezoek, namelijk Koningin Wilhelmina en haar eega Prins Hendrik.  De Wilhelminatrap, waarlangs je de dijk van het Lauwersmeer op kan klimmen, is een herinnering aan deze Koninklijke aandacht.

Aan het einde van de 19e eeuw werd de Lauwerszee door de provincie Groningen opnieuw bedijkt en zo ontstond ook een nieuwe polder waarin de stad Groningen een aantal zogenaamde ‘stadsboerderijen’ bouwde, die werden verpacht. Boeren en hun arbeiders moesten stevig ploeteren in de vette klei om het land in cultuur te brengen.

Waar werk is, daar komt ook een kroeg en nabij de buitensluis van Munnekezijl ontstond een herberg met doorrit, waar de arbeiders naar goed gebruik om 11:00 een borrel konden kopen. Al spoedig kwamen er wat meer huisjes, want de arbeiders op de stadsboerderijen wilden niet te ver van hun werk wonen en al snel waren er ook meer  neringdoenden, die brood zagen in vestiging nabij Lauwerzijl, de sluus ien de Lauwers.

Pieter, één van de eerste bewoners, werkte op boerderij nummer 3 en was al bejaard toen de fietsen in de mode kwamen. Pieter had het fietsen niet geleerd en liep ‘s morgens naar zijn werk. Zijn collega’s kwam hem dan op fiets voorbij en daar kon Pieter niet zo goed tegen. Hij had daarom een stokje bij zich en tikte zichzelf voortdurend tegen de kont. Hij mompelde dan: ‘Toe Pieter kinst wel haarder, toe jong loop nog wat haarder, kinst nog wel wat haarder.’ Maar ondanks deze stimulansen, kwam hij toch altijd als laatste op de boerderij.

Pieters vrouw Eeke was goed bij de tijd en had ‘een roare snee onner e neus’. Ze kon rake uitspraken doen en nam geen blad voor de mond.  Toen ze eens bij pottenkar van een koopman kwam om een ‘nije pispot’, vroeg de man: ‘Hoe groot moet er weeden?’ Eeke wreef zich onder de neus en antwoordde: ‘Mien Pieter nemt oamends nogal wat kovvie en dan geft er nachts flink. Wij maggen wel n pot hemmen, veur twee pissen en  een snit”.

Het dorpje groeide gestaag en kreeg school met een meester. Dat kwam in 1929 goed uit bij het koninklijk bezoek. De jaren twintig van de vorige eeuw waren sober. Na de eerste wereldoorlog raakte Europa in crisis en er was niet veel werk. Eén van de plannen om Nederland er bovenop te helpen en werk te creëren (niets nieuws onder de zon), was het inpolderen van stukken van de Lauwerszee.

Lauwerzijl kwam in rep en roer toen duidelijk werd dat de koningin en haar gemaal op inspectie zouden komen bij de werkzaamheden. Meester Bos en zijn leerlingen studeerden een lied in en de kinderen, die met paard en wagen in koolkisten naar de dijk werden gebracht zongen Wilhelmina en Hendrik toe.

Omdat de koningin ook aan de andere kant van de dijk wilde kijken hoe het werk vorderde, werd een speciale trap voor haar gebouwd, de Wilhelminatrap. Het gevolg ging via de trap de kwelder in en bewonderde de werkzaamheden. Eenmaal terug hoorde ze verbaasd op toen vanuit een boom een man het lied ‘Dat ’s Heeren zegen op u daal…’ aanhief, dat door  het gevolg  uit volle borst werd meegezongen.

Wilhelmina vertrok, maar de trap bleef en menig fietser heeft de trap beklommen om vanaf het topje van de dijk over de zee uit te kijken. In 1969 was het gebeurd met zeezicht, want toen werd de Lauwerszee helemaal ingepolderd.

De Wilhelminatrap raakte rond 2000 sterk in verval, maar onder bezielende leiding van Luitjen Kuipers (beter bekend als Luut van t Sielje, chroniqueur van de streek en grondlegger van dit verhaal) werd de trap gerestaureerd en kun u nu nog steeds op Koninklijke wijze naar het topje van de dijk klimmen.