Rondje deur Mien Westerkwartier: Nuis

NUIS – Nuis ligt op de weg tussen Marum en Leek en vormt een ‘bijna-tweelingdorp’ met Niebert. De naam is ontstaan uit een samenvoeging van Nij en Huis, oftewel nieuw huis. Nuis was zeer welvarend in de 19e eeuw. Het dorp kende een aantal aanzienlijke boerderijen waarvan de Fossemaheerd samen met de Harkemaplaats en de Heringheplaats uitgroeide tot de Coendersborg. Een andere grote boerderij in het dorp was de Offeringaheerd.

 

Gien muus ien huus

De meeste inwoners van Nuis  weten niet dat er in een ver verleden twee molens in hun dorp  zijn geweest. Een korenmolen op de kruising van Oude en Nieuwe weg en tussen het Dwarsdiep  en de Schipsloot stond nog een watermolen. Deze molen was eigendom van Benedictus Teyens.

In de korenmolen woonde mulder Tunnis. Hij woonde met zijn kat Gijs in het kleine huisje vlak bij de molen. Het huis stond bijna altijd leeg, want Tunnis en Gijs sliepen meestal in de molen. Tunnis onder een stapeltje meelzakken op de eerste zolder en Gijs opgerold voor de deur, altijd waaks of er ook een muisje door de deur glipte, die hij dan gelijk ving.  Als beloning kreeg Gijs een kommetje melk en een aai over de kop. Want als Tunnis aan één ding een hekel had, dan waren dat wel muizen. ”Gien muus ien mien huus”, zei hij altijd.

Op een dag kwam Aaltje wat meel kopen voor pannenkoeken. Ze raakten aan de praat en ze kregen verkering. Ze zijn getrouwd en gingen samen in het huisje naast de molen wonen. Overdag was Tunnis druk aan het werk op de molen. Aaltje deed intussen het huishouden. Maar het was maar een klein huisje en dus was ze snel klaar de rest van de tijd vulde ze met het breien van een sjaal voor Tunnis. Lekker warm voor de winter die er al weer aan kwam. Gijs bleef in de molen en pakte elk muisje dat de euvele moed had om de molen binnen te willen dringen. Maar na een tijdje voelde Gijs zich ’s nachts toch wel eenzaam en ging naar de slaapkamer van Tunnis en Aaltje.

Op een morgen kwam Tunnis in de molen en zag dat een muis van zijn graan had gesnoept. Tunnis was razend: “een muus ien huus”. Hij ging gelijk terug naar huis en zei tegen Aaltje ”Ien het vervolg blief ik weer ien de meulen sloapen”. En zo keerden oude tijden terug. Tunnis lag weer tussen de meelzakken en Gijs zorgde weer dat er geen muizen in de molen kwamen. En Aaltje zat alleen in het huisje en breidde aan de lange sjaal. Ze kreeg heimwee en het duurde niet zo lang of ze ging naar de molen en zei: “Muuzen of gien muuzen ik blief niet langer allennig ien dat huus, ik kom hier ok ien de molen”. Tunnis timmerde een hoekje af op de eerste graanzolder en zette er een bed in. ’s Avonds kropen ze samen lekker knus onder de wol. Ook kater Gijs was dik tevreden en ging weer op muizenjacht. Alles was weer als vanouds: “Gien muus ien mien huus”.

Aaltje zat in haar vrije tijd op de stelling van de molen te breien aan haar sjaal. De sjaal was intussen behoorlijk lang geworden en om te voorkomen dat hij vuil zou worden hing Aaltje de sjaal over rand van de stelling. Als ze naar bed gingen hees ze de sjaal op en borg hem op in haar breimand. Gijs moest dan weer naar beneden om op de muizen te passen.

Door al dat ophijsen en oprollen was de sjaal behoorlijk kreukelig geworden. Een buurvrouw zei “ Een nacht buuten hangen loaten,  dan hangt er mooi uut en bist dien kreuken kwiet”. En dat deed ze.

De andere dag kwam Tunnis bij het graan en zag dat er weer muizen gewest waren. De kat werd op rantsoen gezet want: “Dan krigst meer honger en vangst meer muzen”.

Voor alle zekerheid ging Tunnis die nacht zelf maar voor de deur zitten. Misschien was de kat wel te oud geworden om nog muizen te vangen. De andere dag: weer muizen, weer vreterij. Tunnis ging de volgende dag, met een pot koffie om wakker te blijven, weer waken.

Halverwege de nacht werd Aaltje wakker door het mauwen van Gijs voor het luik naar de tweede zolder. Ze ging kijken en zag tot haar verbazing wel 10 muizen, die via haar lange sjaal vluchtten.

Ze rolde de sjaal op en riep Tunnis. “Loof mij mor, der komt gien muus meer ien huus”. Ze kropen elkaar lekker aan op bed. Gijs lag weer achter de deur. Gien muus ien huus.