Rondje deur Mien Westerkwartier: Oldekerk

OLDEKERK – Oldekerk is een dorp in de gemeente Grootegast. Tot 1990 was Oldekerk een zelfstandige gemeente. Het dorp telde volgens gegevens van het CBS 550 inwoners in 1995 en 855 inwoners in 2015. Naast Oldekerk bestond de voormalige gemeente uit de dorpen, buurtschappen en gehuchten: Eekeburen, Faan, Kuzemer, Niekerk en Oosterzand. Het dorp Oldekerk behoort, ondanks de naam, tot de jongste van het Westerkwartier. De naam verwijst naar een kerk die in het verleden ter plaatse heeft gestaan. Die kerk diende als kerk voor twee buurtschappen: Kuzemeren Oosterzand.

 

Kuza Meer

We gaan plm. 5 eeuwen terug in de tijd. Oldekerk zoals we het nu kennen bestond nog niet. Ook de omgeving lijkt helemaal niet meer op het landschap in die tijd.  Maar mensen woonden er al wel.

Op de wat hogere grond wat nu bekendstaat als Oosterzand was Pieter bezig het hooi binnen te halen. Het was midden Juli.  Hij had het gras gemaaid, gekeerd en geschud met niet veel meer dan een zeis en een houten hooivork. Bijna drie weken was hij bezig, maar nu kon het toch eindelijk naar huis gebracht worden. Een paar dagen geleden had hij het hooi in oppers gezet en nu was hij bezig om dat hooi thuis te krijgen. Samen met zijn buurman schoof hij twee stokken onder een opper. Ze gingen elk aan een kant staan. Pakten de stokken beet en tilden de hooiopper zo op en liepen er mee naar het armzalige boerderijtje.

Ondanks het feit dat het mooi weer was en ze vandaag gemakkelijk de klus geklaard kregen, was Pieter erg onrustig. Klaartje, zijn vrouw, liep op alle dagen. Halverwege de middag zei hij tegen de buurman: Goa mor even ien t hooi leggen en rust mor wat uut”. Snel liep hij naar binnen en daar lag zijn vrouw te kermen in bed. “Het gijt niet goed Pieter, het is hiel aans as de veurige keer. Kinstoe ok noar het klooster om hulp te hoalen”. Snel liep hij naar buiten. Hij hoefde maar één stuk land over te lopen om bij het meer, het Kuza Meer,  te komen. Hij stapte in zijn bootje en roeide over het meer. Het was mooi weer. Het uitzicht prachtig, maar Pieter zag er niets van. As dit moar goed gijt, as dit moar goed gijt” maalde steeds door zijn hoofd. Zij hadden zich samen zo op dit kind verheugd. Aan de andere kant van het meer stapte hij uit de boot en moest nog een eind over een zandpad lopen. Hoe lang de reis duurde wist hij niet maar voor zijn gevoel veel te lang. Toen hij bij de poort van het klooster was aangekomen en aan de portier had uitgelegd waarvoor hij hier was werd zuster Thérèse uit de groentetuin geroepen. Van alle zusters was zij degene die het best een geboorte kon begeleiden. Ze haastte zich naar binnen. Haastig sloeg ze een witte mantel om haar schouders en deed een zwarte hoofddoek op haar hoofd. Toen ging ze met Pieter mee. De reis terug verliep verder voorspoedig . Na een paar uur werd er een prachtige zoon geboren.  Pieter bracht de non terug naar de Kuzemer en ging weer naar huis. De andere dag was het weer omgeslagen. Het onweerde en het stormde. Toch voelde Pieter zich verplicht zijn zoon te laten dopen. Hij moest weer over het meer, maar nu de andere kant op. In het kleine houten kerkje vond de doopplechtigheid plaats. Pieter ging naar huis en heeft nog jaren op hetzelfde boerderijtje geboerd.

Ik weet niet of dit zo gebeurd is, maar het had gekund. Het houten kerkje stond waar nu de klokkenstoel nog staat.

Het klooster stond dichter bij het dorp, want dat was toen Ekeburen. Het klooster had veel invloed. Het klooster stond op de kruising Boerakkerweg/Kuzemerweg.  Ook had het veel bezittingen. Om het klooster lagen de cultuurgronden die door eigen personeel werd bewerkt. In totaal hadden ze uiteidelijk meer dan 1000 hectare land. Turfland tot aan Niebert  en onder andere verschillende boerderijen in de omgeving van Grijpskerk. Vaak werd de grond door oudere personen gegeven, in ruil voor een leven in rust en met een goede verzorging in het klooster. Deze mensen werden provenier genoemd.

Het meer tussen Oldekerk en Oosterzand werd “Kuze-mar” genoemd, genoemd naar een grondgebruiker in de buurt. Door klankverbastering en misschien ook wel door het feit dat het convent ”Maria’s Poort” heette is dit ook wel verbasterd tot “kuise Maria”.

Later kwamen er ook andere streeknamen. In één van de kerkboeken wordt gemeld dat iemand in”Engeland” woonde. Het is niet bekend waar dit lag. Misschien dat  “Café London” zo aan zijn naam is gekomen?