Rondje deur Mien Westerkwartier: Sebaldeburen

SEBALDEBUREN – Sebaldeburen is een dorp in de gemeente Grootegast. Het dorp heeft ruim 600 inwoners. Sebaldeburen is ontstaan op de middelste van drie zandruggen die van west naar oost door het zuidelijke Westerkwartier lopen. Oorspronkelijk was het het belangrijkste dorp in het Langewold, een van de vier onderkwartieren van het Westerkwartier. In 1805 werd de huidige kerk van Sebaldeburen gebouwd. De toenmalige dominee, Nicolaus Westendorp, heeft rond de bouw van de kerk een uitgebreide beschrijving gemaakt van zijn gemeente en de geschiedenis daarvan. Volgens hem komt de naam van het dorp van de heilige Sebaldus.

 

De kerk van dominee Westendorp

Bij de inwijding van de nieuwe hervormde kerk van Sebaldeburen in 1807, sprak dominee Nicolaus Westendorp zijn eerste leerrede uit. De leerrede werd een jaar later uitgeven en was een belangrijk geschrift, waarin de geschiedenis van het Westerkwartier en van Sebaldeburen in het bijzonder, werd beschreven. De dominee besprak ook de zeden van de bevolking en de taal die toentertijd werd gesproken. Hij schetste daarmee een mooi beeld van een bijzonder Gronings dorp aan het begin van de negentiende eeuw. De kerk in Sebaldeburen staat op een bijzondere plek. In de middeleeuwen werd er door de Grietman recht gesproken ten noorden van de kerk en binnen in het kerkgebouw stond een kist waarin alle belangrijke juridische stukken werden bewaard. De kerk stond afgebeeld op het zegel van het Langewold, wat aangeeft dat het een gekende plek was.

Op de plek van huidige kerk stond in oorsprong een heidense tempel, die de basis legde voor een flinke ronde kerk. Deze kerk werd later weer vervangen door een rechthoekige kerk, die echter in de 18e eeuw sterk in verval raakte. Toen Westendorp werd beroepen, was hij vastbesloten om de kerk te vervangen. Met zijn ‘renovatieteam’ reisde hij stad en lande af om geld in te zamelen. Hij maakte eigenhandig, samen met de timmerman, de bouwtekening en het moet ons niet verbazen als hij in de avonduren de oude kloostermoppen heeft gebikt, zodat ze konden worden gebruikt in de fundering.

De kerk werd in een relatief korte tijd gebouwd en in november 1807 was het klaar en mocht de dominee zijn eerste rede houden in het nieuwe gebouw. De Hoge Heren van het dorp, kerkelijke ambtsdragers en de gulle gevers zullen geboeid hebben geluisterd naar de woorden van Nicolaus, die niet alleen de bouwers roemde, maar ook dankte voor de financiële bijdragen en natuurlijk een vrome preek uitsprak.

Hij sprak over de Heilige Sebaldus, waar de kerk aan is gewijd en de naamgever van het dorp. Sebaldus leefde in de 8ste eeuw als kluizenaar in de omgeving van Neurenberg. Hij was een Deens koningszoon, verbrak zijn verloving om op bedevaart naar Rome te gaan en als geloofsverkondiger te werken. Na zijn dood werd zijn lichaam naar Neurenberg gebracht en op zijn graf werd de Sebalduskerk opgericht. Sebaldus werd in 1425 heilig verklaard en de bedevaarten naar zijn graf droegen bij tot de bloei van de stad.

Verder beschrijft Westendorp hoe vanuit Sebaldeburen-boven het gebied van de Waarden en Sebaldeburen-beneden (wordt nu Grijpskerk genoemd) werd bedijkt en ontgonnen en tot welstand kwam. Maar de dominee is ook kritisch over de gebruiken in deze streken. Losse handjes, drankgebruik en de brute vormen van vermaak zoals ‘de gans de kop af trekken’, ‘papegaaischieten’ en ‘de kat uit de ton smijten’ kon de dominee niet waarderen.

Westendorp roemt de taal van Ons Dorp, dat nog zo rijk is aan Friese invloeden. Woorden als jem, dong, tuit (kus), touwke (schaap met jong), zeid er (zegt hij) komen ons nu nog bekend voor. Maar wat is er gebeurd met wrakselen (worstelen), sotjen (in de herberg zitten) en snaarske (schoonzuster). Vele woorden van Westendorp zijn uit ons dagelijks gebruik verdwenen, maar gelukkig heeft hij ze opgetekend.

De losse zeden van de jongeren zijn hem vooral een doorn in het oog.

“Elk boerenhuis staat open voor jonge lieden, als daar een huwbare dochter of dienstmaagd is. Men treedt er ongevraagd binnen, vlijt zich bij de haard, vrijt onder het genot van brandewijn tot diep in de nacht, terwijl vader en moeder in hetzelfde vertrek te bedde zijn gegaan, zonder het spel te beletten.”

En wij maar denken dat wij in een losbandige tijd leven.

De dominee verhuist later naar  Losdorp, waar naar wij hopen, de zeden minder los waren en meer naar de zin van de predikant.

De kerk van Sebaldeburen staat nog steeds fier overeind en is mooi gerestaureerd. Loop je over het kerkhof dan hoor je bijna de woorden van de grietman en zie je het volk van het Langewold dat bijeen gekomen is om zijn uitspraak te horen.

Een mooi standbeeld van de heilige Sebaldus, getooid met staf, rozenkrans en mosselschelp zou op zijn plaats zijn en dan jaarlijks op zijn feestdag (19 augustus) een ouderwetse Langewolder Boeldag houden.