Rondje deur Mien Westerkwartier: Visvliet

VISVLIET – De naam Visvliet komt van de visrijke vliet (rivier) de Lauwers, waaraan Visvliet ligt. Visvliet ligt aan de Groningse kant van de rivier de Lauwers. Aan de oostzijde van het dorp loopt het Visvlieterdiep (historisch: Besheersdiep). De Lauwers staat sinds de Slag aan de Boorne in 734 (toen Karel Martel de Friese hertog Poppo versloeg) bekend als een grensrivier; eerst tussen de Frankische en Friese gebieden en later tussen Groningen en Friesland. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, heeft Visvliet dus nooit tot Friesland behoord. Alleen de heerlijke rechten waren van 1578 tot 1637 in handen van de Staten van Friesland.

 

De Eise Eisingaweg

Wie vanuit het Friese Stroobos over de Oude Dijk naar Visvliet rijdt, komt aan in de Eise Eisingastraat. Waarom wordt een straat in een dorpje op het Groninger platteland vernoemd naar  een Friese sterrenkundige, bekend van zijn Planetarium in Franeker?

Het is het jaar 1795. Het is al donker, buiten regent het en een koude wind jaagt over de Lauwers. Dikke schuimkoppen op de golven  doen denken aan de tijd dat het zeewater nog tot ver in het Friese veen kwam.  In een huisje bij Visvliet, zit wolkammer Eise Eisinga bij kaarslicht aan tafel. Slapen wil niet,  sterren en maan zijn niet te zien en Eise is onrustig. Zijn vrouw ligt rustig te slapen, ze heeft geen weet  van het slechte weer, de onrust in Friesland en de hersenspinsels van Eise. Die denkt er over na wanneer hij weer in zijn geliefde Franeker zal wonen en of zijn huis met zijn levenswerk nog intact is.

t  Is niet voor niks dat Eise,  als geboren Fries, ooit zelfs  een gevierd Fries , hier op de grens in het Grunnegerlaand woont. Niks dan goeds over dit dorp. Visvliet heeft  hem gastvrij  ontvangen en de Visvlieter kinderen komen graag bij ‘Ome Eise’ luisteren naar de verhalen over sterren en planeten. De ‘jongens en wichter’ zitten dan in een kringetje om hem heen en Eise vertelt.

Hoe hij  als jongkerel samen met zijn vader aan het wolkammen was en dat die hem dan leerde over sterren en planeten. Hij vroeg honderd uit totdat  pabbe zei:

‘Ja dat wiet ik ok niet jong. Moest  moar noar  Willem Wijtses goan ien Franeker, die wiet er veul meer van.’

En zo liep de jonge Eise elke week van Dronrijp naar Franeker om met Wijtses te praten over de  baan van de planeten en bestudeerden ze samen de wiskunde van Euclides. Toen hij zelf wolkammer in Franeker werd hoorde Eise van dominee Eelco Alta uit Bozum, die beweerde dat de wereld op 8 mei 1774 zou vergaan.  Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en de maan zouden die dag in botsing komen. Heel Friesland was in paniek en zelfs de wijze mannen van de Franeker Universiteit lieten de oren hangen naar de ‘Ziener uut Bozum’ .

‘Onzin,  bangmoakerij’,  zei Eise, ‘Dit zil niet gebeuren en ik ken t bewiezen’.

Hij bouwde het heelal na in zijn huiskamer, met de zon, de maan en de baan van de planeten, gewoon aan het plafond. Het geheel kon werkelijk draaien, net als de echte planeten. Het bouwde er 7 jaar aan en toen hij bijna klaar was, bleek dat er in de kamer geen plek meer was voor Uranus. Die liet hij vervolgens langs de buitenmuur lopen.

Eise stak zijn pijp nog eens aan en vertelde de Visvlieter jeugd over zijn verbanning uit Friesland:

Toen in Friesland de strijd tussen de Patriotten en Prinsgezinden oplaaide, koos ik voor de Patriotten. Dit omdat de mannen van de prins, die de macht in  Franeker hadden, vreselijk corrupt waren. Ze schoven elkaar de baantjes toe. Een ander kreeg geen kans.

Het verblijf in Franeker werd voor de Patriotten steeds lastiger en daarom vluchtte ik eerst naar Gronau (Duitsland) en kwam later in Visvliet, zodat ik dicht bij het Heitelân zou zijn. Nu kijk ik hier al jaren naar dezelfde sterren als in Franeker. Maar toch, het is anders.

Die avond in 1795 kloppen een aantal Friezen bij Eise aan de deur.

“Goed nijs Eisinga, wy hawwe it hiele soadsje fuortreage en no kinne jo wer op hûs oankomme. Hja binne as hûnen ôfdript en hawwe alles efterlitten. Einlings binne wy ferlost fan dy opfretters. Fryslân is wer frij en iepen foar elkenien.”

‘Moar jongens, stijt mien huus der nog en draaien mien planeten nog?’

Ze hadden goed op zijn huis en planetarium gepast. Het stond wel stil, maar daar zou Eise we raad mee weten. Een paar weken later is Eise weer terug in Franeker. Hij prutst wat op zolder aan de tandwielen, spant een paar draden, smeert het loopwerk en dan draait de maan weer om de aarde en de planeten weer om de zon.

Eise zijn planetarium draait tot op de dag van vandaag en het is wis en zeker, de wereld staat nooit stil.