Rondje deur Mien Westerkwartier: Zuidhorn

ZUIDHORN – Zuidhorn is een komdorp in de gelijknamige gemeente. Het dorp telt ruim 7.000 inwoners en vormt sinds 1811 een gemeente, die in 1990 sterk werd vergroot. De centrale as van het dorp wordt gevormd door de zandrug De Gast, waaraan eind 19e en begin 20e eeuw veel fraaie villa’s verrezen en dat in 2007 werd aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Het dorp wordt door het Van Starkenborghkanaal gescheiden van het noordelijker gelegen Noordhorn en door het Hoendiep van het oude deel van het dorpje Briltil; het nieuwe deel vormt morfologisch gezien sinds 2002 onderdeel van een uitbreidingswijk van Zuidhorn.

 

 Rechter en Schoelmeesters

Wie heden ten dage over de Gast in Zuidhorn wandelt, komt bijna zeker onder de indruk van de grandeur die de omgeving uitstraalt. Bijna 100 jaar geleden was het ook al een mooi dorp, want de schoolmeester van het dorp  schreef in 1828: “Zuidhorn is een welgelegen en door hoge en aangename ligging bevallig dorp”. Nu is sinds die tijd het dorp nog mooier en vooral veel groter geworden.  Zuidhorn had in het nabije verleden een grote aantrekkingskracht op renteniers en tot op de dag van vandaag forensen. Dit omdat het niet alleen een mooie plaats is om te wonen, maar ook omdat de afstand tot Groningen  nog geen 13 km. is. Bovendien is er een goede verbinding via het spoor. De Gast is nu een mooie weg met bomen aan beide zijden. Met het verdwijnen van de beide borgen zijn ook de boomrijke singels en lanen verdwenen.

Ook in de rechtspraak  heeft Zuidhorn een rol gespeeld in deze omgeving. Van 1811 tot 1838 was de vrederechter een alleensprekende rechter. Zijn voornaamste taak was om te bemiddelen. Een hoger beroep was niet mogelijk. In 1838 is de vrederechter  vervangen door de kantonrechter. Hij is nog altijd een alleensprekende rechter, maar tegen zijn uitspraak kan wel beroep worden aangetekend. Het kanton besloeg het hele Westerkwartier. In 1883 is er voor de kantonrechter een gerechtsgebouw opgericht. Het is een ontwerp van J.F.Metzelaar.  Hetzelfde ontwerp is in verschillende plaatsen in het land gebouwd, onder andere Apeldoorn,  Ommen en Hilversum. Dit gebouw valt nu onder rijksmonumentenzorg

Naast de uitvoering van het recht was er in Zuidhorn ook marechaussee voor handhaving en toezicht. Voor de huisvesting van de marechaussee is vlak bij de brug tussen Noordhorn en Zuidhorn een marechaussee kazerne  gebouwd. Van de leefwijze van de toenmalige bewoners is niet veel bekend. Uit andere bronnen weten we dat het kazerneleven streng was. Binnen de cultuur van de marechaussee was het kazerneleven het enige leven. Voor vrienden, familie en ander bezoek was goed gedrag een vereiste. Dit heette vrijstelling. Het gezin kreeg elke maand inspectie of ze de dienstwoning wel goed onderhield. Van de kinderen werd zonder meer aangenomen dat ze altijd  gehoorzaam en correct zouden zijn. Als ze wat groter waren hielpen de meesten in de manege mee om de paarden te verzorgen en af te rijden. Om de paar jaar werd er naar een andere brigade verhuisd. Voor de kinderen betekende dit dat ze weer nieuwe vriendjes moesten zoeken en wennen aan een andere school en andere mensen. De brigade Zuidhorn werd uitgezet op 28 december 1894 en opgeheven op 1 maart 1943.

De kazerne was niet in het bezit van de marechaussee, maar werd gehuurd. Dit blijkt onder andere uit een advertentie in de  Leeuwarder Courant van december 1895. Hierin werd te koop aangeboden: “Eene kazerne met aanhoorige gebouwen en de vaste, altijddurende, in alle liniën verervende beklemming van het Erf  en den Grond, groot 19 roede 55 el, gelegen aan den Rijksstraatweg te Zuidhorn, doende jaarlijks op Midwinter tot vaste huur f.5.–. Geboden. F11,000”. Of dat altijddurende ooit is afgekocht is bij mij niet bekend, maar momenteel zit er geen beklemming meer op.

De eerder genoemde schoolmeester heeft in zijn rapport niet over deze beide gebouwen kunnen schrijven, omdat ze er nog niet waren. Wel geeft hij, naast verschillende andere zaken, een goed inzicht in het leven van de inwoners van die tijd. Hij begint met het vaststellen dat hij niet alles kan schrijven  over het karakter en de zeden van de dorpsgenoten .Eén van de redenen die hij  noemt is het feit dat hij geen ongenoegen wil. Vervolgens constateert hij dat veel inwoners oorspronkelijk niet uit de provincie Groningen komen. De meesten zijn ordelijk en netjes.  Je kunt de eenvoudige huisjes binnengaan zonder last te krijgen van onaangename of schadelijke lucht, uitzonderingen daargelaten. Verkwistend zijn de mensen niet maar ze houden wel van een feestje en dan lusten ze ook graag een borrel. Echte dronkaards zijn er niet. De boeren houden niet vast aan oude methoden, maar volgt  “gaarne en bedachtzaam het oordeel en de voorbeelden van beterwetenden en beterwerkenden”.

Ook houden de inwoners van muziek en zang.  Bijzonder is de viering van derde paas, pinkster en vastenavondszondagen. Veel andere dorpen in de provincie vinden dat maar raar.

Eén eigenschap die genoemd werd is volgens mij nog in het hele Westerkwartier aanwezig, namelijk  “Zy zyn vryheidlievend en dulden geenen dwang”.