RTV Noord: pro en contra

Wat zeggen cijfers over kwaliteit?

GRONINGEN – Onlangs berichtte Groot Groningen over RTV Noord, IRTV Groningen en OOG. Inzet: het gesteggel om de uitzendlicentie, die straks in alle hevigheid los zal barsten. De reacties op dat artikel waren overweldigend. Voor- en tegenstanders van de regionale omroep meldden zich massaal, en lieten van zich horen. RTV Noord beriep zich qua reacties (met name op twitter) vooral op de uitstekende kijk-  en bereikcijfers. Want die waren het afgelopen jaar wéér hoger als het jaar ervoor. Cijfers zeggen veel, maar beslist niet alles. Zeker niet over de kwaliteit van programma’s. Naar Goede Tijden, Slechte Tijden kijken elke dag miljoenen mensen, maar is het daarmee ook een kwaliteitsprogramma? Bovendien: zijn kijkdichtheidcijfers niet veel belangrijker dan bereikcijfers?

In de provincie Groningen wonen zo’n 580.00 mensen. Noord kan daar zo’n half miljoen mensen van bereiken, want een bevolkingsgroep als bijvoorbeeld zuigelingen luistert nog niet naar de radio. Een procent staat dus voor 5000 kijkers/luisteraars. Dagelijks bereiken ze ongeveer 110.000 mensen. Is dat veel? Of is dat weinig? Is het glas half vol, of half leeg? Interessanter wat betreft de beoordeling van de programma’s zijn de dichtheidscijfers. Dit cijfer vertelt of mensen ‘blijven hangen’, ze het programma lange tijd volgen. Dát kan dus ook iets zeggen over de kwaliteit van een programma. En juist dat cijfer wordt nooit gepubliceerd. Daar wordt nooit over gerept. Naar verluidt schommelt dat cijfer rond de één (of net iets hoger) procent. In 2010 was het om precies te zijn 1.1 procent en in 2011 1.2 procent per week. Hoewel RTV Noord nu heeft gekozen voor een carrousel per half uur, ligt het aantal kijkers per avond niet veel hoger dan 35.000.

Geen al te hoog cijfer. Zijn de programma’s wellicht niet boeiend genoeg? Wie het weet mag het zeggen. Voor de duidelijkheid: voor het bereikcijfer hoeft niet langer dan een minuut te worden gekeken. Voor het dichtheidscijfer moeten minimaal zeven minuten aaneengesloten per kwartier worden gekeken.

Bovendien: tot een aantal jaren geleden waren, en dat staat gewoon op internet, de programma’s Ruilbeurs ( ‘een rollade voor een accu’) en Uurtje Nederlands de best beluisterde programma’s (dichtheidscijfer rond de tien procent of hoger) bij Noord. Dat zegt ook wel iets over de luisteraar. Want een Uurtje Nederlands is met alle respect toch geen kwaliteitsprogramma?  Maar het boeit mensen kennelijk wel.

Dat het dichtheidscijfer slechts zelden ter sprake komt, is ook al vreemd. Zou een omroep die het van gemeenschapsgeld moet hebben in dat opzicht niet wat transparanter moeten zijn? Hebben ‘wij’, de belastingbetaler, daar niet gewoon recht op? Zou het provinciebestuur wel tot in detail op de hoogte zijn?

Nog iets: de cijfers van RTV Noord zijn heel moeilijk vindbaar. Een bezoek op de site van Stichting Kijkonderzoek – het landelijk erkende onderzoeksmedium- levert een doorverwijzing op naar ORN, partner van de regionale omroepen. Zij geven vervolgens aan dat de regionale omroepen zelf de cijfers op hun sites publiceren. Een doorklik op Noord levert echter niet meer dan het laatste nieuws op. Van kijk- en dichtheidscijfers geen spoor.

Andere discussie die gevoerd zou kunnen worden is of Noord alleen prat moet gaan op de cijfers. Is de omroep er voor om slechts hoge kijkcijfers te halen? Of heeft het meer taken? En is de provincie Groningen eigenlijk niet veel te klein om 24 uur uit te zenden? Is er wel nieuws genoeg voor 24 uur? Of is het louter toeval dat RTV Noord zoveel landelijk nieuws uitzendt op de radio? Moeten de omroepen niet op nog veel meer vlakken samenwerken? Waarom moest voor de marathon in Noordlaren een hele dure en complete crew uit Hilversum worden ingehuurd? Waren de noordelingen zelf niet competent genoeg?

Eerder al bemoeide ook de politiek zich met regionale omroepen. Anoucka van Miltenburg bijvoorbeeld. Zij stelde dat er richtlijnen zouden moeten komen over kwaliteit’, blijft een discutabel begrip. Ook zij beseft dat de regionale omroepen teveel gemeenschapsgeld (in totaal honderd miljoen euro) kosten. ‘Er zijn nu dertien regionale zenders, die allemaal een eigen afdeling personeelzaken hebben en een eigen dure directie en zelf inkopen. Als je dat centraal regelt, blijft er van die honderd miljoen euro meer over voor het maken van goede televisieprogramma’s’, liet ze weten.

Veel mensen reageerden vooral op het programma onderdeel sport. Voorbeeld: op dit moment wordt de transfer van Filip Kostic onderzocht. FC Groningen zou – illegaal- een vermogen betaald hebben aan de zaakwaarnemer van de speler. Wij noorderlingen worden door Voetbal International keurig op de hoogte gehouden, op Noord wordt er niet over gesproken. Vreemd. Zou iemand als Jan Boven uit Woldendorp – jarenlang de meesterknecht van Michael Boogerd- niet iets te melden hebben over doping en Lance Armstrong? Allemaal gemiste kansen.

RTV Noord- zo menen ook veel lezers van deze krant- durft bovendien vaak geen stelling meer te nemen. De spanning is weg. Als doelman Bizot verzuimt een voorzetje te plukken, vraagt de verslaggever slechts met wat voor gevoel hij zelf aan zijn competitiedebuut terugdenkt. Kritische vragen blijven uit. Bovendien: Jan Mennega van DvhN krijgt frequent de mogelijkheid zijn mening over het spel van FC Groningen op de zender te uiten. Zou Noord dat zelf niet moeten doen in plaats van een concurrent, wat het DvhN feitelijk nog steeds is? Of durft men dat niet? Heeft men niet de kennis en de relaties die Mennega wél heeft?

Dan nog over geld. Iedere omroep moet bezuinigen. Tot een aantal jaren geleden deed de omroep het met één en dezelfde hoofdredacteur en directeur. Tegenwoordig zijn die functies gescheiden. Als rtv noord toch op last van de provincie moet bezuinigen, een directeur uitsparen levert zomaar 130000 euro op.

Positief noemen de lezers van deze krant RTV Noord als rampenzender. Maar hoe vaak overstromen de dijkjes in Tolbert of aan de boorden van het Eemskanaal.

Er is een schrijver wiens boeken slechts zeer sporadisch over de toonbank gaan. Zijn boeken zijn echter bijzonder lezenswaardig. Is hij vanwege zijn lage verkoopcijfer een slechte schrijver? Hoe je het ook wendt of keert, ook in deze zaak blijft het vooral een kwestie van smaak. En daar valt ook in 2013 niet over te twisten.

Vincent Muskee