Ruben Kooistra na missen van cruciale strafschop in degradatieduel Zuidhorn

“Ik dacht, nu heb ik alles verpest”

ZUIDHORN – Hij loopt vanaf de middencirkel naar het zestienmetergebied. Hoewel, lopen. Het lijkt meer op snelwandelen. Maar daar moet het gaan gebeuren. Hij pakt de bal. Legt het leer  op de stip. Geen getreuzel. De bal ligt in een keer stil. De aanloop is kort, snel, bijna gehaast lijkt het. Het volgende balcontact zal vrijwel beslissend zijn voor de toekomst van het vlaggeschip van de VV Zuidhorn in deze knockout wedstrijd. 

De bal niet achter de doelman schieten, op deze late zaterdagmiddag in de promotie/degradatiewedstrijd tegen Hardenberg betekent zo goed als zeker degradatie. Zijn teamgenoot Tom Spijkerman mistte de eerste strafschop en de mannen van Hardenberg faalden geen van alleen. Deze vierde mag niet gemist worden om nog in de race te blijven. Het korte balcontact vanaf elf meter loopt fataal af. Juist een van de weinigen die in die wedstrijd een voldoende scoorde, faalde. De onfortuinlijke man heet Ruben Kooistra. De 22 jarige verdedigende middenvelder, die nu vanwege blessures als centrale verdediger opereerde en al jaren een vaste waarde in het team van trainer Bouma is. Handelsmerk? Werklust, en duelkracht. En altijd 90 minuten lang inzet. Helaas voor alles wat Zuidhorn een warm hart toedraagt eindigt zijn kegel niet in het netje, maar spat met een doffe dreun uiteen op de lat. Vertwijfeld grijpt de verdediger met beide handen naar zijn hoofd. De dreun op de lat in symbolisch voor de misser. Zijn teamgenoten vangen hem op. Een beetje, want ze zijn ook bezig hun eigen emoties te ervaren.  Er heerst verslagen- en gelatenheid in de middencirkel en dug-out. Iedereen weet het zonder dat het nog echt doordringt in de hoofden:  het is gebeurd. Doelman Groothof stopt weliswaar de volgende Hardenbergse elfmetertrap maar de laatste gaat er weer in zo is de degradatie van Zuidhorn uit de tweede klasse een feit. Na zulke finalewedstrijden gaat alle aandacht begrijpelijk uit naar de winnaars. Maar hoe zit het met de mannen die beslissende strafschoppen missen? Slapen zij nog een beetje of worden ze verteerd door schuldgevoel. Bij Ruben Kooistra kunnen we antwoorden krijgen op deze vragen. De ervaringsdeskundige is zo sportief om de krant te woord te staan over zijn cruciale misser. We zijn een week verder en dus hebben de wonden een beetje kunnen helen. Als het over dit onderwerp gaat kijkt Ruben een beetje de andere kant op. “Ik heb het verpest. Zo voelde het. Dat was geloof ik de enige gedachte die er door me heen ging toen ik terug liep vanaf de elfmeterstip.” Nippend aan een glaasje Ice Thee op deze zaterdagochtend gaan zijn gedachten terug naar het fatale moment. En met een zure glimlach: “Ik heb het inmiddels wel een beetje verwerkt. Verstandelijk gezien weet ik natuurlijk dat ik ook de verantwoording heb genomen en dat we gewoon een slecht seizoen hebben gedraaid. Dat ik niet alleen verantwoordelijk ben voor de degradatie. Dat we in feite niet hier gedegradeerd zijn. Dat is het gevolg van een heel seizoen. Dat zeiden de jongens ook wel, maar wat ze ook zeggen, dat gevoel blijft wel een poosje.” Was er twijfel vooraf? Vanwaar de zo gehaast ogende aanloop? Om er maar zo snel mogelijk vanaf te zijn? “Hij schudt ontkennend zijn hoofd: “Ik voelde me juist sterk. Was me ook niet bewust dat ik zo snel liep. Nee, de trainer (invaller Laurens Bloem omdat de hoofdtrainer Kees Bouma afwezig was vanwege een bruiloft) heeft geen mensen aangewezen. Hij heeft de verantwoording bij ons neer gelegd. Ik wilde er wel een nemen en voelde geen aarzeling en dacht alleen maar dat ik die bal er in wilde rammen. Bij Tom lag de bal steeds niet goed en duurde het vreselijk lang voor hij hem kon nemen. Vervolgens mistte hij. Wat mede komt door de slechte strafschopstip. Dat wilde ik hoe dan ook voorkomen. Ik raakte de bal gewoon net iets verkeerd en schoot te hard. De bedoeling was een halve meter onder de lat en links van de keeper. Tien centimeter lager en het zou een goede strafschop zijn geweest. Helaas, het was 10 cm te hoog.”

Terwijl het veld werd bestormd door meegereisde Hardenbergsupporters dropen de groenhemden af. ‘Natuurlijk is het in de kleedkamer niet gezellig. Maar er zijn geen harde woorden gevallen. Er is toch niets meer aan te doen. We zijn gewoon met elkaar de kantine in gegaan en hebben een biertje gedronken. We hebben ook nog wel gelachen. Dat moet ook, want hoe jammer het ook allemaal is, het blijft voetbal dus een beetje relativeren is ook wel wijs.”

De afwezige trainer neemt Ruben niets kwalijk. “Het is jammer dat juist hij een strafschop mist. Als er iemand helemaal bezeten is van het spelletje en er echt voor leeft, is hij het. Er zullen weinig spelers meer ziek zijn van de degradatie dan deze jongen. Nee, als iedereen fit was geweest zou hij niet op mijn lijstje hebben gestaan waarschijnlijk. Maar hij heeft de verantwoording genomen. Daar heb ik groot respect voor.”

Hoe verder? De trainer klinkt niet heel hoopvol en koestert weinig aspiraties om kampioen te worden. “Natuurlijk wil ik dat maar de realistische praktijk is ook dat kampioen worden na een degradatie is erg lastig is. Een van onze betere spelers, Laurens Bloem stopt en er komt vrijwel niets door vanuit de jeugd. Dat is al jaren lang een probleem in Zuidhorn. Ook van buitenaf komt er niets bij. Met ongeveer dezelfde groep zullen we het dus moeten doen en direct mee doen om het kampioenschap is gewoon lastig.”

Ruben vindt dat het tijd wordt voor verandering: “We zijn gedegradeerd. De laatste twee jaren gaat het gewoon niet lekker. Onze manier van spelen blijkt niet effectief te zijn. Misschien dat deze degradatie ook een moment kan zijn om eens goed te kijken hoe we de dingen hebben aangepakt de afgelopen jaren en waarom het niet heeft gewerkt. Misschien kunnen we eens een andere speelwijze proberen. Wanneer alles bij hetzelfde blijft, voel ik weinig uitdaging en inspiratie. Het geeft ook niet veel vertrouwen, want waarom zou het nu in eens wel gaan werken. Wanneer er geen nieuwe spelers bijkomen zou ik het toejuichen om nieuwe prikkels te krijgen en nieuwe dingen uit te proberen. Een team heeft van tijd tot tijd nieuwe uitdagingen nodig. Ik in ieder geval wel. Dit lijkt mij een mooi moment.”  (Op de foto is weer Ruben weer even terug op de plak waar het zo mis ging) .