‘Schilders zouden veel meer werk weg moeten gooien’

Hurdegaryp - Erik Mol

HURDEGARYP – ‘Soms kom je in een museum en zie je werken van een bepaalde kunstschilder waarvan je denkt: ‘Dit had je gewoon over moeten schilderen, hier kan je nooit trots op zijn geweest.’ Maar omdat er dan toevallig de signatuur van deze schilder op staat, is het werk in het museum terechtgekomen. Niet omdat het werk zelf zo bijzonder is.’ Erik Mol is zelf wel een kunstenaar die zo nu en dan werken weggooit of simpelweg overschildert. ‘Zolang een werk niet verkocht is, is het niets anders dan materiaal. Als een werk me dan zelf ook niet zoveel doet, dan gebruik ik het even lief opnieuw als doek.’ Het tekenen en schilderen zat er bij de kunstenaar uit Hurdegaryp al jong in. Al zolang hij zich kan herinneren is hij in de weer met potloden, pencelen en de verfkwast. Thuis werd dat gestimuleerd; zijn vader was zelf kunstschilder en zijn moeder zorgde er altijd voor dat er krijtjes, papier en andere materialen voor handen waren. ‘Maar ik denk dat ook wanneer het thuis niet gestimuleerd zou worden ik later wel met schilderen in aanraking zou zijn gekomen, kunstenaar wordt je niet, dan ben je. Je kunt niet je er niet mee bezig houden.’ Mols vader ging vaak in de zomervakanties naar schildercursusweken. Vanaf zijn zestiende ging ook zoon Mol mee. ‘Tijdens deze cursusweken heb ik enorm veel geleerd. Je leert van mensen die je daar tegenkomt, de cursusleiding, situaties die er gecreëerd werden, noem maar op. Ik werd er enorm gestimuleerd om dingen uit te proberen,’ vertelt Mol. Erik Mol schildert abstract, zowel in kleur als in zwart-wit. ‘Ik hou heel erg van zwart-wit, maar denk dat ik ook wel heel extravert ben, wat zich dan weer uit in de kleur. Wanneer je schilderijen maakt in zwart-wit ben je meer gefixeerd op vormen en ritmes, met kleur lijkt dat minder belangrijk. Ik doe allebei, en ook allebei wel tegelijkertijd. Uiteraard zijn er periodes dat je je meer met het één bezighoudt dan het ander.’ Zo nu en dan exposeert Mol met zijn werk. Momenteel zijn werken van zijn hand te zien in Bakkeveen, in het Nivonhuis Allardsoog. Ook staat Mol sinds enkele jaren op kunstmarkten. ‘Het mooie van een kunstmarkt is dat je in gesprek kunt met mensen. Soms is er dan iemand die zegt: ‘Wat moet dit voorstellen?’ en dan antwoord ik met: ‘Het is maar net wat je er in wilt zien.’ En dan hoor je nog wel eens verrassende antwoorden.’ Vorig jaar kreeg Mol tijdens de Kunstroute Hurdegaryp, waar hij zelf mede-organisator van is, ook verrassende reacties op zijn werk. ‘Ik had ooit naar aanleiding van plaatjes en gedachtes over Rome een schilderij gemaakt. Daar was ik destijds niet tevreden over, en heb het later overgeschilderd. Tijdens de Kunstroute Hurdegaryp kwam er een mevrouw over de vloer en zij zei direct: ‘Oh, heerlijk, Italië!’ Dat is geweldig om mee te maken. Maar als ze nou had gezegd dat het haar deed denken aan Peru had ik dat ook geweldig gevonden, het is maar net wat iemand er in wil zien.’ In zijn werk vind Mol met name de weg naar het eindresultaat belangrijk. ‘Het is net met op reis gaan. Ik vind de eindbestemming veel minder belangrijk als de reis er naartoe. Het is de reis die er toe doet. Maar net als met een reis hoop je natuurlijk wel dat het eindresultaat er mag zijn. Je wilt liever niet een camping met vervelende buren, een schilderij wil je ook het liefst zo zoals je het voor ogen zag.’