Skûtsje Wâldwiif wil naar de A-klasse in IFKS

Kootstertille - skûtsje waldwiif

‘Je hebt iedereen nodig, elke taak is even belangrijk’

KOOTSTERTILLE – In 1906 werd het skûtsje Wâldwiif in Leeuwarden gebouwd, toen nog onder een andere naam. Elf eigenaren verder is het skûtsje sinds 2012 in het bezit van Stichting Skûtsje Wâldwiif, met aan het roer schipper Tim Roosgeurius. Met een lengte van 20,25 meter en 3,52 meter breed vaart het schip mee in de IFKS. ‘Mijn man had altijd al op skûtsjes gevaren, maar merkte dat hij met het skûtsje waar hij toen op zeilde niet meer verder kwam. Hij wilde iets anders. Hij liep aan tegen dit skûtsje en in een impulsieve bui werd besloten deze aan te kopen’, vertelt Stephanie Roosgeurius. Er werd een stichting in het leven geroepen rondom het skûtsje, en sindsdien zijn er een groot aantal vrijwilligers en bemanningsleden betrokken rondom het schip. ‘2012 was voor ons het begin’, vertelt Roosgeurius. ‘Toen waren we nog op zoek naar de juiste bemanning, en hebben we uiteindelijk niet meegedaan in de IFKS. 2013 deden we voor het eerst mee. Toen werden we zesde van de zestien deelnemers’. 2013 zagen de bemanningsleden als een echt opstartjaar. ‘Je moet eerst even aan elkaar wennen, maar als je dat gehad hebt weet je ook precies wat je aan elkaar hebt’, vertelt Roosgeurius.
Een doel voor 2014 is voor de bemanningsleden afhankelijk van in welke klasse zij dit jaar ingedeeld worden. ‘Dat is tegenwoordig nog wel eens wat verwarrend. Doordat er veel gewisseld wordt van skûtsjes wordt er ook nogal eens gewisseld van klasse. Als wij in de C-klasse uitkomen hopen we dit seizoen zeker te promoveren. Maar mochten we in de B-klasse uitkomen dan zijn we voorlopig tevreden met een plekje in de middenmoot. Ons uiteindelijke doel is wel terechtkomen in de A-klasse. Ons skûtsje heeft ook altijd in de A-klasse mogen varen, dus het is wel de bedoeling dat die daar weer in terechtkomt. Bovendien zijn we als bemanning een fanatiek team. We hebben zeker het streven om over vijf jaar in de A-klasse te verschijnen. Maar skûtsjesilen is een sport waarbij je ook een portie geluk nodig hebt. Als er weinig wind staat heb je pech.’
Bij het onderhouden van het skûtsje komt een hoop kijken. ‘Het is natuurlijk een schip uit 1906, die tot 1986 gebruikt is voor vervoer. Het is een oud schip, en daar mankeert nog wel eens wat aan. Het is een dure sport. Daarom doen we als stichting veel om sponsoren te werven. Dat is bij ons geen éénrichtingsverkeer. Daar mag best wat tegenover staan. Er zijn bedrijven die graag eens een middagje mee willen zeilen, of met zakenrelaties het water op willen. Het kan werken als een mooie reclame voor een bedrijf. Wij maken dat graag mogelijk’, vertelt Roosgeurius. ‘Ook is het mogelijk om bedrijfsuitjes, familiefeestjes of met vrijgezellenfeestjes gebruik te maken van de Wâldwiif. Op die manieren proberen we onze deelname aan de sport te kunnen blijven financieren’.
De naam Wâldwiif is de zevende naam die het schip heeft. ‘Eigenlijk is de keuze voor de naam heel simpel geweest. We komen uit de Wâlden, en een schip is vrouwelijk, dus om die reden heet het schip ‘Wâldwiif’’, vertelt Roosgeurius.
Wat er nou zo mooi is aan het skûtsjesilen? Stephanies ogen beginnen te glinsteren bij deze vraag. ‘Dat die oude schepen nog de mogelijkheid hebben om het water op te kunnen, dat ze nog echt bezeild worden. De liefde en de passie die in het spel gaat zitten, de afwisseling, dat het een teamsport is, dat je van elkaar op aan kunt. Je werkt echt met een team. Je hebt iedereen even hard nodig, elke taak is even belangrijk.’
Kijk voor meer informatie op www.waldwiif.nl of op de Facebookpagina: www.facebook.com/waldwiif