Soms is het crisis, soms is het feest

DSK_STRK-p07.pdf - Adobe Acrobat Pro

PCOB afdeling Grootegast-Oldekerk viert 25-jarig bestaan

 

GROOTEGAST – De Protestantse Christelijke Ouderen Bond (PCOB) afdeling Grootegast-Oldekerk bestaat 25 jaar. Dit heuglijk feit werd vorige week woensdag gevierd in Herberg ‘In de Groote Gast’.

De zaal zat bomvol. Naast eigen leden waren er tal van leden van omliggende verenigingen als Leek, Marum en Zuidhorn. Daarnaast Anbo Grootegast, maar ook de landelijke organisatie was met een vertegenwoordiger present. En wethouder Sjabbo Smedes. Ook aanwezig vier leden die bij de oprichting waren: mevrouw Kok-Krijthe, mevrouw Meijer, mevrouw De Vries en mevrouw Wilmstra-Faber. Voorzitter Henk Stuiver wenste in zijn openingswoord iedereen een ‘gezegend nieuwjaar’. Er werd even stil gestaan bij het overlijden van Willem-Pieter Renkema, die 87 jaar is geworden. Stuiver las een kenmerkende zin voor: ‘dienstbaar zijn aan hen die het nodig hebben’ en vergeleek het met de huidige tijd. “Er is overal ellende. Zoals oorlogen en honger. Wij moeten wat doen. De Voedselbank is een goed voorbeeld, maar we moeten ook zorgen voor familie en buren, tegenwoordig Mantelzorg geheten. Een van de peilers van PCOB (al meer dan 50 jaar één van de grootste maatschappelijke organisaties voor senioren) is ‘omzien naar elkaar en opkomen voor de zwakkeren’. Vervolgens werd het Bondslied door de hele zaal gezongen. “Dit lied komt uit een notulenboekje. Het wordt nergens meer gezongen, maar ik vond het hier wel toepasselijk”. Stuiver over de historie: “De PCOB was een initiatief van de Diaconische Gereformeerde Kerk. Na een vergadering werd geopperd dat de tijd rijp was en dat het een noodzaak was voor ouderen. PCOB Grootegast-Oldekerk is niet de oudste vereniging. We hebben momenteel tweehonderd leden en dit aantal is de laatste vier jaar gedaald. Vooral door overlijden. Nieuwe leden werven is moeilijk. De groep 55-plussers voelt zich nog te jong en heeft te veel verplichtingen. Hoogtepunt in het 25-jarig bestaan was meteen na de oprichting. Dat was het contact met de gemeente Grootegast. We vroegen om een wooncomplex voor senioren. Het heeft een paar jaar geduurd, maar het is toch gelukt. We komen jaarlijks zeven keer bij elkaar en nodigen dan ook sprekers uit. Die lezingen hebben vaak een boodschap en hebben niet alleen betrekking op de kerk”. Voor de vrolijke noot zorgde Gert Sennema, die zijn eigen visie gaf op serieuze onderwerpen, zoals de crisis die de Grijpskerker betrekkelijk vond. Zijn afgebrande onderkomen inspireerde hem tot een lied. ‘Al binnen de buzen leeg en geven de bank gien kredieten meer waor de liefde woont gebiede de Heer zien zegen’. De actualiteit werd ook op de korrel genomen. “Ik kiek op die eeuwige vlam, niet van de Olympische Spelen, maar van de NAM. Ik huif de lamp niet op te doun, het is de kurk van ons welvaren. Om dan het refrein te zingen: ‘Er zit gas onder Grijpskerk, maar het geld gaat naar Zuidhorn’. Om gas vervolgens anders te vertalen. Na het versoberen van een bord snert. “Ik heb snert gehad. Toen zeiden ze ik ruuk gas”. Om te eindigen met de ellende van tegenwoordig. Zoals het onschuldig vermoorden van mensen. ‘Gien mens kan mist worden, gien mens is te min’.