Stichting Breedband Westerkwartier gaat voor eigen glasvezelnetwerk

“Zonder overheidsgeld, zonder beperkingen”

 WESTERKWARTIER – Stichting Breedband Westerkwartier (SBW) wil in het Westerkwartier een eigen glasvezelnetwerk aanleggen zonder gebruik te maken van overheidssteun. “Want dat zorgt voor beperkingen”, stelt voorzitter Jan Hut. Voor de financiering brengen de bewoners een eigen vermogen bij elkaar. Een ambitieus plan. Maar hoe gaat SBW dit doen? Jan Hut legt uit wat de plannen zijn en hoe de stichting deze denkt te realiseren.

De grootste vraag is natuurlijk waarom er een eigen netwerk gerealiseerd moet worden. “Waarom niet zou ik zeggen. Als ik zie wat bewoners aan inleg moeten betalen bij de aanleg door een commerciële partij, dan kun je voor datzelfde geld ook een eigen glasvezelnetwerk aanleggen.” Daar zijn wel voorwaarden aan verbonden, weet Hut. “Je moet natuurlijk beschikken over mensen met voldoende know-how en met de kracht en energie om de kar te trekken.” Die zijn echter voorhanden, stelt Hut. De aanleg moet geschieden zonder overheidsgeld. Dat is zeker mogelijk, denkt de voorzitter. “We hebben lang ingezet op overheidsgeld. Dat heeft ons helaas veel tijd gekost. Maar nadat de provincie Groningen de aanleg van een glasvezelnetwerk aan een andere, commerciële, partij heeft gegund, hebben wij het roer omgegooid. Achteraf gezien zijn we hier niet rouwig om. Zonder overheidsgeld geen beperkingen.” De wedervraag luidt of er aan overheidssteun zoveel beperkingen kleven. Hut: “Zeker! Met overheidsgeld moeten we ons houden aan de Europese wetgeving. Dit betekent dat we adressen boven de 30Mb/sec. niet mogen aansluiten. Ook de adressen waarvan KPN of Ziggo zegt dat ze binnen drie jaar de snelheid naar minimaal 30Mb/sec. brengen, mogen niet worden aangesloten. Daarnaast moet er Europees worden aanbesteed. Wij hebben daar niets mee te maken. We mogen iedereen die dat wil, aansluiten.” Daarvoor is wel voldoende animo nodig, weet ook Jan Hut. “We gaan de bewoners onze aanpak uitleggen. Dat moet draagvlak creëren. Is er voldoende belangstelling dan richten we een coöperatie op. Door lid te worden van deze coöperatie vraag je een glasvezelaansluiting aan en betaal je € 500 basisinleg. Daarnaast kan men kiezen voor een extra inleg. Hiermee ontstaat een eigen vermogen dat nodig is om een aanvullende lening van de bank te krijgen.” Met die regeling zal de één meer gaan betalen dan de ander voor de aansluiting, constateren wij. “Kijk, daar gaan we weer”, reageert Hut. “Deze vraag wordt vaak gesteld. Aan deze vraag ligt het automatisme in denken ten grondslag, dat alles commercieel interessant of rendabel moet zijn. Op zich niet verwonderlijk, zo is onze wereld van nu en we zijn er mee vertrouwd, maar we hebben het hier over een coöperatieve aanpak. Dat vraagt een andere manier van denken, die we niet gewend zijn. Bij de coöperatieve aanpak gaan we er vanuit dat meer vermogenden meer willen betalen dan minder vermogenden. Dit is in hun eigen belang maar ook in het belang van het geheel. Zodoende kan iedereen in principe meedoen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de extra inleg terug wordt betaald nadat de lening van de bank is afbetaald. Uiteindelijk heeft iedereen dan hetzelfde bedrag betaald; namelijk de basisinleg.” Alhoewel niet verplicht, wordt extra inleg aangemoedigd, blijkt uit de woorden van Jan Hut. Voor iedere duizend euro die men extra inlegt krijgt men 5 euro per maand korting op het abonnementsgeld. “Dat is dus 6 procent rendement per jaar”, rekent hij voor. Deelnemers kunnen maximaal 3 duizend euro inleggen. Een kleine slag om de arm omtrent de terugbetaling houdt Hut wel. “Ik kan en mag niet hardop roepen dat we zeker alle extra inleg zeker terug gaan betalen”, vertelt hij. “Zouden ik dat doen, dan wordt de inleg als een lening gezien en worden we in principe een “bank”. Daarmee komen we onder toezicht van de AFM te staan en dat willen we niet. Dus uiteindelijk bepalen de leden of de extra inleg wordt terugbetaald. In de business case hebben we met terugbetalen rekening gehouden en we gaan ervan uit dat de leden hiermee zullen instemmen.” Door nu donateur van SBW te worden geef je aan “ik sta achter deze aanpak en doe mee”. Het donateurschap kost 50 euro voor particulieren en 121 euro voor een zakelijke aansluiting. Hut: “Ons motto: Heb je dit bedrag hier niet voor over, dan ben je waarschijnlijk niet echt geïnteresseerd in glasvezel. Het geld hebben we bovendien ook nodig voor de opstart van het project.” Ambassadeurs van SBW gaan langs de deuren om mensen te informeren en hopelijk aan boord te krijgen, meldt Hut. “In het hele Westerkwartier. Echter we zijn in het zuidelijk Westerkwartier begonnen omdat we daar in 2016 al een belangstellingsregistratie hebben gehouden. Toen is gebleken dat hier voldoende belangstelling was. Binnenkort komen we met meer informatie hoe we het noordelijk Westerkwartier willen gaan aanvliegen. Maar nogmaals, de bewoners aldaar hoeven hier niet op te wachten. Ik zou zeggen: neem contact met ons op als je wilt beginnen en een groep bewoners bij elkaar weet te brengen.” Het bestuur van SBW is zich bewust van de enorme uitdaging die op hen wacht, “maar we worden steeds enthousiaster nu onze strategie vast staat. Maar we kunnen het niet alleen. We doen het voor de bewoners en met de bewoners met als resultaat een glasvezelnetwerk van de bewoners.” Donateurs kunnen zich aanmelden via www.glasvezelwk.nl. “Graag zelfs”, besluit Jan Hut, “want hoe meer donateurs we hebben, des te sneller de eerste schop de grond in kan.” Voor meer informatie kan men ook terecht op bovengenoemde website.