Stichting Jeu De Boules Westerkwartier viert 25-jarig jubileum

Grijpskerk Jeu de Boules-4

GRIJPSKERK – Een drukte van jewelste in Grijpskerk. De ene Abraham stapt na de andere Sarah van de fiets, uit de auto of komt uit de bosjes tevoorschijn met de benenwagen. Niet heel verwonderlijk, vandaag wordt namelijk het 25-jarig jubileum van Stichting Jeu De Boules Westerkwartier gevierd én de laatste competitierondes gespeeld.

Van de tien jeu de boules-verenigingen uit het Westerkwartier, waar de Stichting Jeu De Boules Westerkwartier overkoepelend voor is, zijn een aantal afgevaardigden gestuurd om de competitierondes te spelen. Allemaal zijn ze erbij: De Abdijrollers uit Aduard, Blief Aktief uit Grootegast, de Grijpsboulers uit Grijpskerk, Boulevermoak uit Kommerzijl, de Franse Slag uit Leek, Altied Roak uit Niekerk/Oldekerk, ’t Mikpunt uit Noordwijk, de Humsterlandgooiers uit Oldehove, de Goedeworp uit Zevenhuizen en last but not least Dattien uit Zuidhorn. Eén ding is zeker: creatief met namen zijn ze wel.

Beter te vroeg dan te laat is het redactiemotto, dus de verslaggever komt ruim op tijd aan bij de jeu de boulesbaan van de Grijpsboulers in Grijpskerk, waar ze meer dan hartelijk wordt ontvangen door Ton van Calmthout, die zelf speelt bij de Humsterlandgooiers uit Oldehove. Ook Ben Compaan, lid bij de Franse Slag uit Leek en secretaris bij Stichting Jeu De Boules Westerkwartier, komt eraan gerend. Hun enthousiasme is overdonderd. Hart voor de sport hebben ze zeker. Na een middag meegelopen te hebben, verhalen te hebben gehoord en de spanning van de wedstrijden gevoeld te hebben, snappen we waarom.

“Jeu de boules heeft, naast het sportgedeelte, ook een sociale functie”, vertellen Compaan en Van Calmthout. “Er zijn genoeg weduwen of weduwnaars die op deze manier toch hun huis uitkomen, en lekker bewegen in de buitenlucht. Want het blijft een sport, ook al is deze minder intensief dan bijvoorbeeld voetbal. We hebben wel eens een lid gehad met een hersenbloeding, die gelukkig weer is hersteld, maar ook door het spelen van jeu de boules toch weer helemaal is opgeknapt. Je activeert een bepaald deel van je brein tijdens het spelen, en dat is hartstikke gezond. Daarnaast heb je sociale contacten met de leden van je eigen club, maar ook met de leden van de andere clubs, die je tegenkomt tijdens competitiewedstrijden.”

Tijdens een rondje langs de leden van de verenigingen worden de meest prachtige anekdotes en verhalen onder de mottenballen vandaan getrokken. Zo is er een slechtziende meneer die meespeelt en die de ‘but’ of ‘cochonnet’ – dat kleine balletje – niet ziet. De andere teamleden gaan dan met een witte stok bij het balletje staan, zodat hij weet waar hij heen moet gooien. “Kleurenblind én slechtziend. Kan ‘ie ook niks aan doen”, lacht Compaan. “We zorgen er gewoon voor dat hij kan meespelen.” Ook was er een mevrouw van 93, die tot het laatste moment meegespeeld heeft, en is er nog steeds een mevrouw van 94 die nog speelt. De verhalen en anekdotes verstommen even als de voorzitter van de stichting het woord neemt. “Vijfentwintig jaar geleden werd de Stichting Jeu De Boules Westerkwartier opgericht”, vertelt hij. “Eén van de redenen dat we nu allemaal hier zijn!” Na het openingswoord van de voorzitter is het tijd voor de uitreiking van de trofeeën, als aandenken van het jubileum. Bijzondere trofeeën, want in plaats van een jeu de boulende meneer staan er nu alleen jeu de boulesballen op. “Er waren een paar mevrouwen die liepen te miepen over het plaatje, dat er geen vrouwen op staan”, lacht Compaan. “Dus is er een student geweest die dit logootje voor ons heel ontworpen. Heel neutraal, gewoon alleen de ballen. Want daar spelen we immers allemaal mee.”

Na het officiële gedeelte is het tijd voor een hapje, drankje en het maken van praatjes. Al snel blijkt dat eigenlijk alle vereniging kampen met een teruglopend ledenaantal. Ook ligt de gemiddelde leeftijd vrij hoog, zo zijn er vrijwel geen leden van onder de 60 jaar. Volgens de leden heeft dat met verschillende dingen te maken, zoals de onwetendheid en vooroordelen over de sport, de verhoging van de pensioenleeftijd en het hebben van minder tijd. Ook zijn de trainingen vaak overdag, waardoor veel mensen niet kunnen in verband met werk. “Maar de trainingen zouden ook ’s avonds kunnen”, stelt één van de leden van Zuidhorn voor. “Het hóéft niet per se overdag.” Een lid van Grootegast vult aan: “Mensen denken ook vaak dat het écht een oudemensensport is, maar dat is helemaal niet zo. Ik heb een buurvrouwtje van 80, en toen ik haar vroeg of zij een keer mee wilde spelen antwoorde ze: ‘Maar zo oud ben ik nog niet!’ Dat is gewoon een vooroordeel wat mensen hebben, heel zonde. Want het is hartstikke gezellig, leuk én gezond. Je bent onder de mensen, in de buitenlucht.”

Na de praatjes, uitwisselingen van verhalen en bespreken van wedstrijdstrategieën is het tijd voor een van de laatste competitiewedstrijden. Meer spelregels dan verwacht, maar allemaal prima te onthouden. De verslaggever krijgt bij elke gooi tekst en uitleg. Gelukkig maar, want de precieze regelgeving omtrent jeu de boules kennen we niet. Eenmaal een beetje in het spel, blijkt het toch wel spannend te zijn. De ene bal nog dichter bij de but dan de ander, om vervolgens weer weg gekaatst te worden door een bal van de tegenpartij. Dat mag, leren we. Alle teams spelen, om en om, naar hartenlust de wedstrijden. Elke vereniging tegen alle andere verenigingen. Iedereen speelt dus een keer tegen elkaar.

Het competitieseizoen is bijna afgelopen, op één – verplaatste – wedstrijd na. De uitslag van de wedstrijd van vorige week was Grijpskerk – Oldehove, 6 – 3. De trainingen gaan overigens de hele winter gewoon door. “Weer of geen weer”, lacht het lid uit Grootegast. “Sneeuw schuiven we gewoon van de baan af en als het een beetje regent schuilen we gewoon. Maar het moet niet met bakken uit de hemel komen”, lacht ze. “Wij kunnen gelukkig binnen spelen”, vertelt Van Calmthout. “In de hal van een school, en dan rollen we gewoon een paar kunstgrasmatten uit”, lacht hij.