Stichting Welzijn gemeente Zuidhorn vindt zichzelf opnieuw uit

Zuidhorn Loes Jansen

“Van jongeren- en ouderenwerkers naar breed dorpswerk”

ZUIDHORN – Al een jaar lang wordt er nogal wat gevraagd van de medewerkers van de Stichting Welzijn gemeente Zuidhorn (SWgZ). Ze dompelen zich onder in trainingen en cursussen, leren zich een nieuwe rol aan en hun oude gewoontes los te laten. De SWgZ staat op het punt van een grote omslag waarbij het zichzelf als het ware opnieuw uit vindt en het belangrijkste doel is de drie pijlers jongeren-, ouderen- en vrijwilligerswerk los te laten. Door breder aan de slag te gaan zullen de medewerkers hopelijk bijdragen aan een grotere gemeenschapszin en zal de gemeente de tijden van bezuinigingen in zorg en welzijn goed doorstaan.

Loes Jansen loodst SWgZ door de tijd van veranderingen heen. Eigenlijk vindt ze publiciteit niet zo belangrijk benadrukt ze een aantal keren, want “eerst moet alles achter de coulissen voor elkaar zijn”. Haar grootste belang is dat de medewerkers van SWgZ hun draai weten te vinden in de nieuwe werkwijze en vooral ook dat de inwoners van de gemeente baat zullen hebben bij alle veranderingen. Uit haar woorden spreken gedrevenheid en perfectionisme en daarbij neemt ze ervaring in het welzijnswerk van zowel de gemeente Haren als Groningen mee. De gemeente Zuidhorn zocht iemand die de drie pijlers van de SWgZ zou integreren, een taak die Loes op het lijf geschreven is. “In Haren was ik projectontwikkelaar, in Groningen leidinggevende; hier in Zuidhorn kan ik het zowel bedenken als wegzetten bij de mensen. Precies wat ik kan en wil doen.”
Een omslag was nodig. Er komt nogal wat op de gemeente af. Niet alleen grote bezuinigingen vanuit de landelijke overheid, maar ook zorgindicaties veranderen en de hulpverlening moet daarin mee. Daarnaast is er ook nog de gemeentelijke herindeling. “Er gebeurt heel veel tegelijk”, beaamt Loes. “En dan is het moeilijk voor de gemeente een goede pas te maken.
Maar het concept wat straks staat, staat sowieso. Wat voor schaalgrootte de gemeente dan ook krijgt; het doet niks meer af aan het principe waarin wij gaan werken: dichtbij de mensen.”
Vele ouderen zullen haar wel kennen: Loes Lestestuiver die veelal in Aduard te vinden is. Jongeren weten ongetwijfeld allemaal wie Patrick Wijninga, die Avalon in Zuidhorn als basis had, is. Maar hoeveel ouderen kennen hem? Hoeveel jongeren zien Loes wel eens? En wat te denken van iedereen die niet in de categorie oud of jong valt? En dat is nou juist waar de SWgZ vanaf moet. “We gaan van jongeren- en ouderenwerkers naar dorpsgericht werken. In de dorpen moeten we sterk zijn. We zijn samenlevingsgericht en willen de gemeenschapszin vergroten. Op deze manier kunnen we veel meer betekenen. Wie zich alleen maar met de jongeren bezig kan houden, werkt eigenlijk heel erg ingekaderd. Jongeren hebben toch ook weer ouders, opa’s en oma’s en broertjes of zusjes.”
Het vraagt wel een ommezwaai van de medewerkers. “Ze hadden eigenlijk niet eens een goed beeld van elkaar; van wat ze eigenlijk doen qua werkzaamheden”, lacht Loes. “Zo dachten de jongerenwerkers dat de ouderenwerkers ook echt bij oudere mensen in huis meehielpen. De ouderenwerkers andersom kregen vaak klachten van de ouderen over de jongeren, maar wisten eigenlijk niet wie die jongeren nou precies zijn.” Breed dorps- en buurtwerk moet het worden. “Ze zijn nu een welzijnswerker en dan maakt het niet uit of iemand jong of oud is. En ja, dat is best wel gek voor hun. Maar tot nu toe waren we gericht op jong en oud en deed de laag daartussen niet mee. Terwijl juist daarin momenteel veel speelt, denk maar aan echtscheidingen en mensen die hun baan verliezen. Ook voor deze groep moet aandacht zijn. Daarvoor moeten we meer zichtbaar zijn.”
Zichtbaar zijn is een belangrijk speerpunt van de nieuwe werkwijze. “Mensen moeten ons kunnen vinden en daarvoor moeten we heel veel in de dorpen zijn en heel veel in gesprek zijn met de bewoners van een dorp. Onze rol is om samen met de bewoners en dichtbij hun te werken. Breng samen in kaart wat er mooi is en behouden moet blijven, maar ook wat er anders kan en hoe dat dan vormgegeven moet worden. Het moet vooral bij de bewoners vandaan komen en zij moeten het uitvoeren.” Ook iets om aan te wennen. “Ja”, beaamt Loes, “we zijn wel heel erg gewend om te werken volgens ‘u vraagt, wij draaien’. Maar het is niet meer van deze tijd dat mensen maar op hun vingers fluiten en het wordt gedaan. Ook een jongerenwerker moet leren dat jongerenwerk meer is dan het organiseren van activiteiten. Jongerenwerk nieuwe stijl is veel meer vroegtijdig signaleren van problemen, jongeren coachen en stimuleren, maar ook eventueel een andere organisatie inschakelen als dat nodig is.”
Dat signaleren wordt steeds belangrijker, helemaal nu de zorg door bezuinigingen steeds verder ingeperkt, hulpbehoevenden niet meer de zorg kunnen verwachten die ze kregen en er dus weer meer en meer van mensen zelf wordt verwacht. “Een belangrijk doel is om sneller de mensen te vinden met wie het niet goed gaat, deze makkelijker aan te spreken en zo misschien wel zwaardere zorg te voorkomen. Kijk”, legt Loes uit, 85% van de mensen redt zichzelf prima. Tien procent heeft soms een duwtje in de rug nodig en vijf procent redt zich niet. Als wij veel in de dorpen aanwezig zijn, kunnen we die tien procent dat duwtje geven, maar zien we ook die vijf procent. Spreek zulke mensen aan met: ‘goh we hebben iedere dinsdag een koffieochtend, dus kom eens langs als je een probleem hebt, dan is er altijd wel iemand die je kan helpen’. En laat ze het dan wel zelf regelen, want dat is het belangrijkste. Als je naar zo’n systeem toe gaat, is er veel winst te behalen. Dan ben ik niet zo bang voor de bezuinigingen.”
Alle veranderingen hebben logischerwijs ook consequent voor bijvoorbeeld een jongerencentrum als Avalon. “Ja”, vindt Loes, “het moet meer een centrale locatie in het dorp worden. Zie het als een activiteitencentrum wat we breder willen trekken.” De samenwerking met de voedselbank is een mooi begin. “Sinds kort is het voedseluitgiftepunt er gevestigd en dat is mooi. Maar ik denk dat er meer kan. De klanten van de voedselbank hebben meer nodig dan alleen voedselpakketten. Misschien willen ze wel vrijwilligerswerk gaan doen of hebben ze hulp nodig bij scholing. Er moet in Avalon in elk geval een computerlokaaltje komen, waar bijvoorbeeld seniorweb ouderen kan lesgeven en waar werkzoekenden bijvoorbeeld kunnen komen om sollicitatie te versturen.”
Hoewel Loes veel vraagt van iedereen, houdt ze de wind eronder. Plannen heeft ze nog zat. Zo is ze ook druk met het opzetten van een algemene hulpdienst. Eén telefoonnummer waarachter allerlei organisaties van Humanitas tot de plaatselijke kerk samenwerken. Binnenkort verschijnt er ook een presentatieboekje waarin alle medewerkers zich presenteren. Eén van de eerste stappen richting meer en meer zichtbaarheid die genomen worden. “In die dorpen sterk worden, dat is nu onze uitdaging.”