Syrisch gezin eenzaam in Oldehove: Ik wil mijn gezin onderhouden, maar hoe..?

OLDEHOVE – Deze week zijn we terecht gekomen in Oldehove. Daar woont het Syrische gezin Zaza. De avond begint direct al grappig als ik de ouders en vijf kinderen vraag naar hun leeftijden. Vader weet het niet precies en ook de oudere zoons kijken elkaar een tikje vertwijfeld aan. Zoiets kunnen wij ons als Nederlanders niet voorstellen. Maar heus, de ID kaarten komen op tafel en zo wordt duidelijk dat het gezin bestaat uit drie jongens. De oudste jongen is 21, één is achttien en de jongste telg is vijf. Hij heeft nog een tweelingzusje. Waar het jongetje is? Vader wijst met een serieus gezicht naar een lage tafel en daaronder blijkt het ventje te liggen slapen. Tenminste, dat denkt vader, maar nader onderzoek leert dat het schattige mannetje met een controller in zijn hand ligt, en ons de hele tijd met grote ogen heeft bekeken.

Ook hier wordt er ons direct een kopje koffie aangeboden. We zijn met zijn vieren op bezoek, want fotograaf Laura is weer van de partij. Eslam is ook mee, een Syrische jongen van elf jaar oud die ons helpt om sommige verhalen te vertalen van het Arabisch naar het Nederlands. Een bont gezelschap, maar het motto lijkt hier in huis te zijn, hoe meer zielen hoe meer vreugd. En dat blijkt precies het gene te zijn, waar de familie mee worstelt. Te weinig zielen. Te weinig contact met Nederlandse én met Arabische mensen. Dat wordt duidelijk voordat de thee en Arabische koffie worden geserveerd. Ondertussen haalt moeder het tweelingzusje uit bed, voor de foto. Niet heel kindvriendelijk, we geven het direct toe. Ter geruststelling, het meisje had het, eenmaal goed wakker, prima naar haar zin, al oogde ze een  beetje verlegen. Of zou het toch een verlaat ochtendhumeur zijn geweest?

Oldehove. Sinds ruim twee jaar de woonplaats van een familie die niet kan wennen aan het stille dorp en zich erg eenzaam voelt door gebrek aan sociale contacten. Als er iets centraal staat tijdens deze ontmoeting is dat het wel. “Er wonen hier negen gezinnen uit Eritrea, en wij zijn de enige familie uit Syrië. De gemeente wil dat wij contact leggen met de mensen hier, maar we hebben geen idee hoe. We hebben mensen uitgenodigd. Vaker dan één keer. Maar ze komen niet. Ze zeggen hoi en dag en lopen dan snel door. Zijn ze bang voor ons?” Vader kijkt me vragend aan en wijst naar de muur. Dat zijn onze enige vrienden. We zijn een keertje mee geweest naar de kerk. Eén keer in het jaar wordt er een maaltijd geregeld voor de inwoners en vluchtelingen om elkaar te ontmoeten, maar daarna is alles weer zoals het was. De verbindingen naar de bewoonde wereld gaan per bus. Een uur heen en terug. In het weekend rijden er bijna helemaal geen bussen. We kunnen niet op bezoek bij onze Arabische vrienden in omliggende dorpen.” De oudste zoon, gekleed in een fel blauw bloesje, vult zijn vader aan: “Het is erg moeilijk hier. We missen contacten. Ook voor onze moeder is het hier heel erg lastig. De vrijwilligster, Greetje, is echt super aardig en doet alles voor ons, maar wij hebben behoefte aan een sociaal leven. We nemen de inwoners niets kwalijk. Wij begrijpen alleen niet waarom ze nooit op bezoek komen, het zal wel met de cultuur te maken hebben. Het liefst zouden we verhuizen naar Zuidhorn of Groningen.” Vader, die grotendeels de woordvoerder van het gezin is, wil graag werken. Het blijkt een andere grote frustratie: “In mijn land heb ik dertig jaar lang gewerkt in een plasticfabriek. Het was hard werken. Ik heb geen enkele opleiding gehad, maar heb altijd mijn eigen geld verdiend. Hier mag ik niet werken. En in Oldehove is ook geen fabriek. Ik wil mijn gezin onderhouden. We hebben vijf kinderen, daar is veel geld voor nodig. Ik wil echt heel graag werken!”

Ook dit gezin sloeg op de vlucht voor oorlog, voor bommen en raketten. Op zoek naar een hoopvolle toekomst en veiligheid. Vader bracht zijn gezin eerst naar Turkije. Daar verdiende hij geld om de overtocht naar Europa te betalen, om via de bekende bootreis over de Middellandse Zee in Griekenland te arriveren. Was zijn bestemming direct al duidelijk en wilde hij naar Nederland? Vader knikt een overtuigend ‘nee’.  Het was eigenlijk een sprong in het onbekende, vertelt hij. “In Griekenland en daarna Oostenrijk zijn veel meer mensen die vluchten en een veilig heenkomen zoeken met een toekomst. Je sluit je dan aan bij die mensen. Veel tochten zijn ‘s nachts en je wordt in groepjes van de ene plaats naar de andere gebracht. Het is gewoon een handel. Er staan allerlei mensen klaar in auto’s die je voor veel geld de grens over willen brengen. We hebben nachten gewandeld door de bossen zonder eten en geld. Uiteindelijk kwam ik op een ochtend in de trein in Nederland aan. In Duitsland ben ik op de trein gestapt. ’s Ochtends werd ik wakker in Nederland.” Waar? “Geen idee. Het was een klein station en koffie kostte vier euro en ik had dertig euro. Nee, ik heb geen geld in Syrië op de bank.  Wij woonden in Aleppo en daar is een heel ander systeem dan hier. Ik heb niets meer. Eenmaal in Nederland zwaaide een agent heel vriendelijk naar mij en die heb ik maar aangesproken. Hij heeft me op transport  naar Ter Apel gezet. Later is mijn gezin overgekomen maar dat heeft meer dan een jaar geduurd. Gelukkig zijn we nu met elkaar. De gemeente zorgt heel goed voor ons. In Turkije is geen kinderbijslag of zijn nauwelijks sociale voorzieningen. Geen werk is geen geld. Hier is dat echt heel goed geregeld” En dan met een brede glimlach en een vleugje zelfspot: “Het enige wat de gemeente me niet geeft is een rijbewijs. Ik heb al twee keer een Arabisch examen gedaan. Beide keren gezakt. Dat heeft me 800 euro gekost. Maar we willen zo graag een verbinding met vrienden en een sociaal leven hebben. Daarbij kan een auto helpen. Voorlopig zit dat er niet in, al hoop ik dat de gemeente begrip heeft voor onze situatie en gaat helpen met een huis in een andere woonplaats. Verder zijn we hartstikke blij hier in Nederland te zijn en hopen hier een mooie toekomst op te bouwen.” Moeder Fatima probeert zich ook nog met het gesprek te bemoeien maar ze kijkt nogal moeilijk. Niet zo gek blijkt, ze heeft vandaag een paar kiezen laten uitzagen in het Ziekenhuis in Leeuwarden en heeft erg veel pijn. Het gezin wil benadrukken dat ze zich veilig en geaccepteerd voelen in ons land. Toch voelen ze zich ongemakkelijk bij de vooroordelen die er heersen over Moslims. “Wij zijn naar een christelijke kerk geweest en eigenlijk hebben christenen en moslims heel veel gemeen. We willen gewoon elkaar lief hebben en in vrede met elkaar leven. ” Of zijn zonen ook mogen trouwen met Nederlandse meisjes? Er volgt een stevig gesprek tussen vader en de zoons. “Het is geen probleem, als ze maar geen ruzie gaan maken,” grapt vader Yasser die zijn diepste wens nog eens duidelijk maakt. “Ik wil mijn gezin onderhouden, maar hoe..?”