Tonko Ufkes presenteert nieuwste boek ‘Ongeliek’

“Onvoorspelbaarheid is belangrijk in een goed verhaal. Flikken Maastricht is niet spannend”

STREEK – Het Westerkwartier en Tonko Ufkes zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Alhoewel de streektoalschriever en dichter al jarenlang in Beijum woont, blijft het Westerkwartier speciaal. “Het Westerkertiers zit er diep ingebakken”, stelt Ufkes om daarna zijn toekomst te illustreren. “Ik moet straks als ik oud ben en ga dementeren naar het Zonnehuis in Zuidhorn. Alleen daar kunnen ze mij dan nog verstaan.” Een interview met een bijzonder man en een markant figuur. In het Westerkertiers uiteraard, want dát is de toal van Zeuvenhuuster Tonko Ufkes. Maar voor uw –en ons- gemak omgezet naar het Nederlands.

“Eigenlijk ben ik niet zo’n man van de voorgrond”, vertelt hij direct bij binnenkomst. “Maar ja, als schrijver doe je je eigen pr en promoot je je eigen boeken.” Erg vindt Ufkes onze komst gelukkig niet, naast een gemakkelijke schrijver is hij ook een begenadigd spreker. “Ik kom van Zeuvenhuzen’, duidt hij zijn liefde voor de Westerkertiers. “Thuis werd altijd plat gepraat. Het is de eerste taal die ik sprak en de taal waar ik mee op ben gegroeid. Die zit er rotsvast in.” Het is 1989 als Tonko Ufkes begint met dichten. In zijn ‘moedertaal’. Kranten, tijdschriften, overal ziet men zijn gedichten graag verschijnen en het mondt uiteindelijk uit in vijf dichtbundels, waarvan de laatste in 2009 verschijnt. “Daar ben ik enorm trots op”, vertelt hij terwijl hij zijn ‘ienkiekexemploar’ uit de kast haalt. “Deze heb ik samen met mijn vrouw gemaakt toen we beiden 50 jaar oud werden. Ik maakte de gedichten, zij verzorgde de illustraties.” Het was tevens het slotstuk van het dichten. “Uiteindelijk heb je alle thema’s al eens behandeld; de vier seizoenen, liefde, dood, natuur, zee en ga zo maar door. Ik merkte dat ik in herhaling begon te vallen. Dat is hét moment om iets anders te gaan doen.” Die overstap kwam er. Dichten werd schrijven, want ‘n schriever legt zien pen niet weg’.” Twintig verhalen heeft Ufkes de afgelopen drie jaar geschreven. “22 zelfs”, verbetert hij. “We hadden er twintig nodig, maar het is fijn als je een keuze kan maken en de twee ‘minste’ verhalen kan weglaten.” Wat de minste verhalen zijn wordt mede bepaald door zijn vrouw en trouw luisteraar. “Zij is de eerste aan wie ik de verhalen voorlees”, aldus Ufkes. “Mijn meest kritische luisteraar. Zij geeft feedback en laat mij eerlijk weten of het hele verhaal duidelijk is en haar boeit. Als je halverwege een verhaal afdwaalt is het klaar. Een verhaal moet spannend zijn. Onvoorspelbaarheid is daarbij heel belangrijk. Neem Flikken Maastricht, waar veel mensen naar kijken. Dat vind ik totaal niet spannend. Je weet toch wat er gaat gebeuren? Het is elke week hetzelfde.”
De verhalenbundel ‘Ongeliek’ van Ufkes bevat 20 verhalen die allen niet op elkaar lijken. “Verhalen die wel dicht bij mij staan”, zegt hij. “Ze zijn ‘waar’, maar niet ‘waargebeurd’. Verwacht vooral geen science-fiction en rare toestanden.” Veelal put Ufkes uit zijn eigen ervaring en zijn eigen jeugd. “Dan verbeeld ik mij iets – een oude boerderij uit mijn jeugd in Zevenhuizen bijvoorbeeld – en dat gebruik ik vervolgens in mijn verhaal. Dat wel in de tegenwoordige tijd geschreven is, want anders komt het gevaar van nostalgie om de hoek kijken en schrijf je met terugwerkende kracht je eigen dagboek. De tegenwoordige tijd dwingt mij om het verleden ook echt het verleden te laten. Want dat vroeger alles beter was, dat weet ik wel.” Zijn boek ‘Ongeliek’ laat zich omschrijven als een mooie streekbundel met een positieve insteek. “20 secuur uitgezochte verhalen die spelen in het heden, in herkenbare situaties en met herkenbare personages. Daarnaast reken ik af met de slechte eigenschap voorspelbaarheid.” Buitengewone verhalen dus, gebundeld in een boek dat vanaf heden verkrijgbaar is in de betere boekhandels en online via de uitgever Het Nieuwe Kanaal.