“Vandaag is de dag en als het morgen is, is het weer de dag van vandaag”

ZUIDHORN – Mevrouw De Graaff verblijft sinds 4,5 maand in Hospice de Mantel. “Daarvoor lag ik vier weken in het Martiniziekenhuis. Toen ik hier kwam was ik heel zwak, mijn hart is zwaar beschadigd en werkt nog maar voor 10%. Tegen de verwachting in ben ik er nog, de artsen gaven mij toen nog twee weken. Door de goede zorg en de rust ben ik hier wel uitgerust en bijgekomen, maar mijn levensverwachting blijft heel beperkt.”

Vanuit het ziekenhuis ging mevrouw De Graaff naar de afdeling revalidatie in Zonnehuis Oostergast te Zuidhorn. Revalideren om weer zo snel mogelijk te herstellen en om naar je eigen huis te kunnen. Al snel bleek mevrouw De Graaff hier niet op haar plek te zijn. De afdeling revalidatie vraagt eigen activiteit, daar is zij veel te zwak voor. Bovendien lag ze met meerdere mensen op een kamer. Artsen, behandelaren, verzorgenden en bezoek liepen in en uit. Daar werd ze veel te moe van. Ze werd daarom verhuisd naar Hospice De Mantel.

In ‘De Mantel’ heeft ze haar eigen kamer, er is rust, haar bed staat bij het raam. Eigen meubels heeft ze niet meegenomen, daar had ze geen behoefte aan. “Ik kan mijn eigen stoel wel meenemen, maar ik zit er toch niet meer in. Mijn eigen schilderijen vond ik ook niet nodig. Ik wist ook helemaal niet hoe lang ik hier zou blijven en er hangen hier prachtige kunstwerken gemaakt door het activiteitencentrum in Zonnehuis Oostergast. Ik heb een aantal dierbare spulletjes mee, zoals de foto van mijn man die dit jaar is overleden. Meer heb ik niet nodig. Dag en nacht warme en liefdevolle zorg doet mij goed. In de gegeven omstandigheden voel ik me hier gerust en thuis.”

“Ik heb een aantal dierbare spulletjes mee, zoals de foto van mijn man die dit jaar is overleden. Meer heb ik niet nodig. Dag en nacht warme en liefdevolle zorg doet mij goed. In de gegeven omstandigheden voel ik me hier gerust en thuis.”

Lezen, radio en cd’s luisteren, tv kijken en soms geniet mevrouw De Graaff in alle rust van een luisterboek. “Ik krijg iedere dag bezoek, vaak meerdere mensen en in ieder geval van één van mijn dochters. Daar geniet ik van en dat vind ik heel fijn. Er zijn ook lieve vrijwilligers die regelmatig even een kopje koffie brengen en een praatje maken. Al voel ik mij soms wel alleen, ik ben niet veel alleen.”

Om te eten gaat mevrouw De Graaff naar de gezamenlijke woonkamer. Vaker kan niet: “Dat is voor mij te vermoeiend. Maar zo ben ik er even toch nog even uit, even een andere omgeving.” Het contact met andere cliënten vindt ze waardevol. “Je leert elkaar gaandeweg een beetje kennen. Het is fijn om met elkaar te praten. We maken hetzelfde mee, dat geldt ook voor familie die elkaar hier treft. Tegelijk heeft ieder genoeg aan het eigen verhaal. Uiteindelijk moet je er zelf uitkomen.”

“Je leert elkaar gaandeweg een beetje kennen. Het is fijn om met elkaar te praten. We maken hetzelfde mee, dat geldt ook voor familie die elkaar hier treft. Tegelijk heeft ieder genoeg aan het eigen verhaal.”

Dochter Mathilde komt wekelijks op bezoek. “Ik woon op Terschelling en dat is in deze situatie niet prettig, Zuidhorn ligt niet naast de deur. Maar ik ben blij dat mijn moeder in De Mantel verblijft. Voor ons is het hospice echt een soort ‘thuis’ geworden. Ik blijf hier bijvoorbeeld regelmatig slapen op één van de twee logeerkamers. Dan ontbijt ik samen met mijn moeder op de kamer. Toen ik onlangs in het hospice bleef logeren, i.v.m. een vergadering voor mijn werk in Groningen, werd ik door mijn moeder wakker gebeld. Even weer zoals vroeger thuis.”

‘Hospice De Mantel’ ligt in de nieuwe wijk Oostergast en maakt gebruik van de faciliteiten van Zonnehuis Oostergast. Naast de professionele zorg in het hospice zelf, vindt mevrouw De Graaff dat een meerwaarde. “Dat vinden we zo fijn. De artsen (specialisten ouderengeneeskunde) zijn dichtbij, de zorgmedewerkers hebben heel snel ruggespraak. De arts loopt ook regelmatig even bij mij langs om te kijken hoe het met mij gaat.” Mevrouw De Graaff ziet nog meer voordelen van Zonnehuis Oostergast. “De kapper, de pedicure en ook de tandarts komen gewoon bij mij aan het bed. Dat is heel plezierig. In de krant heeft iedereen commentaar op de zorg, maar van mij niets dan lof.”

“Je kiest niet voor een verblijf in een hospice, het overkomt je. Maar voor mijn moeder en voor ons is dit echt de beste oplossing”, zegt dochter Mathilde. “Je wilt hier natuurlijk niet zijn. Maar als de situatie is zoals die is, is ‘De Mantel’ een oase ofwel een plek van rust in deze spannende en zorgelijke laatste levensfase. Als ik weer naar mijn eigen huis ga is het altijd met een dubbel gevoel, maar over de zorg heb ik alleen maar een goed gevoel.’ Alle lof voor de zorgmedewerkers, die verdienen echt een pluim. Als mijn moeder ergens last of pijn van heeft dan staan ze direct aan haar bed. Ik heb er alle vertrouwen in dat ze de beste zorg krijgt en mijn moeder voelt dat ook zo. Er is geen enkele spanning en iedereen is vriendelijk en belangstellend, één grote warme deken. Dat is temidden van alles een fijn en gerust gevoel. Iedere dag is er nog één.”