“Vandaag verruil ik mijn ambtsketen voor een pen”

Roden Piet Adema bezoekt dekrant-6

De telefoon gaat: "Ben je al onderweg"? Natuurlijk ben ik op pad. Een journalist hoort toch op tijd bij het nieuws te zijn. Tja, het is even wennen. Maar toch ook leuk. Vandaag verruil ik mijn ambtsketen voor een pen. Ik ben voor één keer in mijn loopbaan als burgemeester vandaag journalist van de Streekkrant. Op zoek naar het nieuws en de mensen achter het nieuws.

Eerst ga ik op pad naar Camping de 4 Elementen. Spannend, mijn eerste interview. Zal het wat zijn? Krijg ik voldoende uit mijn gespreksgenoot voor een mooi verhaal? En kan ik er daarna een aardig verhaal van bakken? Bij aankomst breekt het ijs in deze winterse tijd snel. En na een warm en bevlogen gesprek heb ik voldoende voor een verhaal. Nu de foto nog. Nog een paar woorden wisselen met de geïnterviewde en dan, hup, snel weer in de auto. Is er nog ander nieuws te verslaan? Een telefoontje naar de redactie vertelt mij dat er geen actuele dingen zijn. Dan maar naar de krant.

Na een kwartiertje (wat duurt dat toch lang als je haast heb) kom ik bij de krant aan. In de aankomsthal ligt het tweede exemplaar van de Streekkrant Fryslân. Dat ziet er goed uit! Nu snel door naar de redactie. Even rondkijken of er een beeldscherm vrij is en dan maar snel aan de slag. De deadline moet worden gehaald van de speciale kersteditie.

Soms is het even puzzelen in mijn aantekeningen. Met snelle halen van de pen heb ik neergeschreven wat er werd gezegd in het interview. Wat, heb ik dat geschreven? Ik kan het niet meer ontcijferen. Gelukkig staat er genoeg op papier wat wel leesbaar is. Zo komt er uiteindelijk genoeg boven voor een verhaal. Zo, klaar, nu eerst maar een bakkie doen en met "collega’s" op de reactie kletsen. Over hun ervaringen als journalist. En de uitdaging altijd met echt nieuws te komen.

Verhip, is het al zo laat? Ik wil mijn zelf geschreven stuk nog eens herlezen. Ja, zie je wel, dit moet anders. Zo kan een lezer er geen touw aan vast knopen. Dus herschrijven. Nog weer een keer lezen. Opnieuw veranderen. Ik begrijp echt niet dat journalisten onder druk toch zo goed kunnen schrijven. Met het zweet op mijn voorhoofd druk ik op de knop "verzenden". Dat was het dan. En nu maar afwachten of de hoofdredacteur het goed genoeg vindt. Na een half uur komt het verlossende woord. Het stuk kan door naar de opmaak. En mijn taak zit er op….denk ik. Er moeten nog foto’s bij de tekst worden gezocht. Opnieuw achter het scherm. Deze lijken me goed. Doorsturen maar weer. Eindelijk leg ik voldaan mijn handen in mijn nek en zak ik lekker onderuit. De klus is geklaard. Nog een bakkie doen. Toch wel hectisch als journalist.

Dan stap ik in mijn auto en rij terug naar het gemeentehuis in Buitenpost. Eens kijken hoe Johannes Dolislager het er als Burgervader heeft afgebracht. En maar gauw die mooie maar ook zware keten weer omdoen. Want voorlopig blijf ik toch maar bestuurder.