Verenigingen De Marne proberen de handen ineen te slaan

Ulrum Wouter Kooi-1

“Groter is niet altijd beter, maar wel met voetbal”

ULRUM – Voetbalvereniging VVSV is voortrekker in een nieuw plan om de toekomst van de verenigingen in De Marne veilig te stellen. Het idee is om de samenwerking te zoeken, vooral op het gebied van de jeugd. Daarbij wordt er gekeken of het haalbaar is om voor één gezamenlijk sportcomplex te gaan.

Voorzitter van deze voetbalvereniging, Wouter Kooi, vertelt dat er al sinds augustus aan het plan gewerkt wordt. “De VVSV is zelf een fusievereniging ontstaan uit UVV uit Ulrum en de SV Zeester uit Zoutkamp. We spelen nog altijd op twee complexen en dat is niet echt handig. Het kost dubbel geld, bovendien is het niet goed voor de sfeer. Het ‘één-club-gevoel’ krijg je zo niet echt.” Dus stapte het bestuur naar de gemeente. “Zijn deze twee complexen samen te voegen?” De politiek stuurde ze met een nieuwe opdracht naar huis. “Kan je het dan niet een stap verder trekken?”

Een idee wat de voetbalvereniging wel aanstaat, want zij ervaarde zelf al dat samenwerking wel eens de redding kan zijn voor de verenigingen in de gemeente. “De jeugd is de toekomst”, vindt Wouter. “Wat is uiteindelijk belangrijker voor een vereniging? De sociale functie of de jeugd? Als je geen aanwas meer hebt, dan sterf je langzaam uit. VVSV is al over die drempel gestapt. Juist doordat we samen zijn gegaan, voetballen er nu veel meer leden. Als je het samenvoegt, krijg je ook aantrekkingskracht. Wij hebben nu alles compleet: A’s, B’s, maar ook kaboutervoetbal en meisjesteams. Als VVSV niet was ontstaan, was Zoutkamp waarschijnlijk al ter ziele gegaan. Groter is niet altijd beter, maar wel met voetbal.” Hij ziet het somber in voor de clubs die niks doen. “Een paar jaar geleden waren er nog 600 jeugdspelers in de hele gemeente, nu zijn er alweer honderd weg.”

Een toekomst ziet de VVSV dan wel voor zich op een nieuw sportcomplex. “Het probleem is dat geen van beide sportcomplexen waar wij over beschikken groot genoeg zijn om samen te gaan. Een nieuw complex zal misschien wel geld kosten, maar als het goed is, wordt er ook een heleboel bespaard”, legt Wouter uit. “De basis van een sportcomplex is een kantine met kleedkamers. Voor één voetbalvereniging heb je een bepaald aantal kleedkamers nodig, maar als je gaat samenwerken wil dat niet zeggen dat je direct het aantal kleedkamers moet verdubbelen. Bovendien”, vervolgt hij, “maak je dan veel meer gebruik van de kantine. Op dit moment zit de jeugdsoos, ook een soort kantine, op ons terrein, de tennisclub heeft een kantine, wij hebben een kantine en dan heb je ook nog eens de kartbaan. Stel er is één gezamenlijke kantine, dan zal de omzet stijgen en wordt het veel makkelijker om de kantine te bezetten.” Eén gezamenlijk sportcomplex betekent wel dat niet elk dorp straks meer deze voorziening heeft. “Nee, dus niet iedereen zal meer op de fiets naar voetbaltraining kunnen. Sommige ouders zullen hun kinderen met de auto moeten brengen, waar niet iedereen blij mee zal zijn. Maar ik zeg dan altijd: als je in Groningen woont en je moet je kind naar Kardinge brengen, ben je vaak langer onderweg dan wij hier van Zoutkamp naar Ulrum.”

Inmiddels zijn er al een aantal gesprekken gevoerd. “Met gymvereniging DOS en de tennisvereniging. Deze laatste hadden altijd al plannen om een hal te bouwen, maar die gaan eerst de ijskast in. Ze zeiden: ‘we gaan met jullie mee, want samen bereiken we meer’.” Ook de Showband DOS staat positief tegenover de plannen. “Ja, ook voor hun geldt: als ze nu niks doen, hebben ze over een aantal jaren niet meer voldoende aanwas om te blijven bestaan.” Toch zijn dit allemaal verenigingen uit Ulrum. “Ja,”, bevestigt Wouter, “maar DOS gym bijvoorbeeld, is eigenlijk al een club waar kinderen uit de hele gemeente komen, aangezien het de enige gymvereniging uit de gemeente is. Ook showband DOS heeft leden uit de hele gemeente en dat zie je bij VVSV ook. Wij hebben zelfs een lid uit Grijpskerk.”

Momenteel wordt er gekeken wat de behoeftes zijn en welke verenigingen zouden willen samenwerken. “Het allereerste wilden we met de politieke partijen praten. Dat er geen geld is, dat wisten we wel, maar als er in elk geval maar politieke wil is, anders heeft het geen zin”, aldus Wouter. “De wethouder heeft gezegd: ga nu eerst eens kijken welke samenwerkingsverbanden er zijn.”