Voetbalclubs De Marne werken samen

LEENS – Voetbalverenigingen in De Marne gaan steeds intensiever samenwerken. Al een half jaar wordt gesproken over zaken die de clubs samen willen oppakken. Zo wordt er gekeken naar de inkoop, het organiseren van cursussen en het samenvoegen van teams. Sportwethouder Kor Berghuis (CDA) is blij met de nieuwe plannen. Volgens hem verliezen veel verenigingen binnen tien jaar hun bestaansrecht als er nu niks gebeurt.
Wethouder Berghuis is te spreken over de samenwerking: “We hebben dit een half jaar geleden opgepakt met de KNVB en de verenigingen omdat we ons voor willen bereiden op te toekomst, zonder dat we als gemeente gaan dicteren wat we gaan doen.” Zo is een stuurgroep opgericht. “Je ziet dat het al zijn vruchten af begint te werpen. Er wordt samen gekeken waar behoefte aan is. Nu vliegt iedereen nog naar Drachten of Heerenveen voor cursussen, maar die kunnen we misschien ook hier organiseren.” Ook wordt er gekeken naar de inkoop voor de kantine, de aanschaf van doeltjes en het onderhoud van de gebouwen.
Ook op het veld zijn de eerste effecten van de samenwerking al te zien. De B’s van Kloosterburen en Leens zitten nu in één team. Noodzakelijk, zegt Berghuis. “Anders had Kloosterburen problemen gekregen met de B’s. Nu kan er een goed team gebracht worden.” De wethouder wijst erop dat ook het damesteam al samengesteld is uit meerdere verenigingen. Hij noemt dat een voorloper van de samenwerking.
De wethouder vindt het fijn dat de clubs nu zelf met ideeën komen. “Als je als gemeente iets wilt, schieten clubs direct in de weerstand,” analyseert hij. “Allemaal realiseren ze zich nu dat er minder kindertjes worden geboren en er dus minder mensen lid zullen blijven van een vereniging. Nu hebben de clubs in al die dorpen bestaansrecht, maar als ze niet samenwerken hebben ze dat over tien jaar niet meer.” Toch is na een half jaar de samenwerking nog niet volledig op stoom. Er liggen nog grote vraagstukken, waar de komende maanden antwoord op gegeven moet worden. “De A’s zijn bij alle verenigingen een groot probleem. Men denkt nu na over een soort regioteam, want we willen niet dat die groep tussen wal en schip raakt en daardoor afhaakt.” De wethouder ziet voor zichzelf vooral de rol als degene die de clubs bewust moet maken van de komende veranderingen. “Ik wil niet het verwijt krijgen dat ik de clubs er niet op heb gewezen dat we in een krimpgebied zitten, waarin ze minder leden gaan krijgen. Het is hun eigen keuze wat ze ermee gaan doen. Ik vind dat een voetbalclub er ook is om het dorp levendig te houden.”