Vrijwilligers willen intensiever contact tussen inwoners en vluchtelingen

Oldehove vluchtelingenwerk zuidhorn

Twee vrijwilligers uit Oldehove en Zuidhorn over vluchtelingenwerk

OLDEHOVE/ZUIDHORN- Femmie de Ruiter is vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk Zuidhorn. Ze helpt vluchtelingen in Oldehove met het leren van de Nederlandse taal. Een verrijking van haar leven, vindt ze. “Je komt zoveel te weten over hun landen en cultuur. Er verdwijnen een heleboel vooroordelen.” Ook Geert Schotanus uit Zuidhorn begeleidt vluchtelingen met het leren van Nederlands. “Ik help een Syrisch jongetje op een basisschool in Noordhorn. Dat is ontzettend leuk, maar soms ook lastig. Zo tekende hij laatst een tank in Syrië op het schoolbord.”

Schotanus helpt vluchtelingen uit Eritrea, Somalië, Syrië en Afghanistan. Twee keer in de week gaat hij naar de basisschool in Noordhorn. “Daar help ik een tienjarige Syrische jongen met het leren van woorden en met rekenen. Het is zo leuk om zijn vooruitgang te zien. Ik hoor dan dat hij Nederlandse woorden begint te gebruiken die hij van mij geleerd heeft.” Kippenvel kreeg hij toen de Syrische jongen tijdens het maken van rekensommen op het bord een pistool tekende, een tank en een huis zonder dak in Syrië. “Hij zei: ‘Syrië kapot’.”

De Ruiter luistert naar het verhaal dat Schotanus vertelt. Zelf helpt ze in totaal zes vluchtelingen waarvan er vier in Oldehove wonen. “Omdat ik een achtergrond als onderwijzeres heb, ben ik gevraagd om vluchtelingen te begeleiden als taalcoach.”

Volgens De Ruiter vormt de Nederlandse taal het grootste struikelblok bij de inburgering. “Als je 30 wordt tijdens die inburgeringscursus, heb je geen recht meer op studiefinanciering om het reguliere onderwijs te volgen. Sinds dit jaar bestaat de mogelijkheid om van de inburgeringscursus over te stappen op het reguliere onderwijs, dat is het MBO 1 traject. Dat is een verbetering en opent echt deuren voor mensen. Mijn streven is om iedereen die ik begeleid in het reguliere onderwijs te krijgen.”

De Ruiter zegt dat ze een band ontwikkelt met de vluchtelingen die ze helpt. “Een Eritrese vrouw hier in Oldehove nodigde me uit voor een barbecue bij haar thuis.” Volgens haar horen de vluchtelingen bij het dorp. “Sommige van hen wonen hier al een paar jaar. Dan ontstaat er heel makkelijk contact.”

Als voorbeeld geeft ze een jongen die gek is op voetbal. “Af en toe zit hij dan met een knieblessure en dan vraag ik hem, goh hoe is het dan met je knie? Daar heb je het dan met hem over. Of iemand heeft een baby gekregen en als ik haar dan zie lopen op straat spreek ik haar even aan. Dat is misschien wel het voordeel van zo’n klein dorp.”

Toch blijven de contacten van de vluchtelingen met de inwoners uit het dorp vaak oppervlakkig, zegt De Ruiter. “Dat komt van twee kanten. De vluchtelingen durven niet zomaar op de inwoners af te stappen en van de kant van de inwoners is het denk ik een soort koudwatervrees.”

Schotanus kent twee vluchtelingen, broers, die lid waren van een voetbalvereniging in Grijpskerk. Volgens De Ruiter is lid worden van bijvoorbeeld en kerk of (sport)vereniging de manier om te integreren. “Ik ken ook iemand die voetbalt en daardoor helemaal opgenomen is in de groep jongens en daar goed contact mee heeft. Zo gaat hij ook met hen mee op stap. Dat is zo mooi om te zien en dan zie je dat integratie eigenlijk heel makkelijk gaat.”

Als de contacten tussen de inwoners en de vluchtelingen intensiever worden, gaat het werven van vrijwilligers ook makkelijker denkt De Ruiter. Met de komst van het asielzoekerscentrum in Zuidhorn in het vooruitzicht komt die hulp van vrijwilligers goed van pas. Schotanus knikt.

Volgens hem is een van de grote vooroordelen dat sommige mensen denken dat de vluchtelingen niet willen werken. “Sommige mensen denken dat de vluchtelingen komen profiteren van ‘ons geld.’ Maar wat ik vaak meemaak is het tegenover gestelde. Ze willen werken en ze willen meedraaien in onze samenleving.”

Hij denkt terug aan de laatste week voor de zomervakantie. “Opeens komt de juf binnen met een mand vol ontbijtspullen. Denk aan een rol beschuit, een kiwi, een sinaasappel en nog wat andere dingen. Die mand kreeg ik van de juf en de Syrische jongen op de basisschool in Noordhorn. Hij had op het kaartje geschreven: ‘bedankt meester Geert en een prettige vakantie.’ Daar heeft hij zolang op zitten zwoegen zei de juf. Dat kaartje staat nu bij mij thuis op tafel, dat is echt prachtig.”