“Wat is er mis met het zoeken naar geluk?”

‘Jij verdient het-Diner’

ZUIDHORN – Al een aantal weken loopt er in de Streekkrant een bijzondere serie portretten. In ‘Vluchteling in Beeld’ geeft onze medewerker Johan Kamphuis de nieuwe inwoners van ons land een gezicht. Hij hoort de verhalen die ze allemaal met zich meedragen, mag meegenieten van de herinneringen aan de betere tijden in hun thuislanden en mag ook meedelen in het verdriet wat de meesten teistert. Hij stelt op zijn beurt de vragen die we ons allemaal stellen: waarom komen jullie naar ons land, wat willen jullie hier doen en hoe is het om zomaar in een ander land opnieuw te beginnen. Hoe gaan ze om met vooroordelen en wat vinden zij van terrorisme? En elke keer weer wordt hij getroffen door de gastvrijheid, de openheid en de wil om er echt wat van te maken in dit nieuwe thuisland. Wie beter dan één van de gezinnen kan er komende 14 december aanschuiven op het ‘Jij verdient het-Diner’?

Vier bezoekjes heeft Kamphuis er inmiddels opzitten, een vijfde staat gepland. Stuk voor stuk hebben de gesprekken indruk gemaakt. De serie was er eentje waar hij niet lichtzinnig aan wilde beginnen. ’s Avonds laat nog stuurde hij opeens een filmpje door naar de redactie. Het was het waanzinnig mooie ‘Look Beyond Borders’ gepubliceerd door Amnesty International. In beeld mensen zoals ieder ander die tegenover vluchtelingen plaatsnemen en niks anders doen dan elkaar eens goed in de ogen kijken. De boodschap is simpel: we hebben het als we het over vluchtelingen hebben veel over cijfers en statistieken en zien de mensen die hierachter zitten niet meer. Terwijl het allemaal maar mensen zijn met dromen, wensen en verdriet. Iets waar Kamphuis volop mee geconfronteerd werd tijdens zijn bezoekjes. Hij spreekt over beeldvorming en weegt af wat het effect van de verhalen gaat zijn. “Communicatie kan bijdragen tot wederzijds begrip en integratie”, vindt hij. “Je ziet dat er beeldvorming is ontstaan rondom vluchtelingen. En dan is het denk ik belangrijk met elkaar te communiceren. Weet je, wij Nederlanders kunnen wat van de vluchtelingen vinden en het er daarover hebben, maar zij spreken onze taal niet. Ik wil hun ook een stem geven. Én benoemen wat er is, wat er speelt. Ik wil ze vragen hoe zij het vinden om in Nederland te wonen, maar ook de vragen stellen die er leven onder dorpsbewoners. De dingen die we ons allemaal afvragen. Er is ruimte voor de zorgen en angsten van beide kanten. Maar alleen met communicatie kan je elkaar geruststellen en begrijpen.”

Zoeken naar geluk

De verhalen van de jaren die achter deze nieuwe Nederlanders liggen zijn stuk voor stuk indrukwekkend. We kennen de beelden van televisie: boten vol vluchtelingen dobberend op zee of slachtoffers die onder de restanten van iets wat ooit een huis was, worden gehaald. We kennen de verhalen, de geschiedenis en weten wat er speelt, maar dit uit eerste hand horen, is een ander verhaal. “Je kunt je niet inbeelden dat je even naar de supermarkt gaat en terugkomt dat je huis weg is. Geraakt door een raket. Ik heb gemerkt dat eigenlijk elke vluchteling een intens verdriet met zich meedraagt. Vooral als er nog familieleden zijn achtergebleven in het thuisland; al is dat er maar één. Ik heb een man gesproken wiens moeder niet naar Nederland mag komen. Ze is al oud en hij weet nu: ik ga haar nooit meer levend zien. Dát is heel heftig. Dat je zulke keuzes moet maken en zóveel achter laat wat veel voor je betekent, werpt wat mij betreft echt wel een ander licht op vluchtelingen. Ze komen met verhalen waardoor ik snap dat iemand vlucht.”

Dat er met argusogen naar vluchtelingen wordt gekeken, vindt Kamphuis soms maar moeilijk te begrijpen. “Men noemt ze gelukszoekers”, vertelt hij en dat valt hij even stil.  Nou vraag ik me altijd eerst dan af: wat is er mis met het zoeken naar geluk?”, stelt hij dan een rake vraag. “Er wordt ook gezegd dat alleen de mensen die veel geld hebben hierheen kunnen komen. Het is heel tragisch dat mensen zonder geld niet kunnen vluchten, maar betekent dat dan dat als je het geld wel hebt, je niet mag vluchten? Want ook deze mensen met geld vluchten voor een oorlog. Ze steken in bootjes de oceaan over om maar op een veiligere plek te komen.” Zelf weten de vluchtelingen over het algemeen heel goed waar ze het voor doen. Ze weten al dat er geen gouden bergen wachten. Voor de kinderen is dit soms wel een ander verhaal. “Eén jongen vertelde me hoe hij verwachtte hier een groot huis te krijgen en wel twee auto’s voor de deur. En dan gaan ze op weg en moeten ze in bossen slapen om ergens te komen, ze worden op de trein gezet naar een asielzoekerscentrum waar ze met andere gezinnen een kamer delen… Je kunt je er geen voorstelling van maken hoe heftig dat is.”

En toch kan zo’n jongen er nu om lachen. Want wat overheerst is uiteindelijk het geluk. Het geluk dat ze veilig zijn, samen zijn en ontkomen zijn. Het geluk dat ze een nieuwe start kunnen maken en daar gaan de meesten volop voor. “Eigenlijk voelen ze zich heel erg welkom. En ja, ze gaan zeker door met hun leven. Ze willen heel graag werken, een bijdrage leveren aan het dorp en zelfs vrijwilligerswerk doen.”

Cultuurverschillen zijn groot

Hoe groot de wil ook is om in te burgeren, er zijn natuurlijk grote verschillen om te overbruggen. “Ik merk heel duidelijk dat er grote cultuurverschillen zijn”, merkt ook Kamphuis. “De rol van de vrouw is natuurlijk over het algemeen heel anders dan in Nederland. Dat verschilt wel heel erg per gezin. Bij de één loopt de vrouw altijd met een hoofddoek, in een ander gezin wordt er gewoon gediscussieerd tussen man en vrouw. En weet je, ook in Nederland zijn er gezinnen waarin de vrouwen meer thuis zijn en onderdaniger zijn. Het maken van afspraken is ook een stuk lastiger”, lacht Kamphuis die al eens voor een dichte deur kwam te staan op het afgesproken moment. “En de regels hier vinden zij maar gek. Ze begrijpen het niet dat als je goed kan rijden en in Syrië gewoon een rijbewijs hebt, je hier toch niet de weg op mag. Dáár zou je gewoon gaan en als je aangehouden zou worden, zou je de agent wat geld in de hand drukken. Ze zeggen wel: het enige waar je hier geen rijbewijs voor hoeft te hebben, is de fiets.”

Het geloof is een beladen onderwerp wat Kamphuis niet uit de weg gaat. “Ik tref veel Syrische mensen die allemaal Moslim zijn. Die hebben nou eenmaal een slechte naam tegenwoordig. En ik vraag ze hoe dat voor hun is. Wat vinden jullie ervan wat er allemaal gebeurd? Ik zou me er ongemakkelijk bij voelen als ik op zo’n manier bekeken wordt. En dat vinden zij ook vreselijk. Wat er uit de naam van hun geloof en hun God wordt gedaan staan ze niet achter. Dat zijn geen Moslims, zeggen ze.” Het geloof is erg belangrijk voor de Moslims ervaart Kamphuis. “Het is voor hun heel waar. Zij geloven er écht in. Maar ik voel ook een grote verdraagzaamheid richting ander geloof zoals het Christendom. De basis is heel erg hetzelfde en daar staan ze voor open. In dat opzicht ben ik absoluut niks tegengekomen in de richting van radicalisering of mensen die hun wil op willen leggen. Absoluut niet.”

Gastvrijheid over en weer

Iedereen is welkom, een credo waar we allemaal graag voor willen staan, maar iets wat wel een gouden regel lijkt bij de meeste vluchtelingen. “De gastvrijheid is enorm”, heeft Kamphuis gemerkt en dat is iets wat je op het eerste oog niet altijd ziet. “Je loopt voor de deur langs en ziet de gordijnen potdicht. Niet elke asielzoeker vindt de tuin even belangrijk dus dat oogt wat verwaarloosd, speelgoed wordt niet altijd onder dak opgeruimd. Ik hoor het een ander denken: daar heb je weer zo’n buitenlander, maar ze willen juist heel graag contact met de mensen in het dorp. Dat ze ook nog eens geen Engels of Nederlands spreken bij tijden, maakt het helemaal lastig. Je komt dan niet verder dan een keertje ‘hallo’; op bezoek gaan is bijna onmogelijk.” Kamphuis heeft er zelf geen moeite mee de kloof te overbruggen. Gewapend met een buurjongetje als tolk, dochterlief mee en een fotograaf op sleeptouw komt hij overal binnen. “En al snel ontstaat er een hele familiaire sfeer””, lacht hij. “Mijn dochter en de fotograaf houden zich vaak met de kinderen bezig, mijn buurjongetje helpt me een gesprek te voeren. Ik heb er echt vrienden en familie bij.”

 

 

Elk dorp heeft ze, van die mensen die de gemeenschap voor zichzelf stellen. Iedereen kent er wel eentje, zo iemand die altijd begaan is met een ander. En ook in ieder bedrijf werkt wel iemand waar je je bij tijden over verbaasd. Niet omdat hij of zij de kantjes er vanaf loopt, maar omdat bij die persoon de deur altijd open lijkt te staan, deze man of vrouw graag wat voor een ander doet en sociaal eruit springt. Kamhuis zelf valt ook wel onder die categorie. Bevlogen met een ander, nooit te beroerd om te delen wat hij heeft, ook al is dat niet altijd overdadig. In zijn eigen straat bekommert hij zich om de buren, ook ooit gevlucht uit Syrië. Ook zijn dochter staat altijd voor deze mensen klaar. Het contact groeide vanzelfsprekend, zoals het voor Kamphuis vanzelfsprekend is voor een ander klaar te staan. Zijn dochter weet ook niet beter. Andersom klopt de kleine man van verderop regelmatig ’s avonds op de deur. “Staat hij er weer met een maaltijd voor ons.” Sociaal contact is van belang voor iedereen, aldus Kamphuis. “Het is heilzaam. Zou iedereen wat aardiger voor ons elkaar zijn, dan zou de wereld er een stuk beter uit zien.” Hij nomineert uiteindelijk het Syrische gezin Zaza uit Oldehove om aan te schuiven bij het grote ‘Jij verdient het-Diner’. Zij gaven al aan zo eenzaam te zijn en zo graag meer contacten op te willen doen. En ook Kamphuis en zijn dochter schuiven aan deze 14e december bij het ‘Jij verdient het-Diner’. Kent u ook zo’n wereldverbeteraar? Zo iemand die het simpelweg verdient? Neem dan contact op met de Streekkrant via destreekkrant@media-totaal.nl of 050-4065040.