“We hebben twee minuten gezocht naar het adres terwijl er iemand gereanimeerd moest worden”

Roden ambulance broeders

STREEK – Nog een paar weken en dan zijn ze het écht. Dan mogen Gerben Kort (27) en Marijn Wever (25) zich officieel ambulancechauffeur noemen. Al maanden besturen de Oost Groningers echter de ambulance al zelfstandig en draaien ze samen met verpleegkundigen hun diensten. Eigenlijk zijn ze al volwaardig ambulancechauffeur, het papiertje bevestigt dat straks alleen nog maar. Gerben en Marijn zijn van UMCG Ambulancezorg. Ze kozen bewust voor dit vak. Vanwege de drang om mensen te helpen, maar – geven ze eerlijk toe- ook vanwege het element spanning. Ondertussen weten ze ook tegen welke problemen ervaren ambulancechauffeurs al heel lang aan lopen. Tegen onduidelijke, onzichtbare huisnummering bijvoorbeeld. Vervelend, helemaal als elke seconde echt telt. “Ik hoorde laatst van een collega dat ze meer dan twee minuten hebben gezocht naar een huis. Simpelweg omdat de nummering ontbrak of niet goed te lezen was. En dat terwijl een man ondertussen vocht voor zijn leven. Uiteindelijk is hij net op tijd gereanimeerd, en maakt hij het goed. Het had echter ook anders af kunnen lopen. En dat om iets dat simpel te vermijden is”, zeggen Gerben en Marijn.

Opeens weet je het. Je wordt ambulancechauffeur. Dat is eigenlijk het verhaal van beide heren. “ We solliciteerden en werden aangenomen. Pas dan begint je opleiding. Een vooropleiding bestaat niet. Voor die sollicitatie deden we iets heel anders. We moeten nu nog drie weken, voor we officieel ambulancechauffeur zijn. Ons werk bestaat overigens uit meer dan alleen het besturen van de ambulance. We zijn ook assistent van de verpleegkundige met wie we op pad gaan. Ons werk is veelzijdig. Je maakt van alles mee. Geen dag is hetzelfde. En hoewel we uiteraard op allerlei situaties voorbereid worden, is de praktijk toch vaak anders.” Die praktijk is soms heftig. Dat weet Marijn ondertussen ook. Behalve bij een aantal ongevallen, ging hij naar een ‘verhanging’. “ Uiteindelijk hebben we die persoon nog gereanimeerd. Op dat moment besef je eigenlijk niet wat er aan de hand is. Je doet je werk, zo goed je kunt. Binnen onze organisatie wordt overigens veel gepraat over dit soort ervaringen. Onderling, maar er is ook een speciaal team dat een vinger aan de pols houdt. Het is je werk. Je bent professional, maar dat wil niet zeggen dat je alles zomaar van je af kunt laten glijden. Aan de andere kant moet je ook niet alles mee naar huis nemen.”
Een verhanging. Ernstige ongelukken, maar ook het vervoeren van terminaal zieke mensen. Het hoort allemaal bij het vak dat ambulancechauffeur heet. “Alles vergt een andere aanpak. Op weg naar een ongeval heb je haast. Ben je met toeters en bellen onderweg en dan telt echt elke seconde. Breng je een terminaal iemand naar huis of naar een hospice, dan is juist rust geboden. Dan praat je met zo iemand en zorg je dat ie veilig en op een rustige manier vervoerd wordt en op de plek van bestemming komt. Je moet je aan kunnen passen. Elke situatie is anders. Elke dag is anders. Je weet van te voren nooit wat je aantreft. En, dat geven we toe, het is ook een spannend beroep. Natuurlijk geeft het een kick om met sirene en zwaailichten door het verkeer te rijden. Niet om even lekker hard te rijden, maar wel om zo snel mogelijk ter plaatse te zijn. Al dat soort aspecten worden in de opleiding behandeld. De praktijk is echter anders. Een ervaren collega vertelde ons al dat je het vak pas leert als je afgestudeerd bent. Dit is inderdaad een ervaringsvak.”
Ergernissen zijn er ook. Of anders: verbeterpunten. In het kader van hun studie probeerden ze structureel iets aan één van die zaken te doen. “De slechte zichtbaarheid van huisnummering. Want dat kost onnodig tijd, het zoeken naar het juiste huis. In de buitengebieden is het bijzonder lastig, maar ook in woonwijken is het soms problematisch om het juiste adres te vinden. Een reflecterend bordje, eventueel met pijl, zou ideaal zijn. Iedereen moet zich er van bewust zijn dat het ontbreken van een huisnummer fataal kan zijn. Want zo is het gewoon. Stel je eens voor dat een dierbare dringend gereanimeerd moet worden. Dat je wacht op de ambulance, maar de ambulance bij het verkeerde huis staat vanwege het ontbreken van het huisnummer. Dat daardoor hulp te laat komt. Om een nummerbordje! Je moet er niet aan denken, toch.” En dus bedachten Marijn en Gerben een plan. Ze schreven zo’n tien Groninger gemeenten aan. Ze schetsten de situatie en informeerden naar subsidiemogelijkheden. Wellicht zouden mensen dan bij wijze van voor de helft van het geld deugdelijke nummering aan kunnen schaffen. Gerben en Marijn vonden iemand die de best denkbare reflecterende nummers (paaltjes) zou kunnen leveren. Die iemand is een voormalig verpleegkundige, bekend dus met het probleem. “Door veel in te kopen, hadden we ongetwijfeld iets met de prijs kunnen doen. Dat was onze opzet.” In die missie slaagden de heren niet. Reden: de meeste gemeenten reageerden niet. Of amper. Of uiterst summier. “Bij ons schrijven hadden we bijvoorbeeld een vragenlijst gevoegd. Als je dan alleen maar ja of nee antwoorden terug krijgt, dan stelt ons dat toch wel wat teleur. Er zijn zelfs gemeenten die helemaal niet gereageerd hebben. Zelfs niet na een tweede of derde mail. Kennelijk is het niet belangrijk genoeg. Of vindt men dat dit een zaak is van de bewoners, en niet van de gemeente”, zeggen Gerben en Marijn, die de hand ook in eigen boezem steken. “We hebben de gemeenten per mail benaderd. Dat is misschien niet de meest ideale manier. Het ontbrak ons echter simpelweg aan tijd om iedereen persoonlijk te benaderen. Maar in het algemeen valt ons de respons vanuit de gemeenten tegen.”
De bevindingen van Marijn en Gerben worden vastgelegd in een rapport. Dan ook zal bekend worden welke gemeenten bijvoorbeeld niets van zich lieten horen. “Dit verhaal gaat eigenlijk voor alle gemeenten op. Links en rechts zijn er wel wat initiatieven geweest, structureel is er niets. Dat is jammer. Voor ons rest alleen maar deze problematiek telkens weer op tafel te leggen. Er veel over te praten. Meer kunnen we niet doen. En uiteraard is het ook iets wat bewoners van een huis zelf moeten regelen. Maar als je als gemeente iets bij kunt dragen, waarom zou je het niet doen. Het kan levens redden.”
Marijn en Gerben genieten van hun baan. Mensen helpen, dat is wat ze willen. Dat stralen ze ook uit. Ze praten met liefde over hun vak. “Weet je wat eigenlijk ook zou moeten”, zeggen ze tenslotte. “Er zou aandacht besteed moeten worden aan hoe je met naderende ambulances en andere hulpverleners om moet gaan in het verkeer. Als wij met toeters en bellen aan komen rijden, zie je een soort van paniek ontstaan. De ene automobilist gaat vol op de rem. Een ander schiet de berm in zonder te beseffen dat ie zo zelf in gevaar kan komen. Weer een ander rijdt juist te lang door. Er zou een soort van protocol voor moeten komen. Tijdens de theorie voor het rijbewijs zou dit een aandachtspunt moeten zijn. En ingewikkeld is het niet. Doe bijvoorbeeld net als vrachtwagenchauffeurs altijd doen eerst de knipperlichten uit. Zoek een veilige manier om ons door te laten. Maar raak niet in paniek. Schiet niet zomaar een berm in. Veiligheid gaat voor alles.”