week 25

Lieve Rosan,

Ik heb je nooit gekend, jij mij evenmin. Ik heb wel veel over je gehoord en je gezien op foto’s. Ik heb je gevolgd. Toen je in Amerika was, en later via het weblog van je ouders. Je was een mooie meid.

Was.

Want je bent niet meer. Je bent een sterretje, zou je nu zelf zeggen als iemand om je heen kwam te overlijden. Want dat denken jonge kinderen. Dat als iemand overlijdt, hij of zij zomaar een sterretje wordt. Kun je elke dag naar zwaaien.

Rosan Rozema werd op 28 januari 2010 geboren in Groningen. Een mooie meid. Al snel bleek ze ziek. Erg ziek. Neuroblastoom heette de diagnose en elke ouder weet wat dat betekent.

Om beter behandeld te kunnen worden, wilden papa en mama Romke en Brenda graag naar Amerika. Het ziekenfonds vergoedde de reis van jou, het verblijf van papa en mama echter niet. En daarom werden er – speciaal voor jou- acties ontketend, met voorop oma Tina en opa Lucas. Opa Lucas liep stad en land af. Meldde zich regelmatig even bij de Krant om te vertellen over weer een geslaagd project of zomaar een donatie. Elk dubbeltje werd door opa en oma gekoesterd. Ze deden het voor jou, hun kleindochter, die zo ziek was.

Het geld kwam er. Tijdens een van de acties – in Fitnesscentrum Roden- kwam je zelf nog even kijken. Je vond het prachtig.

In Amerika werd je behandeld en behandeld. Eigenlijk teveel van het goede voor zo’n klein meisje. Maar de kans dat je langer zou leven, hielden jou en je papa en mama op de been. Als een bikkel- zo noemde iedereen jou- doorstond je de ene na de andere behandeling. Je bleef die lieve Rosan, maar wat zal je een pijn gehad hebben, wat zul je – lief klein meisje- hebben geleden.

De behandelingen sloegen gelukkig aan, bij thuiskomst ging het echter weer mis. Heel even vreesden we – want vrijwel heel Roden wist ondertussen wie je was- voor je leven. Weer klauterde je echter uit een heel diep dal. Weer die wilskracht, weer dat doorzettingsvermogen. Papa en mama hadden het er moeilijk mee. Zo goed en zo kwaad het ging probeerden ze het echter goed te doen. En dat deden ze. Langzaam maar zeker gingen ze weer werken. Op nummer een stond echter jij. Want jij was alle steun en onvoorwaardelijke liefde nodig.

Was.

Zondag blies je je laatste adem uit. Toch nog onverwacht voor ons. Misschien is het voor jou wel beter, zeg ik vanaf deze plek nu heel gemakkelijk. Je hebt in je veel te korte leventje veel te veel moeten doorstaan. Misschien is het ook beter voor je lieve ouders, die er alles aan gedaan hebben jou een goed en aangenaam leven te bezorgen. Zonder morren. Jij was hun prinsesje.

Was.

Lieve Rosan. Het leven is zo oneerlijk. Je bent nu een sterretje. Een heel mooie. Ik zwaai elke avond even naar je.