Week 3

Nou ben ik niet heel muzikaal onderlegd en als ik vroeger voor de klas moest staan, dan moest ik wel even slikken. Dus toen ik twee weekjes geleden opeens zeven paar jonge ogen op me gericht wist en deze jonge muzikanten aan de tand moest voelen over hun zelfgeschreven composities, moest ik best wel even slikken. Gelukkig waren deze jongedames en –heer niet te beroerd om mij soms even fijntjes aan wat extra muzikale kennis te helpen. Zo bespeelt Lianne de bugel. “Oh, dat is zo’n rond ding, toch?”, verzucht ik. “Nou…”, antwoordt Lianne terwijl ze hulp zoekt bij muziekleraar Jappie. “Ik denk dat jij een waldhoorn in je hoofd hebt”, stelt Jappie. Ah, een waldhoorn. ‘Zou iemand dat dan bespelen?’, vraag ik me in mijn hoofd af, gelijk denkend aan Lederhose en Oostenrijkse bergen, terwijl ik ze snel gelijk geef. “Oh, tuurlijk ik ben in de war.” Vervolgens maak ik het negenjarige Ilse lastig door te vragen hoe een cornet eigenlijk klinkt. “Dat zijn wel héle lastige vragen, hoor Maria”, zegt Jappie direct. “Daar ben ik voor”, red ik mij eruit. En ook Ilse redt zich eruit. “Bij een cornet moet je harder blazen voor de tonen”, legt ze mij uit. Het duo Bente en Hannah is nog maar tien en nog een stuk kleiner dan mijn 1.79 meter, dus ik kijk even verschrikt als ze vertellen saxofoon te spelen. Visioenen van deze leuke meiden met zo’n enorm gouden instrument om hun nek spelen me door het hoofd. “Nee, het is alt-saxofoon”, zetten ze mij op mijn plek. Als Redmar over zijn stuk vertelt meen ik wat over jazz te herkennen, waarover een jazz-duo mij laatst al een uur lang probeerde wat aan het verstand te brengen. Dit duo, overigens, verzuchtte na dat uur: ‘we spelen het wel voor je’. Maar goed, de jazz-opmerking blijkt bijna een belediging voor deze elfjarige Redmar die “blues”, terugkaatst. “Hij is een echte bluesman”, verduidelijkt zijn vader, waarna zijn zoon mij wat wijzer probeert te maken over schema’s en solo’s. Gelukkig zijn daar ook nog trompettiste Eva en pianiste Anniek. Dat zijn instrumenten waar ook ik beeld bij heb. En hoewel het zweten was bij tijden, kon ik een glimlach niet onderdrukken toen ze allemaal weer van hun kerstvakantie gingen genieten. Negen, tien of elf jaar oud zijn ze en nu al schreven ze hun eigen muziekcompositie. “Eigenlijk is het toch niet eerlijk om hier een winnaar uit te kiezen?” zeg ik tegen Jappie. “Want ieder doet het toch al super, misschien is de één wat verder dan de ander, maar dat kun je toch niet met elkaar vergelijken?” En hoewel er afgelopen zondag twee winnaars werden uitgeroepen, blijf ik bij mijn standpunt. Dit zijn allemaal winnaars.