week 3

Dagen al was hij onrustig. Opgefokt. Dat had ie af en toe. Dat begeerte de overhand kreeg en hij er – dacht ie, vond ie, wist ie – niks meer aan kon doen. Dat het gevoel té overweldigend was. Terwijl hij toch alles al had wat zijn hartje begeerde. En ook, dat ie gewoon naar binnen kon gaan en vertellen wat ie wilde.

Hij was al diverse keren langs de ramen heen en weer gelopen. Had stilgestaan en naar binnen geloerd. Veel meer passanten deden dat, de een begerig, de ander quasi-nonchalant. Wát er werd uitgestald was aantrekkelijk. Maar er waren toch ook veel mensen die dat allemaal straal negeerden en, mobieltje aan het oor, haastig doorliepen. Ach, het was een drukke straat in het centrum. Altijd wat te doen. Zoals de straatmuzikant die kleumend de drie deuntjes die hij wat stuntelig beheerste, steeds weer van voren af aan speelde. En al die lichtjes….

Zijn vrouw kende haar pappenheimer. Ze had zijn onrust, zijn achter zwijgzaamheid lonkende begeerte allang gemerkt. Ze had er vrede mee. Iedere gek had zijn gebrek en hij deed er, als je het op de keper beschouwde, niemand kwaad mee. Ook haar niet. Maar als dit hem voor een poosje bevrediging zou geven, soit. Had zij even rust. Leven en laten leven, toch?

“Ga maar,”zei ze, toen hij weer drentelend door het huis liep.“Doe het maar, je bent er weer aan toe. Heb je wél genoeg geld bij je, zodat je bij het afrekenen niet in de problemen komt?” Hij peurde zijn portemonnee uit zijn achterzak en telde de inhoud. “Ja, voldoende,” bracht hij er dankbaar uit. “Nou dan ga ik maar, tot straks.” Ze antwoordde niet maar boog zich weer over haar geliefde Bouquetreeks romannetje.

Hij haastte zich weg, centrumwaarts en stapte zonder dralen het pand van zijn begeerte binnen, linea recta naar de balie, waarachter een zedig uitziende dame hem vroeg waarmee ze hem van dienst kon zijn. “Graag dat nieuwe Vijftig Tintenboek, u weet wel, er is momenteel veel belangstelling voor,”sprak hij aarzelend. De preuts kijkende dame begreep hem meteen. “U bedoelt Vijftig tinten grijs? Wilt u niet liever de complete tintentrilogie, dan bent u in één ruk klaar,”vroeg ze neutraal en zonder bijbedoeling. “Doe maar,” knikte hij blozend en pakte zijn portemonnee. “Plastic tasje er omheen?,” vroeg ze liefjes. Even dacht hij een lichte flikkering in haar ogen te zien.

Henk Hendriks