Wethouder Bert Nederveen opent eerste ‘inloop’ Ixta Noa

‘Je zegt niet snel: Ik wil me lekker kwetsbaar opstellen’

ZUIDHORN –  Wethouder Bert Nederveen opende afgelopen woensdag de eerste ‘inloopvoorziening’ van Ixta Noa van het Westerkwartier. De feestelijke opening vond plaats in het fraaie Klein Hanckema in Zuidhorn, een van de nieuwe vestigingen van Ixta Noa. De tweede zal later dit jaar geopend worden in Leek. Nederveen deed de opening dan ook namens de vier gemeenten van het Westerkwartier.

Ixta Noa (‘Ik sta nieuw’) is een landelijke organisatie, die zich inzet voor mensen, die te maken hebben met een psychische kwetsbaarheid. Het kan gaan om angst, eenzaamheid of psychische stoornis. Er wordt gewerkt met ervaringsdeskundigen, die gevoelens, twijfels en emoties herkennen. Dat er behoefte is aan zo’n inloop blijkt uit de bijeenkomst, die een volle zaal trok. Ate Veenstra, die ook kampte met psychische klachten, was eerst inloper en sinds kort vrijwilliger. “Gesprekken voeren met mensen met dezelfde ervaringen, daar is dit voor. Erkenning en herkenning. Heel prettig, als je diep in de put zit. Je kunt naar een psycholoog gaan, maar die heeft niet de ervaring. Dat hebben mensen bij Ixta Noa wel. Daarnaast geven ze ook praktische tips. Een ander persoon, die binnenkort vrijwilliger wordt: “iedereen hier heeft wel een GGZ-achtergrond of verslaving. Van oorsprong was het een instantie voor eetstoornissen, Ziezo. Dat heeft zich verbreed. Alles heeft raakvlakken.” Na een welkomstdrankje voert directeur Gerard de Roos het woord. Er volgt een lang betoog. “We werken hier aan het herstel van cliënten. Je kwetsbaar opstellen helpt, maar daar zijn mensen niet op gebouwd. Je zegt niet zo gauw “ik ga me lekker kwetsbaar opstellen”. Er is een soort moed voor nodig. Dit zijn moedige mensen, die willen bijdragen aan herstel na psychische onbalans. Dit is een open instelling. Maar het is niet de bedoeling dat je vermaakt wordt. Je kunt ook helpen koffie inschenken bijvoorbeeld. We werken volgens het principe ‘halen, brengen en doorgeven’.  Uiteindelijk gaat het erom dat je thuis functioneert. Dat zal gebeuren met vallen en opstaan. Uiteindelijk groeit er iets moois.”  Wethouder Bert Nederveen, die spreekt namens alle vier gemeenten: “ik wil me lekker kwetsbaar opstellen”, begint hij ‘moedig’.  Ik heb in die zeven jaar als wethouder ook zorg en welzijn in mijn portefeuille gehad. Ik dacht: GGZ is ver- van- mijn- bed, komt vooral in de stad Groningen, met zijn zwervers op straat. Dat heb je hier niet. Maar hoewel in andere mate, het komt hier wel voor. En toen zeiden we als gemeenten: dan willen we het hier doen en niet in Groningen. Samen met buurtwerkers, jongerenwerkers en kerken. Ik hoop op een goede samenwerking. Ik hoop ook dat vrijwilligers zich in eigen dorp inzetten. Aan de ene kant hoop ik dat er niet veel gebruik van gemaakt wordt, maar het is wel nodig. Ik ben blij met deze voorziening.” Nadat het team vrijwilligers – deels uit eigen omgeving- zich presenteert (“we gaan er een feestje van maken”) en ook refereert aan kwetsbaarheid (“ik ben een ster in kwetsbaarheid”) komen de ‘ervaringsverhalen’. Verhalen, waarbij de emoties los komen. Anita Brink uit Leek bijvoorbeeld. Ze vertelt opgegroeid te zijn met pleegkinderen, wat heel normaal was. “Na een traumatische ervaring begon ik met knoeien met eten en raakte in een depressie. Op de MAVO liep ik met een masker op. Eenmaal op kamers kwam de depressie terug en kreeg ik te maken met eetstoornissen. Ik kreeg Borderline, PTSS (Post Traumatisch Stress Syndroom, red). Ik was verslaafd aan laxeerpillen. Ik liep de deur plat van Ziezo. Daar voelde ik me voor het eerst in mijn leven mens. Ik leerde een vriendin kennen. Het zal nooit helemaal beter worden, ga niet meer naar de inloop, maar probeer met mijn ervaring iets te bereiken. Dankzij steun van mijn ouders geniet ik waar ik kan”. Tussen de regels vloeien tranen. Tranen van emotie. Het zijn kenmerkende verhalen van mensen die steun zoeken. Op zoek naar het herstel.