Zwart wit

Eigenlijk ben ik vrij zwart wit. Het is goed of fout. Nooit ‘misschien een beetje redelijk goed’. Er is geen grijs gebied. Je levert een goede prestatie of doet helemaal niks. Half werk is geen werk. Voor het eten geldt hetzelfde. Een nieuw recept is of voor herhaling vatbaar of verdwijnt voor altijd van het boodschappenlijstje. Soms tot ergernis van moeder de vrouw die ‘een beetje lekker’ best aan boord wil houden. Voor de afwisseling zeg maar. Toegegeven, het is ook lastig om elke dag weer iets anders te moeten verzinnen voor het eten en dan zijn opties fijn. Ik kijk uit naar het eten of raak het gewoon niet aan. Er is geen tussenweg. Een waargebeurd verhaal van enkele jaren geleden: mijn wederhelft was zo lief om voor de hele buurt te koken. Spaghetti stond op het menu, en dat is in principe prima. Ik zou wat later thuiskomen en zij zou wat spaghetti voor mij bewaren. Eenmaal thuis vond ik mijn beloofde spaghetti in de pan. Zonder vlees, uien en champignons vanwege vegetarische voorkeuren en diverse allergieën van buurtgenoten. Wat er overbleef was een portie witte slierten in rode tomatensaus. En dat is dus niet oké. Ook haar verweer dat ik er wel kaas en extra ketchup op kon doen mocht niet baten. Deze spaghetti was niet goed, dus eet ik het niet. De daarna opgehaalde shoarmaschotel stelde gelukkig niet teleur.

Zo verging het ons ook de afgelopen weken. Zwart wit. Zodra de verhuizing van Leek naar Niezijl een feit was ging bij mij de knop om. Dan neem ik afscheid van het oude. Het heeft geen zin om stil te blijven staan in het verleden en ook nostalgische gevoelens ken ik niet. Zodra de keuze is gemaakt gaat daar de focus op. Het is zwart of wit, geen grijs. De uitdrukking dat vroeger alles beter was zult u van mij niet horen. Ook ik was ooit zestien jaar. En die tijd was helemaal niet beter. Het is ontzettend lastig om leuke meisjes te versieren met een kop vol acné. Ook de pijnlijke groeispurtjes waren geen pretje, maar nog altijd tien keer beter dan de lessen Duits van juffrouw Woudstra. Tel daar bij op dat de Backstreet Boys en de Spice Girls de hitlijsten domineerden en u begrijpt dat het ‘vroeger’ in mijn pubertijd zeker niet beter was. We moeten vooruit en daarom kijk ik liever nooit terug. Des te lastiger is het dus om eenmaal lekker gesetteld op ons nieuwe plekje richting Leek te moeten om de oude woning in de originele staat op te leveren. Terug naar het huis waarvan ik al afscheid had genomen. Wij hadden onze kleine huurwoning nabij het centrum van Leek flink uitgebouwd en verbeterd. Zeker voor een gezin was de extra overdekte ruimte die wij achter de woning hadden gerealiseerd een absolute noodzaak. Omdat de houten aanbouw op maat was gemaakt en het afbreken ontzettend veel werk zou kosten was het geheel ter overname. Voor niets. Daarvoor heb je echter wel nieuwe huurders nodig en die dienden zich helaas niet (op tijd) aan. Dus komt uiteindelijk het moment dat je toch echt terug moet naar het oude huis om deze naar de wensen van Wold & Waard op te leveren. Een slechte situatie voor de nieuwe huurders die er uiteindelijk natuurlijk wel gaan komen. Zij krijgen een woning met beperkte woonruimte. En een slechte situatie voor mij. Het werd zaterdag breken op de oude plek in plaats van bouwen aan de nieuwe. Zonde van de aanbouw, mijn tijd én de ruimte in de oude woning. Bovendien begint na twee weken hard doorklussen –hoezo vakantie?- het lichaam te protesteren. Ik kon deze zware klus missen als kiespijn. “Je bent ook niks meer gewend”, beet mijn vrouw mij dit weekend toe. Dat klopt, het journalistieke vak is een druk bestaan, maar fysiek zwaar kan ik het niet noemen. Dit in tegenstelling tot het circus dat verhuizen heet. Dus laat mijn lichaam van zich horen.

Was het zaterdag dan alleen maar kommer en kwel? Nee, eigenlijk niet. Alhoewel ik niet uitkeek naar het weghalen van de aanbouw werd het toch een gezellige ochtend. Terwijl ik om kwart over acht mijn auto de Leekster parkeerplaats op rijd, zie ik tegelijkertijd mijn schoonvader arriveren. Gewapend met een aanhangwagen om de ‘rommel’ direct af te voeren. Gelukkig hoef ik het niet alleen te doen, dacht ik. Je doet het goed of helemaal niet, en vooral dankzij mijn schoonvader is het zaterdag allemaal toch nog goed gekomen. De oude woning is teruggebracht in de oude staat (al is dat zeker geen verbetering) en de sleutels zijn inmiddels ingeleverd bij de woningcorporatie. Ik kan heel zwart wit concluderen dat er geen half werk is geleverd en hoef niet meer terug naar een hoofdstuk dat allang was afgesloten. Een hele opluchting, want de toekomst is altijd mooier dan het verleden. Veel relevanter ook.

 

Meediscussiëren over de herindeling of jouw mening laten horen? Laat het weten op Twitter @richardlamberst!