week 40

0
203

Nou is deze column vooral bedoeld om al die mooie mensen die ik onderweg tegen kom te belichten. Maar ze zijn overal en ik zie ze veel meer dan alleen maar onderweg voor mijn verhalen. Ik kan het absoluut niet laten om deze week even ongegeneerd over één kam te scheren. Want als ik aan mooie mensen denk, dan denk ik toch ook direct aan Italianen. Al jaren geleden verloor ik mijn hart aan het land en dan vooral ook aan de mensen daar. Gelukkig deelt mijn wederhelft die liefde ook, en dus luidt een bekend gezegde bij ons thuis: een jaar niet naar Italië, is een jaar niet geleefd. Tot nu toe deden we elk jaar een andere plek aan en daarbij wisselen we onbewust auto en vliegtuig per jaar af. Dit jaar was een vliegtuigjaar. En als je dan uit je door agenda bepaalde dagen stapt en op het tot in de puntjes gestuurde Schiphol in een op Hollandse wijze efficiënt vol gepland vliegtuig naar Rome vliegt, is het even schrikken als je eruit stapt. En dan niet alleen om het temperatuurverschil, wat over het algemeen al zo ‘n 10 tot 15 graden is. Wederhelft en ik aanschouwden een verloren moment de chaos om ons heen. Waar op Schiphol iedereen keurig ‘aan de goede kant van de weg loopt’, is dat in Italië over het algemeen iets anders. Kriskras om ons schieten ze langs. Opvallend is hoeveel en hoe goed ze kunnen praten. Vandaar ook dat eigenlijk alles met een bepaalde mate van geluid gebeurt. Ik vraag me altijd direct af waar ik me allemaal wel niet druk om maak thuis. Want daar lijkt in Italië bijna niemand om me heen last van te hebben. Hoezo deze hakken zijn veel te hoog? Dan loop ik gewoon wat langzamer. Alles gaat op geheel eigen wijze. Het mooiste vind ik dat echt elke Italiaan zijn land hoog houdt. Ze kopen mozzarella om te snacken of lopen en masse met ijsjes of pizzastukken. Qua auto is de keus simpel: een Fiat, in werkelijk alle variaties overigens; wij zagen zelfs een Fiat suv, een Alfa Romeo of een Lancia. Voor de Italiaan met ietwat meer centen is er de Maserati of Ferrari. Autorijden in dit land is overigens ook een kunst. Het liefst nemen we een huurauto, met Italiaans nummerbord, zodat we ongemerkt kunnen inmengen. Mijn wederhelft heeft altijd zo’n 15 minuten nodig om te acclimatiseren en pakt dan het zwaaien met de handen en toeteren weer moeiteloos op. Het meest genieten we daar als we een dag of wat zijn, wat kleur krijgen en Nederland even helemaal vergeten zijn. Dan komt onvermijdelijk het moment dat we voor Italianen worden aangezien. Even horen we er helemaal bij, bij die mooie mensen.