Sluiting de Waterborgh wordt somber tegemoet gezien

0
258
Zuidhorn de brug-1

“Beseft de raad wel hoe belangrijk de Waterborgh is?”

ZUIDHORN – Met een stil protest trekt Jantiena de Vries aan de bel bij de redactie van de Streekkrant. Een bordje met ‘king size tobbe’ over de tekst ‘bouwverkeer zwemcentrum’ verwoordt haar gevoelens. “Het geeft aan dat de bewoners van Zuidhorn het nog steeds niet eens zijn met de sluiting van de Waterborgh en de bouw van het zwembadje in Zuidhorn”, laat ze weten. “Zelf ben ik vrijwilliger bij de Brug. Ik train daar de wedstrijdploeg en eigenlijk is er nog steeds niet duidelijk wat we straks gaan doen met de trainingen. De kans is groot dat de groepen, die nu nog wekelijks in het water in Zuidhorn liggen, worden opgedeeld”. Weg gezellig samenzijn, even nazitten en elkaar aanmoedigen. Wat rest zijn twijfels. Hoeveel zwemmers en vrijwilligers zullen nog doorzetten?

Het is vrijdagochtend en drie vrouwen en twee mannen zitten gezellig koffie te drinken. Gerda en Jan Hut liggen al tien jaar als vrijwilliger wekelijks in het water van de Waterborgh, Elle Woldendorp een jaar of drie, Anneke Nanninga alweer vier en Jantiena de Vries begon beroepshalve in het bad, maar zet zich inmiddels ook alweer jaren als vrijwilliger in. “Binnen de groep mensen met een beperking die wij begeleiden, kun je verschillende niveaus onderscheiden. Je hebt een groep die het heerlijk vindt om een beetje te spetteren en te bewegen”, vertelt Johanna, “maar sommigen kunnen meer en zijn zelfs bezig hun diploma te halen. Deze groep zwemmers krijgt één-op-één begeleiding. Daarnaast is er ook nog de wedstrijdploeg, een groep van 14 deelnemers waarvan een aantal ook echt aan wedstrijden meedoet.” En niet onverdienstelijk. Wie herinnert zich Henk Eppo Visser en Jonna Kraima niet, die vorig jaar van de Special Olympics thuiskwamen met in totaal twee zilveren en één bronzen medaille.

Dat de sluiting van de Waterborgh als gevolg zou kunnen hebben dat de groep zwemmers uit elkaar wordt gehaald, had geen van de aanwezige vrijwilligers in eerste instantie voorzien. Officieel is nog niet bekend wat er gaat gebeuren met de wekelijkse zwemmers, maar de vrijwilligers vrezen het ergste. “Als het gaat zoals wij denken, dan zullen de snoezelaars naar het nieuwe zwembad gaan en zal de wedstrijdploeg naar Groningen gaan. Omdat het nieuwe bad veel kleiner is, ik geloof maar vijftien bij zes meter, zal het nooit lukken om daar ook nog eens met de één-op-één zwemmers terecht te kunnen”, vertelt Johanna. “Het zijn al zes zwemmers met zes begeleiders en dan heb je de snoezelaars nog”, valt Anneke haar bij.

Het uit elkaar vallen van de groep, valt hun allen zwaar. “Het is belangrijk om de groep bij elkaar te houden”, vertelt Gerda. “Na het zwemmen gaan we bijvoorbeeld altijd gezellig samen koffiedrinken. Met verjaardagen zingen we altijd voor iemand, we vieren Sinterklaas en Kerst en organiseren één keer per jaar een barbecue voor alle vrijwilligers én alle deelnemers.” “Oh, ja”, valt Johanna haar bij, “ze hebben het nu al over de barbecue van volgend jaar.”

Anneke vindt het ook jammer dat de vrijwilligers gescheiden worden. “Is het dan nog wel leuk?”, vraagt ze zich af. “Het is leuk met je eigen groep, maar ook juist de interactie onderling maakt het mooi. Heel vaak gaan de deelnemers aan het einde nog even met zijn allen het ondiepe in. En ze moedigen elkaar ook aan.” Zelf begeleidt ze een jongedame bij het één-op-één zwemmen. “Dan schuifelt ze naar het randje en dan duurt het wel drie minuten: sta ik, toch nog maar even een handje vast, daar ga ik of nee, sta ik wel goed. Het is op een gegeven moment een kwestie van vertrouwen in elkaar.” Ook Elle kan erover meepraten. “Het is soms bijna alsof hij slaapt”, vertelt hij over de jongeman met wie hij één-op-een zwemt, “zo ontspannen ligt hij er bij. En als we dan aan het einde nog van de glijbaan dan is het pas echt geslaagd. Ja, ik vind er zelf niks aan hoor, aan die glijbaan”, voegt hij lachend toe. Ook Gerda en Jan herkennen het maar al te goed. De band met de deelnemers is na tien jaar samen zwemmen dan ook sterk. “Ik heb mijn klantje al tien jaar. Ze komt ook bij ons op bezoek en wij komen ook op haar verjaardag”, vertelt Gerda. “Na het weekend beginnen ze hun tas alweer op te zoeken, hoor”, vertelt Jan over het enthousiasme van de deelnemers. Zijn ogen glimmen als hij vertelt hoe leuk het is om de deelnemers ook in de winkel te treffen. “Op hun manier zijn ze allemaal heel hartelijk.”

Bang zijn ze allemaal dat veel deelnemers zullen afhaken als ze bijvoorbeeld naar Oldekerk zouden moeten. Dit terwijl het zwemmen juist zo goed voor ze is. “Het is ontzettend goed voor de verbranding en de motoriek, en natuurlijk voor de sociale contacten”, vertelt Johanna. Ze noemt het besluit van de raad ‘veelomvattend’. “Ik heb het idee dat de raadsleden niet beseffen hoe belangrijk het zwembad is. Tuurlijk liepen de bezoekersaantallen terug, maar er is een vaste groep die er wel degelijk gebruik van maakt. Hoe moet het nu straks met de jeugd? Die leren zwemmen in een klein badje en kunnen straks niet verder dan maximaal 15 meter zwemmen. Bovendien wordt het nieuwe bad niet goedkoop, dus niet iedereen kan het straks betalen. Ouders denken dan: ik ga zelf wel wat oefenen in de zomer. Verdrinkingsgevallenen zullen toenemen.” Op de geschrokken blikken om haar heen voegt ze nog toe: “Het is geen nieuws, het is een trend in heel Nederland. De laatste jaren zagen we het al in de Waterborgh. De kinderen leren zwemmen in een klein bad, houden het slecht bij en met schoolzwemmen hadden ze moeite om de 25 meter vol te houden. We halen ze er wel op tijd uit, maar dat was ook regelmatig nodig.”

Afwachten is het nu voor de vrijwilligers, hoe het allemaal zal gaan lopen. “Eerst maar eens zien, hoe het nieuwe bad er echt uit komt te zien”, vinden Gerda en Jan. “Maar om bijvoorbeeld naar Oldekerk te moeten gaan, dat zien wij niet zitten”, zegt Gerda terwijl haar ogen glanzen. “Of het contact met de deelnemers blijft bestaan? Dat zal wel minder worden.” “Dat begint bij mij en mijn vrouw ook te spelen”, vertelt Elle. “Ik moet al vanuit Aduard komen. Daarom neem ik nu ook altijd Jonna mee”, vertelt hij met een trieste glimlach. “Die mis je straks ook in de auto. De radio hoeft niet aan, hoor, als we gezellig samen heen rijden.”