Koren- en pelmolen De Leeuw volledig gerestaureerd

0
210
Oldehove Molen-2

“Voor de officiële heringebruikname? Ik hoop op windkracht zes!”

OLDEHOVE – Gerda Reitsema is de vierde generatie uit de familie die zich als molenaar bekwaamd heeft. Zij volgt overgrootvader Tjeert, opa Johannes en vader Piet op in een familie die altijd beide molens van Oldehove, De Leeuw en De Aeolus, onder hun hoede heeft gehad. Vader Piet houdt zich tegenwoordig vooral met De Aeolus bezig, terwijl Gerda op De Leeuw op haar plek is. “Er is altijd wel wat te doen”, vertelt ze met een glimlach. Alleen één ding niet: het echte pellen. De molen was hoognodig aan een restauratie toe. Daar is ongeveer twee jaar hard aan gewerkt en nu moet het moment dan daar zijn. Voor de officiële ingebruikname hoopt Gerda dan ook op maar één ding: “windkracht zes!”

Tjeert Reitsema, geboren in 1888, begon als twaalfjarige jongen als knecht op De Leeuw. Op latere leeftijd koopt hij zowel deze koren- en pelmolen als de andere molen in het dorp, De Aeolus. “Zijn kinderen werkten altijd mee”, vertelt Gerda, “dat hoorde zo.” Geen wonder dus dat zijn zoons Johannes en Frans het bedrijf later overnemen. Broer Frans stapt er uiteindelijk uit, broer Johannes werkt samen met zijn zoons door. “Mijn vader Piet heeft van jongs af aan geholpen. Hij kon uiteindelijk De Leeuw, welke toen al eigendom van de gemeente was, pachten van de gemeente.” Wie denkt dat het molenaar-zijn een hobby is, heeft het mis. “Het is zijn beroep geweest”, vertelt Gerda. “Hij pelde gort en leverde aan bijvoorbeeld Domo en later Coberco. Wat ervan gemaakt werd? Gortpap.” Uiteindelijk kwam Piet voor een keus te staan. “De hygiëne eisen werden steeds strenger en de prijzen kwamen onder druk te staan, hij moest daarom stoppen.” Tegenwoordig combineert Piet zijn eigen installatiebedrijf met zijn werk op De Aeolus. Daar maalt hij meel, wat hij levert aan bijvoorbeeld bakkerijen en pizzeria’s in de hele provincie.

Zelf heeft Gerda ook als het kon meegeholpen. “Het is iets waar ik in opgegroeid ben.” Ze mag graag in de molen aan het werk zijn. “De geur en de sfeer, dat is heerlijk. Het is een uniek bouwwerk. Eigenlijk zit het zo simpel in elkaar, maar toch heeft het zoveel kracht en is het zo functioneel. Ik kan er alleen maar respect voor hebben.” Tegenwoordig is ze elke vrijdag en vaak op zaterdags aan het werk in De Leeuw. “We hebben er graanopslag, we pletten er haver en ik heb er de molenwinkel.” Haar zoon Daan, nog geen vier jaar, vergezelt zijn moeder elke vrijdag. “Ik hoop, dat hij uiteindelijk de volgende generatie is, maar ik push niet”, zegt Gerda met een blik op haar zoon. Dat het werk soms erg fysiek is, schrikt haar niet af. “Dat is wel lekker. Als je ermee opgegroeid bent, dan weet je je weg wel te vinden in de molen.”

De Leeuw heeft een grondige restauratie achter de rug. “Voor een molen is het het beste als hij draait. Als hij stilstaat, vervalt hij. Alles om te gaan pellen is er, maar het werd alleen maar slechter.” De Leeuw kreeg nieuwe vloeren, roeden werden vervangen en veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht. Een proces van twee jaar, wat nu het is afgerond, het deed ‘kriebelen’ bij vader en dochter. “We hebben het idee opgevat om te gaan pellen”, zegt Gerda met een stralende lach. Iets wat ze zelf nog nooit heeft kunnen doen. “Uniek om te doen! Ik hoop dan ook maar dat het hard waait, al storm het. We moeten daarna wel alles schoonmaken, maar dat heb ik er graag voor over.”

We zullen het zien. Vrijdagmiddag verricht molenwethouder Jan Oomkes de officiële handeling voor ingebruikname. Daarna is het aan deze bekwame molenaars.