Week 48

0
196

Laat ik maar weer eens in veler ogen gezapig, oubollig, ouderwets voor mijn part, beginnen: Ik ben geen twitteraar. Ik gebruik mijn mobieltje enkel en alleen als ik ‘onderweg’ ben en hoognodig aan betrokkene iets wil doorgeven. Mondeling, zonder poespas. Als bij een ‘vaste’ telefoon zogezegd, maar dan korter, veel korter. Ik sms niet en twitteren staat héél ver van mij af. Dat ligt uiteraard aan mij. Aan mijn digitale debiliteit maar ook aan mijn onwil en/of afkeer van dat in de communicatie toch wel heel onpersoonlijke. En, gewoon eerlijk zijn, ook aan mijn luiheid om me dit soort moderniteiten eigen te maken. Ik denk, denk ik, toch wel flexibel. In theorie. Maar om dat in de praktijk ook toe te passen? Ach laat maar. De meest elementaire handelingen op mijn computer heb ik me, ondermodaal dus met heel veel peentjes zweten, jaren geleden eigen gemaakt. Ik kan nu summier internetten. Maar vooral: ik heb mijn ouderwetse typemachine waarop ik zo lekker kon rauschen toen ook ingeruild voor het toetsenbord van de computer. Mijn verhaaltjes zoals deze onzin mail ik – en ik heb in al mijn onnozelheid daarop fiks moeten oefenen – vanuit mijn werkkamer thuis nu al jaren naar de centrale redactie van deze krant. Is, ik beken het niet graag, toch wel makkelijk. Maar sms-en, twitteren, een blog aanmaken, op facebook gaan staan – allemaal woorden waarvan ik de betekenis op Wikipedia dus internet heb opgezocht – dát zijn voor mij vele bruggen te ver. Nog wel tenminste, want vermoedelijk zal ik ‘eens’ toch voor de bijl gaan. Zeggen mijn kinderen die me om mijn digitale debiliteit uitlachen. Mild, dat wel.

Niet lang geleden las ik in het dagblad een achtergrondverhaal over de zin of onzin van het onderling twitteren van gemeenteraadsleden tijdens notabene een mondeling debat. Terwijl het ene raadslid iets verbaal dus ‘normaal’ verkondigde wat door een fractiegenoot fluks op twitter werd bevestigd, twitterde een raadslid van de ‘tegenpartij’ meteen daarop: ‘is niet waar’. Waarna buiten de verbale raadsdiscussies een heel twitterdebat ontstond. Onzinnig en onfatsoenlijk ook, want debatteren hoor je in het openbaar, voor iedereen hoorbaar, te doen. Twitteren tijdens een openbare vergadering heeft veel weg van verfoeilijk ouderwetse achterkamertjespolitiek. Vind ik. En, denk ik, ook veel niet digitale debielen.

Henk Hendriks