week 50

0
161

De Openbare Leeszaal – ‘denk om het plankje’- is allang verleden tijd. De huidige Openbare Bibliotheken, zonder het vermanende ‘ssst’ van de biebjufs, doen nu echt aan klantenbinding want ze krijgen het in deze tijd van bezuiniging en ontlezing dan ook zwaar voor de kiezen. Als extra lokkertjes staan er nu in de bieb waar ik kom een paar pal in het oog springende tafels met de nieuwste, vaak pas verschenen, boeken, die tijdelijk voor hun lokale lezertjes beschikbaar zijn. Wees er dus snel bij.

Maar niet elk op zo’n tafel liggend boek is nog actueel. Zo nam ik een paar weken geleden de ‘Crisis Checklist’ mee. Daarin worden geldbesparende tips gegeven voor verwende veelverdieners, geschrokken werklozen, levensgenieters en besparingshaters met de toevoeging ‘die niet als een bank willen omvallen’. Dát anno 2009 gecomponeerde boek, dus nét in de tijd dat Scheringa’s miljoenendromen in duigen vielen, is gebaseerd op de actualiteit van toen. Een update in de huidige crisiscombinatie Rutte/Samson zou niet misstaan.

Maar vorige week lag er de ‘Universele Reisgids voor Moeilijke Landen’ ter tijdelijke lezing. Jelle Brandt Corstius, van de fascinerende Rusland- en India-reizen op tv, is de schrijver. Ook dat boek bevat veel tips. Niet alleen voor reislustigen naar de voormalige Sovjet Unie en het Verre Oosten, maar het is ook lekker leesvoer voor hen die never nooit verder dan Spanje, Griekenland of Turkije zullen komen. Heerlijk, met hoofdstukjes over de diverse Mannetjes die je op reis kunt tegenkomen. Wat ze voor je willen doen en hoe je ze van je af moet schudden. Zoals McDonaldmannetjes, Lift- en Sjouwmannetjes, Weegschaalmannetjes, Museum- en Garderobemannetjes, Ronsel- en Strandmannetjes.

Fascinerend ook vind ik nog steeds ‘De Donkere Kamer van Damokles’ de klassieker van Willem Frederik Hermans die de biebbezoeker vorige maand tijdens de jaarlijkse actie Nederland Leest gratis meekreeg. Om te houden. Ik had het boek zélf thuis al. Daarom wilde ik er mijn kleinzoon van 15 mee verrassen. Goed ook voor zijn literatuurlijst op school. Hij nam het dankbaar in ontvangst. Maar toen ie achterin het boek keek en zag, dat het 317 pagina’s telde, gaf hij het me meteen terug. ‘Sorry opa, maar dit is te dik. Ik kan er voor mijn literatuurlijst drie andere veel dunnere voor lezen.’ Waarna hij doorging met computeren.

Henk Hendriks