week 51

0
210

Het contrast kon niet groter zijn. Op de koudste dag van dit jaar koop ik mijn Kerstboom bij de Vrije Tijds Tuinders in Roden die ik in de zomer op de heetste dag van het jaar bezocht. Net zoals toen, houden de tuinders zelf niet van klagen. “Vanochtend was het nog min vier, dus het wordt al beter”, zegt de dappere verkoper, terwijl mijn wederhelft mij vertwijfeld influistert dat het toch nog altijd min drie is. In de zomer waren de temperaturen verre van onder nul. Ik gok dat het zeker 28 graden was, toen ik het complex bezocht voor een verhaal in het kader van hun open dag. Voorzitter Maja Koopmans en secretaris Ed Nijhof namen me mee voor een rondleiding over dit verborgen stukje paradijs. Wie over de doorgaande weg rijdt, kan niet vermoeden dat er achter de hekken die het terrein afsluiten, zo’n bloemenzee, kleurenpracht en stuk rust schuilgaat. Wie denkt aan kneuterigheid bij de Vrije Tijds Tuinders, denkt verkeerd. Gezellig, dat is wat het is. En ook het gesprek met deze twee. Zo vertelt Ed: “ik heb een beste buurman, maar ik wil ook wel eens een ander gezicht zien”, als hij gevraagd wordt, waarom hij een volkstuintje heeft, als hij thuis ook een mooie tuin heeft. Maja ziet het anders: “groente is geen sierplant, dus dat wil niet iedereen bij huis hebben.” Om me heen kijkend, zie ik ook verrassend veel bloemen. “Dat komt doordat er wat meer vrouwen bij komen”, zegt Maja scherp. “Oh, gaan we op die toer”, kaatst Ed terug. En we gaan op toer. Ze nemen me mee voor een wandeling langs de glazen stad, het deel waar de kassen staan, en de weg der verenigde naties, het deel waar onder andere een Congolees en een Chinees hun tuintje onderhouden. We zien reuzenzonnebloemen, kroppen sla en ik krijg een heerlijke knalrode cherrytomaat in mijn hand gedrukt. Wim, de aartsvader of beter aardsvader aan zijn handen te zien, stopt net de fietstassen vol met courgettes voor de lunch thuis. Terwijl hij op de fiets stapt om moeders de vrouw te verblijden, leidden Maja en Ed mij naar de vlindertuin van het IVN die ook op het complex ligt. Gedrieën zitten we er op het bankje. Dat het bloedheet is, deert ons even niet. Zelfs dat alle planten die ik herken uit mijn tuin, onkruid blijken te zijn, worden we alle drie even niet anders van. Maja praat er snel overheen: “Hier ruik je de natuur en de bloemen. Is dit nou niet genieten?”