week 7

0
1961

Ze noemen – in mijn ogen – patserswagens als Porsche ook wel het ‘verlengstuk van ’s mans penis’. Daar kan ik wel een beetje in komen. Ze geven Prestige, denkt menig man. En ook Power, vindt ie. Het verhoogt zijn Potentie, maakt ie zichzelf wijs. Zo’n wagen oogt sexy. Ongeacht of ook de berijder fraai van uiterlijk – over het innerlijk kan ik natuurlijk niks melden – is, of oerlelijk (en ook daarvoor geldt de zelfde opmerking als hiervoor.) Een Porsche betekent, kortom, Poen. Porsche plus Poen maakt dus de P van Potentie, is de illustie.

Dit is allemaal wel héél kort door de bocht, besef ik. Het lijkt, laat ik dit meteen vooropstellen, op afgunst mijnerzijds. Maar dan heeft u het aan het verkeerde eind. Ik maal niet om status – ik heb ook geen. Ik ben, niet alleen nú maar altijd al geweest, in alles volkomen mezelf. Nukkig. Soms tenminste. Stressig. Af en toe. Beetje eigenwijs. Vaak, vindt mijn vrouw. Maar ik probeerde en probeer nooit en te nimmer bij iemand onder ‘valse voorwendselen’ in het gevlei te komen. Ik ben, met al mijn vele onhebbelijkheden, volkomen mezelf. Daar ben ik niet trots op. Maar ik geef nu eenmaal niets om mooie auto’s – ik rijd in een Toyota Camry van elf jaar oud met 250.000 kilometer op de teller. Hij doet het nog prima. Zonde om hem nu weg te doen, vind ik, ondanks alle aanbiedingen van ‘opkopers’, die ik de laatste tijd in de bus krijg. In Oostbloklanden en Afrika schijnen dit namelijk geliefde, misschien daar wel patserachtige (!) auto’s te zijn. Merkkleding heb ik nooit bewust gedragen. Maatkostuums zijn me helemáál vreemd. Toch loop ik, vind ikzelf, er altijd redelijk-netjes bij. Alleen zou ik mijn haar wat vaker moeten laten knippen. Maar dát vindt dan weer mijn vrouw…

Ook horloges van dure merken, daar zou dit Minikulletje eigenlijk over moeten gaan had ik me voorgenomen, zullen mij worst zijn. Ik heb al jaren een simpel klokje van pak ‘m beet een eurootje of dertig om en dat ding doet het nog prima als je tenminste de batterijtjes tijdig vervangt. Een Rolex, echt of desnoods nep, is niet aan mij besteed. Ik heb, nogmaals, geen status. En daar ben ik niks rouwig om. Want ik ben een simpele jongen, die tot dusver in bijna alle echt essentiële zaken bovenmodale mazzel in zijn leventje heeft gehad. Dat dan weer wel. Daarom taal ik niet om Porsches of Rolexen. En mijn Potentie? Sorry, maar dit rubriekje is al weer vol.

Henk Hendriks